nieuws

Kortetermijnvoordeel levert schade op

bouwbreed

den haag ­ De manier waarop de overheid momenteel omgaat met nieuwe aanbestedingsvormen lijkt op de korte termijn voor de opdrachtgever aardig. Op de langere termijn kan het echter desastreus uitpakken voor de sector, en daarmee ook voor de opdrachtgevers. analyse

Binnen de bouw wordt al jaren gepleit voor de introductie van alternatieve aanbestedingsvormen al dan niet geïnspireerd door het denken over publiek­private samenwerking. Prestatiebestekken zijn zo’n vorm van het innovatieve denken over aanbesteden. Ze zijn niet geheel nieuw, maar Rijkswaterstaat lijkt erin geslaagd te zijn nieuwe dimensies toe te voegen, zo blijkt uit een meerjarig onderhoudsbestek voor 60 kilometer snelweg bij Eindhoven. Innovaties in aanbesteden moeten, zo blijkt uit de literatuur, vooral gericht zijn op het gebruikmaken van kennis en kunde die de diverse partners in huis hebben. Dat levert een goed product op tegen een goede prijs, zo is de gedachte erachter. Dat daarnaast de opdrachtgever minder hoeft te doen en zo kan besparen op interne kosten, is mooi meegenomen. Tot zover prima, niets mis mee, een win­winsituatie.

Rijkswaterstaat heeft nu echter bedacht dat ook andere elementen ingebracht kunnen worden in prestatiebestekken. Zo worden risico’s die van oudsher des Rijkswaterstaats waren, nu ineens richting de aannemer geschoven. Op zich kan dat, maar dan moet niemand verbaasd zijn dat de prijs navenant stijgt.

Schrijnender is dat Rijkswaterstaat weigert om gegevens over de weg aan aannemers te geven. Hoe moeten die hun prijs berekenen. In theorie zou dit moeten betekenen dat de inschijvers zo’n 20 procent onzekerheidsmarge moeten schrijven. Dat doen ze in de praktijk niet omdat ze weten dat dan het hele project wordt teruggetrokken.

Terecht vragen wegenbouwers zich af of zij überhaupt nog wel onder dergelijke condities een prijs moeten schrijven. Niemand zou het moeten doen, want op termijn kan het maar al te gemakkelijk het einde van het bedrijf betekenen als het even tegenzit.

Maar iedereen, ook Rijkswaterstaat, weet dat er altijd wel een paar zijn die zoveel werkhonger hebben, dat zij tegen beter weten in toch inschrijven. Dus doen de anderen het ook maar.

De gevolgen hiervan laten zich raden. In eerste instantie zal het ertoe leiden dat de aannemerij verder gaat juridiseren. Alles zal in het werk worden gesteld om gaten in de bestekken te vinden. Dat is een van de weinige kansen die aannemers dan hebben om nog winst te kunnen maken.

Zijn de bestekken dichtgetimmerd, dan valt te voorspellen dat de bouw over een paar jaar wordt getroffen door een golf van faillissementen. Met de huidige marges is het immers uitgesloten dat aanzienlijke verliezen op werken lang kunnen voortduren. Dankzij die koude sanering blijven er vervolgens minder aannemers over die kunnen inschrijven op de projecten. Dat zal dan weer een prijsopdrijving tot gevolg hebben.

Kortom, op korte termijn lijkt Rijkswaterstaat voordelen te hebben. Die voordelen slaan op langere termijn om in nadelen, nog afgezien van de maatschappelijke kosten. Het kortetermijndenken schaadt daarmee het nadenken over de langere termijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels