nieuws

‘Als opdrachtgever iets anders wil, moet hij bijbetalen’

bouwbreed

zoetermeer ­ Technische innovatie kan tot kostenverlaging bij bestaande kunstwerken van Rijkswaterstaat leiden. Toepassing van de innovaties moet eigenlijk van de opdrachtgever uitgaan. Enige vorm van ‘design and construct’ kan innovatie stimuleren. Een vaste prijs is niet wenselijk, want iets anders willen dan de aannemer zal geld kosten. De opdrachtgever moet de aannemer wel sturen maar niet zijn sommetjes doen.

Nieuwe contractvormen bieden de aannemer de mogelijkheid behalve de uitvoering ook het ontwerp en het onderhoud voor de opdrachtgever te maken. Bouwdienst Rijkswaterstaat stelt vast dat bij zijn mensen veel kennis aanwezig is die mede door terugkoppeling vanuit de praktijk is ontstaan.

Door de nieuwe contractvormen dreigt de kennis van de ‘lerende organisatie’ te verschralen. Benutten van innovatiekennis ­ eigen of externe ­ is voor de markt van belang als ze niet alleen ontwerpen en bouwen maar ook moeten onderhouden. Op het symposium ‘kostenverlaging van nieuwe en bestaande civiele en werktuigbouwkundige kunstwerken van Rijkswaterstaat’ bij Bouwdienst Rijkswaterstaat te Zoetermeer is de ontwikkeling en toepassing van innovatiekennis voor kostenverlaging aan de orde geweest.

De ruim 150 aanwezigen konden vernemen dat het buitengewoon zonde zou zijn als de beschikbare kennis bij de Bouwdienst niet voor bouwend Nederland ter beschikking zou komen. Om innovaties operationeel te maken zouden die meer dan nu gebeurt in de contractvorm opgenomen kunnen worden. Te denken valt aan gebruik van vezelversterkte kunststoffen, weefselversterkt rubber of zelfs vezelversterkte polyurethaan. Dat laatste heeft het voordeel dat het ingewikkelde vulcanisatieproces kan vervallen.

Netto contante waarde

Bouwdienst heeft laten weten al te zijn afgestapt van het enkelvoudige criterium van de laagste prijs. Bij de dienst is het goed gebruik dat bij aanbesteden verschillende criteria een rol spelen, zelfs vormgeving. De innovatiekennis kan worden toegepast door het uitbesteden van werk te baseren op functionele specificaties. Beide dragen dan bij aan het verlagen van de integrale kosten.

Inzicht in verlaging van kosten is eigenlijk pas goed te krijgen als de integrale kosten worden beschouwd. Met andere woorden: als behalve de kosten voor de aanleg ook de kosten voor het onderhoud worden bezien. De bouwdienst hanteert daarvoor de rekenmethode van de ‘netto contante waarde’. Uitgaven in de toekomst worden daarbij teruggerekend tot kosten van het prijspeil van vandaag. Integrale kosten gedurende de levensduur zijn volgens deze rekentechniek goed te vergelijken.

Benadrukken van het belang van beoordelen op kosten gedurende de levensduur lokte een verbaasde reactie uit de zaal uit. “Als die integrale kosten en die ‘netto contante­waarde­methode’ zo goed is, waarom doet niet iedereen dat dan?”, zo vroeg een van de aanwezigen zich af. “En wie moet er dan anders gaan denken: de beheerders, de technici of de beslissers?” Als oplossing gaf de aanwezige de aanbeveling een en ander ook goed in het contract te regelen.

Ramspol

Uiteraard kwam het project voor aanleg van de balgstuw bij Ramspol ter sprake. Daar is technische innovatie aan de orde. Het is een dubbelkerende balgstuw die gevuld word met water en lucht als water gekeerd moet worden. Of er sprake is van kostenbesparing bij dit ‘design and construct’­contract voor een vaste prijs valt te bezien. De stuw is inmiddels operationeel maar het project loopt volgens een deskundige van de Bouwdienst nog, daarmee ongetwijfeld doelend op de contractuele nasleep.

Verschillen van inzicht over het te gebruiken balgdoek liggen daaraan ten grondslag. De aannemer, ontwerper en uitvoerder van het project, had rubberdoek voorzien met een versterking van een enkele laag aramidevezels (Kevlar). Opdrachtgever Rijkswaterstaat oordeelde met zijn adviseurs dat doek met twee lagen nylon beter was.

Alhoewel de aannemer in zijn ‘design and construct’­contract verantwoordelijk is voor zijn eigen ontwerp heeft hij de opdrachtgever bij de acceptatieprocedure niet van zijn keuze kunnen overtuigen. Het werk heeft hangende een beslissing een periode stil gelegen, uiteindelijk is gekozen voor een doek met nylon versterking.

Referentieontwerp

De deskundige van de Bouwdienst heeft gezegd niet scheutig te zijn geweest met door de dienst vergaarde kennis, gezien de vrees daarmee aansprakelijkheid voor het ontwerp naar zich toe te halen. Die kennis is gebruikt bij het maken van het eigen referentieontwerp. Bovendien dichtte hij de dienst, ondanks ontwerpverantwoordlijkheid van de aannemer, toch een morele verantwoordelijkheid toe.

In een vragenronde kwam direct de vraag om die morele verantwoordelijkheid eens kort toe te lichten. Het kwam erop neer dat Rijkswaterstaat toch iets zou moeten doen in geval er iets mis zou gaan met het ontwerp van de aannemer. De deskundige van de Bouwdienst besloot de vragenronde met de opmerking dat ‘design and construct’ voor het project Balgstuw niet zo goed is geweest.

Daarmee had hij niet het laatste woord. Uit de zaal viel te horen dat een D+C­contract voor een vaste prijs niet juist is geweest. “Als een opdrachtgever wat wil veranderen moet dat kunnen, maar dan moet hij wel geld meenemen”, stelde professor H. de Ridder van de TU Delft, deskundige op gebied van D+C­contracten.

De opdrachtgever moet volgens de hooggeleerde heer natuurlijk wel bezien of alles volgens de eisen en wensen verloopt. Om in te kunnen grijpen moet de Bouwdienst van Rijkswaterstaat het ontwerpproces bezien en zich niet bezig houden met de sommetjes.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels