nieuws

Geldigheid arbitraal beding algemene voorwaarden

bouwbreed

Geldigheid arbitraal beding algemene voorwaarden

Wanneer een aannemer offerte uitbrengt voor een te realiseren werk is in die offerte vaak opgenomen dat algemene voorwaarden van toepassing zijn. Deze verwijzing betreft dan ofwel de voorwaarden van de aannemer zelf, dan wel de voorwaarden die in de bouw worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld de UAV ’89, AVKA ’79 of AVA ’92. Deze laatstgenoemde voorwaarden bevatten een arbitraal beding. Soms is ook in de voorwaarden van de aannemer zelf een arbitraal beding opgenomen. Wanneer het arbitraal beding van toepassing is, heeft dit tot gevolg dat niet de burgerlijke rechter maar arbiters bevoegd zijn om van een geschil kennis te nemen.

Nu de offerte van de aannemer tevens de daarvan deel uitmakende algemene voorwaarden inhoudt, ligt het voor de hand om aan te nemen dat aanvaarding van deze offerte door de opdrachtgever, tevens aanvaarding van de daarin opgenomen algemene voorwaarden, en daarmee van het arbitrale beding, inhoudt.

Door de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland is onlangs echter beslist dat dit niet altijd het geval is. Ik sta kort stil bij de (juridische) achtergronden en consequenties van deze uitspraak.Voor de toepasselijkheid tussen partijen van algemene voorwaarden is aanbod en aanvaarding daarvan noodzakelijk.

Het Burgerlijk Wetboek omschrijft in artikel 6:233 aanhef en sub b dat “een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen”. In artikel 6:234 BW wordt dan omschreven wanneer moet worden aangenomen dat de bedoelde mogelijkheid is geboden, namelijk “indien hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand heeft gesteld, of indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, hij voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij heeft bekend gemaakt dat de voorwaarden bij hem ter inzage liggen of bij een door hem opgegeven Kamer van Koophandel en Fabrieken of een griffie van een gerecht zijn gedeponeerd, alsmede dat zij op zijn verzoek zullen worden toegezonden”.

Arbitrageclausule

In de zaak die aan de Raad werd voorgelegd werd door de opdrachtgever aangevoerd dat de in de technische omschrijving genoemde algemene voorwaarden, de UAV ’89, niet uiterlijk bij het aangaan van de overeenkomst zijn overhandigd. Als gevolg hiervan zou er in strijd met de bovengenoemde artikelen zijn gehandeld en werd de vernietiging van par. 49, lid 2 UAV 1989 ingeroepen. Nu daarmee de enige arbitrageclausule in de overeenkomst tussen partijen wegviel, acht de Raad zich niet bevoegd te oordelen over het geschil tussen partijen.

De aannemer op haar beurt voerde als verweer dat de UAV ’89 115 pagina’s beslaat en het voor haar dus redelijkerwijs niet mogelijk was om de UAV voor of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand te stellen. Op die grond kon naar de mening van de aannemer worden volstaan met de bovengenoemde bekendmaking zoals in artikel 6:234 BW omschreven.

Nagelaten

De Raad maakt korte metten met dit argument. Zij concludeert dat niet van de 115 pagina’s tellende uitgave van het AVBB maar van die van de Staatsdrukkerij moet worden uitgegaan, welke laatste uitgave 75 pagina’s telt. In kleindruk zijn vier pagina’s daarvan op één pagina A4 te brengen, zodat de hele UAV op twintig pagina’s enkelzijdige en tien pagina’s dubbelzijdige druk is samen te vatten. De Raad is van oordeel dat, indien de aannemer het op prijs stelt deze algemene voorwaarden op haar overeenkomsten van toepassing te verklaren ook wanneer niet een directie aan de zijde van de opdrachtgever optreedt, redelijkerwijs van de aannemer verwacht mag worden dat zij deze algemene voorwaarden uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst aan de opdrachtgever overhandigt. Nu de aannemer dit heeft nagelaten, komt aan de opdrachtgever het recht toe de vernietiging van (onder meer) het arbitrale beding in die algemene voorwaarden in te roepen, aldus de Raad. De Raad verklaart zich dan ook onbevoegd om van het geschil kennis te nemen.

Consequentie

Het moge duidelijk zijn dat de geldigheid van algemeen voorwaarden geen vanzelfsprekendheid (meer) voor de Raad is. Wanneer een directie aan de zijde van de opdrachtgever optreedt kan dit eventueel anders zijn, zo valt uit de uitspraak af te leiden.

De praktische consequentie van deze uitspraak is dat zorgvuldig nagegaan dient te worden of de wijze waarop de algemene voorwaarden van toepassing worden verklaard in overeenstemming is met de eisen die de wet op dat gebied stelt.

Mr. Annemieke Bakker, SchutGrosheide in Amsterdam (a.bakker@schutgrosheide.nl)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels