nieuws

Deelproject N201 ‘geschikt’ voor alliantiecontract

bouwbreed

aalsmeer ­ Voor een deelproject van de om te leggen N201 heeft een alliantiecontract ­ de contractvorm die eerder met succes bij de Betuweroute werd toegepast ­ veruit de voorkeur. “Een alliantiecontract vergroot de kans op een product op maat, dat je zelf als opdrachtgever nooit achter de tekentafel had kunnen bedenken.”

De omlegging van de N201 die de komende tien jaar staat gepland, bevat 25 kilometer nieuwbouw. Het werk dat in totaal 700 miljoen euro vergt, wordt opgedeeld in een aantal deelprojecten. Twee deelprojecten ­ verbreding Kruisweg en doortrekking van de N201 van Hoofddorp naar de A4/A5 ­ worden op traditionele wijze uitgevoerd.

Voor de omlegging van Aalsmeer­Uithoorn ­ de aanleg van 6 kilometer nieuwe weg tussen de Amstel en de Ringvaart ­ is gekozen voor een alliantiecontract. Deze voor de infrastructuur betrekkelijk nieuwe contractvorm kenmerkt zich door gedeeld opdrachtgeverschap van overheid en marktpartijen, waarbij beide partijen voor bepaalde risico’s in een gezamenlijk fonds geld storten. Eventueel surplus vloeit terug naar beide partijen.

“De principe­keuze voor een alliantiecontract is gemaakt”, aldus ir. Daan Boddeke, projectleider Omlegging bij de provincie Noord­Holland. Deze keuze is niet zozeer ingegeven door de duur van het werk ­ het nieuwe wegdeel moet in 2008 klaar zijn ­ als wel door de complexiteit en de daarbij behorende risico’s. “Nog niet alle grond is bijvoorbeeld verworven, veel vergunningen moeten worden geregeld. We gaan door het grondgebied van enkele gemeenten. Theoretisch gezien lukt dat allemaal wel, maar in de praktijk blijkt het toch erg moeilijk om dit voor dergelijke grote projecten voor elkaar te krijgen.”

Besparingen

Om verschillende redenen heeft bij de N201 het alliantiecontract de voorkeur boven een dbfm­contract. “Bij het dbfm­contract is ook het onderhoud inbegrepen. Daarbij weet je nu nog niet hoeveel auto’s van de weg gebruik gaan maken, zodat je slecht de onderhoudskosten kunt ramen. Dit ligt anders bij een snelweg. Daarnaast onderzoekt de provincie momenteel de mogelijkheden om het onderhoud in bepaalde regio’s uit te besteden. Dat zou dan te combineren zijn met de N201.” Maar ook de financieringsvorm stuit op bezwaren. “De aannemer schiet bij een dbfm­contract geld voor, maar de provincie is uiteindelijk goedkoper uit als ze zelf naar een bank stapt.”

Het deelproject bevat onder andere een 600 meter lange gesloten tunnel onder de Ringvaart en een 350 meter lange open tunnelbak door Aalsmeer. Boddeke: “Dergelijke specifieke bouwtechnische onderdelen vragen om innovatieve oplossingen. Al bij het ontwerp kunnen met deze contractvorm besparingen worden gerealiseerd. De ervaring bij de Betuweroute leert dat in de ontwerpfase weliswaar 8 miljoen euro meer is besteed aan engineering, maar dat dit in de uitvoeringsfase tot grotere besparingen heeft geleid. Als opdrachtgever moet je dus een plan bieden, dat daarvoor ruimte biedt. Dat betekent dat niet alles tot in detail hoeft te worden uitgezocht en dat een opdrachtgever abstracter moet formuleren, zich moet beperken tot het omschrijven van functionele eisen.”

Het feit dat beide partijen een belang hebben, verkleint de kans op kostenoverschrijdingen. Mr. Albert de Vries, directeur van het Projectbureau N201+, ziet nog een ander voordeel. “Deze contractvorm vergroot de kans op een product op maat, dat je zelf als opdrachtgever nooit achter de tekentafel had kunnen bedenken.”

De provincie Noord­Holland werkt momenteel aan de aanbestedingsdocumenten. Boddeke: “We zitten in de fase waarin het d&c­contract wordt voorbereid. De planning is om dit deelproject begin 2004 aan te besteden; medio volgend jaar kan dan de gunning plaatsvinden.”

Vangnet

De projectorganisatie verwacht dat de tijd tussen gunning en het afsluiten van het alliantiecontract zo’n vier maanden zal vergen. “Uiteindelijk worden er twee contracten afgesloten; een d&c­contract en een alliantiecontract” vult De Vries aan. “De partijen zullen overeenstemming moeten bereiken over welke restrisico’s uiteindelijk in het risicofonds komen. Maar er is altijd een vangnet in de vorm van het basiscontract.”

Een alliantiecontract is een noviteit in de wegenbouw. De contractvorm werd voor het eerst toegepast door de Waardse Alliantie bij de Betuweroute op het tracégedeelte Sliedrecht­Gorinchem. De Vries: “De basis van de traditionele manier van bouwen is een conflictmodel, dat leidt vaak tot kostenoverschrijdingen. Met deze contractvorm gaan we meer bouwen volgens een samenwerkingsmodel: opdrachtgever en opdrachtnemer hebben hun belangen zo veel mogelijk gelijkgeschakeld. De contractvorm doorbreekt wel de door de bouwfraude nagestreefde scheiding opdrachtgever­opdrachtnemer.”

Valkuilen

Het Projectbureau N201+ heeft zich uitgebreid laten informeren over de ervaringen bij de Betuweroute. Het ‘culturele aspect’ wordt als een van de valkuilen aangemerkt. Boddeke: “Deze contractvorm vereist vertrouwen en een andere manier van werken. De provincie zal als opdrachtgever in een alliantie toch meer op afstand opereren, als een aandeelhouder in een joint venture. De alliantie is een zelfstandig opererende organisatie met een gemeenschappelijk doel. Dat vergt relatief meer overleg, maar kan ook relatief meer opleveren.”

Bij de Betuweroute bleef het werk met het alliantiecontract zowel binnen bouwtijd als budget. De alliantie bleek uiteindelijk zo’n 15 procent onder de raming van de overheid te zitten. Wat zijn de verwachtingen voor de N201? De Vries: “Het streven is om bij de N201 binnen het budget te blijven. Eventuele winst is mooi meegenomen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels