nieuws

Architect in een wereld zonder regeltjes

bouwbreed

paramaribo ­ Dertien jaar geleden vertrok architect Filip Dikland naar Suriname. In Nederland werd zijn creativiteit in de kiem gesmoord, het was hem te bekrompen. Samen met zijn, Surinaamse vrouw, eveneens architect, zette hij in economisch moeilijke tijden een eigen bedrijf op dat nu tot de meest toonaangevende van Suriname wordt gerekend.

Al voor de voltooiing van zijn studie architectuur in Delft had Dikland het al door: in Nederland zou het nooit wat worden. De twee ontwerpen waarmee hij serieus meedong naar projecten, werden van de hand gewezen door welstandscommissies. “Ik was Nederland toen spuugzat en besloot met mijn vrouw naar haar geboorteland te gaan.” Dat was, eind jaren tachtig, niet de meest florerende periode in Suriname. De militaire dictatuur onder aanvoering van Dési Bouterse liep met horten en stoten op zijn eind, de economische puinhoop was enorm. Toch durfden Dikland en zijn vrouw het aan een architectenbureau uit de grond te stampen: KDV, Kartodikromo (de naam van zijn vrouw) Dikland Vennootschap. En met succes, want de ontwerpen van KDV zijn niet meer uit het Surinaamse straatbeeld weg te denken.

De meest opvallende bouwwerken waar Dikland de hand in heeft gehad zijn te vinden in het centrum van Paramaribo. Tussen veelal saaie winkelpanden in de Maagdenstraat bijvoorbeeld, waar het warenhuis Kirpalani, een begrip in Suriname, is gestoken in een nieuw kleurrijk jasje. Het felle blauw en rood steekt schril af tegen het grijs en grauw van andere panden in de drukke winkelstraat. Elders in de stad is het niet anders met de ontwerpen van KDV: de bank Godo in de Verlengde Keizerstraat springt al even kleurrijk direct in het oog. In de Gravenstraat kijkt menig voorbijganger op bij het zien van de vernieuwde voorgevel van de verzekeringsmaatschappij Parsasco.

“Ik hou van felle kleuren, anders wordt het zo saai. Bovendien kun je je als bedrijf op die manier profileren. In Nederland zou dit langs geen enkele commissie komen, daarom voel ik mij hier thuis. Hier kan ik echt tot mijn recht komen. Daarnaast is Suriname een te kleine markt om je te specialiseren. Ik doe echt van alles, van winkelpanden tot villa’s, van ziekenhuizen tot autoshowrooms.”

Maar wie denkt dat Dikland zich alleen richt op de moderne bouw, vergist zich deerlijk. Zo opvallend als zijn hedendaagse ontwerpen zijn, zo befaamd is hij vanwege de restauratieprojecten van historische, eeuwenoude gebouwen. In de Gravenstraat legt hij, als architect en directievoerder, de laatste hand aan de restauratie van een achttiende eeuws houten pand van het Bisdom Paramaribo. En op de plantage Frederikslust wordt met man en macht gewerkt aan het herstel van een dokterswoning en een herenhuis uit diezelfde periode.

Authentieke staat

Geen eenvoudige opdrachten. Want Dikland probeert alles zoveel mogelijk in authentieke staat terug te brengen. “Zodra ik zo’n opdracht krijg duik ik dagenlang in de archieven, ga op zoek naar tekeningen en probeer te achterhalen hoe het originele ontwerp was. En vind ik dat niet, dan ga ik op zoek naar vergelijkende ontwerpen. Bovendien probeer ik de originele materialen te gebruiken. Bij de dokterswoning op Frederikslust waren dat Surinaamse houtsoorten, waaronder groenhout.”

Zij passie voor het oude is ook gelijk zijn hobby, waar al zijn beschikbare vrije tijd aan op gaat. Zodra het kan duikt hij de bossen in of verwilderde gebieden langs de rivieren om aan de hand van summiere gegeven op zoek te gaan naar restanten van al lang vergeten plantages, en in het bijzonder naar de bouwwerken die er hebben gestaan. Hij speurt in de archieven na wie er hebben gewoond, welke producten er werden geteeld. Op de schat aan informatie die hij in de loop der jaren heeft verzameld, kan menig historisch archief jaloers zijn. “Het helpt mij bij het begrijpen van de bouwstijlen van vroeger en bij het opstellen van een restauratieplan. Maar bovenal vind ik het leuk om te doen.”

Veel last van de nog altijd heersende economische crisis heeft Dikland niet. “We staan er om bekend dat we veel kwaliteit in huis hebben. Medewerkers leiden we hier om die reden ook zelf op. Er zijn altijd perioden dat het wat minder is, zoals nu. Maar dat trekt ook altijd weer aan. Wij hebben altijd meerdere opdrachten, dus de risico’s zijn gespreid. Alleen bij de overheid, die geen geld heeft, is het al enkele jaren wat minder. Maar dat zijn toch niet de beste betalers.” Spijt van hun verhuizing naar Suriname hebben Dikland en zijn vrouw nooit gehad. “Ik voel mij als een vis in het water. Hier heb ik de vrijheid om mij te ontplooien, om wat te experimenteren, zonder dat je creativiteit ten onder gaat aan teveel regeltjes. Dat is een onbeschrijfelijk gevoel dat ik in Nederland nooit zou hebben.

‘Ik was Nederland spuugzat en besloot weg te gaan’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels