nieuws

Zonnestraal, vat vol tegenstrijdigheden

bouwbreed Premium

hilversum – Al bij de opening in 1928 was het sanatorium Zonnestraal in Hilversum een tegenstrijdig geval, zowel bouwkundig als functioneel. De bijzonder fraaie en peperdure restauratie brengt daar geen verandering in. Integendeel, want de dynamiek van de moderniteit laat zich niet handhaven door een restauratie.

Het is een vreemde ervaring om in het gerestaureerde hoofdgebouw van �monument Zonnestraal� rond te lopen. Het klopt gewoon niet; het gebouw zou inmiddels verdwenen moeten zijn, vermorzeld tussen de tandwielen van de moderne tijd.

Maar het staat er echt, volledig opgeknapt en zelfs subtiel gewijzigd, zodat het niet over vijftien jaar weer hoeft te worden gerestaureerd. Toch zou dat misschien het meeste recht doen aan het monument: een beschermde cyclus van opknappen en weer instorten.

Hoe het ook zij, de initiatiefnemers en alle andere bij de restauratie betrokken personen zijn zeer trots op hun prestatie. En terecht. De restauratie is een juweel van vakmanschap en de directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, prof. drs. A.L.L.M. Asselbergs, toonde zich dan ook zeer tevreden. “Onze overtuiging is gegroeid dat de rest met dezelfde kwaliteit zal worden voltooid.”

Het gaat dus dóór: waarschijnlijk al in 2005 is de restauratie van het gehele complex een feit, ook van de twee paviljoens.

In plaats van de leef- en arbeidsomstandigheden van de diamantslijpers aan te pakken werd in de jaren twintig van de vorige eeuw het sanatorium Zonnestraal opgezet.

De beroemde architect Berlage zag van de opdracht af; hij deed hem over aan een stel �jonge honden�, J. Duiker, B. Bijvoet en J.B. Wiebenga. Zij wilden weinig van het traditionele bouwen weten en dat is aan het ontwerp en de uitvoering af te lezen. Daken met te weinig afschot en onvoldoende opstand, beton zonder details (zelfs geen waterhol), raamvlakken van eindeloos aan elkaar gelaste, te lichte profielen, betonnen plaatjes van 8 centimeter dik, of het nu een wand, vloer of dak betrof maakte hen niet uit.

Het is vrijwel onmogelijk dat het gebouw niet weer zal gaan lekken, gebreken vertonen, vies worden. De stalen hekjes staan gewoon vlak op het beton; zo�n detail is vragen om roestvorming. Pas bij de bouw van het Dresselhuyspaviljoen begonnen de ontwerpers in te zien dat het iets bouwkundiger moest. De profielen zijn wat sterker, het gebouw is niet meer aan elkaar �gebreid� en er verschijnen zelfs prefab elementen. De tand des tijds heeft dit gebouw echter het zwaarst getroffen; sommige delen zijn al ingestort. Het paviljoen is nu ingepakt in wit plastic, als betrof het een kunstwerk.

Het hoofdgebouw heeft geluk gehad. In de loop der jaren zijn er veel bouwvolumes omheen geplaatst, de kozijnen vrijwel allemaal verdwenen en is het in gebruik gebleven. Juist daarom was het mogelijk om het vrijwel geheel te strippen en te herbouwen als een replica van het origineel. Maar, de tegenstrijdigheden blijven zich opstapelen, met een nieuwe bestemming.

Een instituut voor fysiotherapie krijgt de hoofdmoot, in een zijmoot komt een specialist voor huidbehandeling. Met dubbel glas, maar niet op de hoeken, omdat anders de lampen daar dubbel zouden spiegelen en het glas zijn helderheid zou verliezen.

Het dubbele glas bestaat uit 3 millimeter floatglas, 4 millimeter spouw en 3 millimeter getrokken glas. Voor wie het wil zien lijken de tegenstrijdigheden eindeloos. Bijvoorbeeld, in de grote zaal op de verdieping zijn twee vouwwanden aangebracht om de ruimte te kunnen scheiden voor verschillende functies.

De wanden zijn van helder glas, om de vorm van de ruimte niet teniet te doen.

Een �wegwerp-maatpak van zo weinig mogelijk materiaal� is gerestaureerd en komt op de wereldlijst van monumenten. Een sanatorium, geboren uit het socialisme, �symbool voor een gelijkwaardiger maatschappij en een betere wereld voor iedereen� is nu bestemd voor de bevrediging van de behoefte van de kapitalistische �zorgconsument�.

De deuren zijn nog steeds 190 centimeter hoog, de deurkruk op 85 centimeter. De moderne mens stoot zijn hoofd tegen de deurdranger. Maar de stuc-lagen zijn verwijderd en vervangen door spuitbeton, om de constructie wat meer uithoudingsvermogen te geven.

Kortom, Zonnestraal was en is een vat vol tegenstrijdigheden. Juist daarom is de restauratie van het hoofdgebouw een buitengewone prestatie, die de dynamiek en vergankelijkheid van Zonnestraal weer toekomst geeft.

Projectgegevens

Opdrachtgever

Stichting Loosdrechtse Bos, Hilversum, in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist, en de gemeente Hilversum.

Projectmanagement

RO Groep, Maastricht.

hoofddraagconstructie

ABT adviesbureau voor bouwtechniek, Velp.

Adviseur bouwfysica

DGMR raadgevende ingenieurs,

Adviseur installaties

Deerns raadgevende ingenieurs, Maas-tricht.

Bouwkundig aannemer

Jurriëns Bouw, Utrecht.

Aannemer installaties

Kropman installatietechniek, Utrecht.

Oorspronkelijke architecten

J. Duiker, B. Bijvoet en

J.G. Wiebenga.

Architecten restauratie

Hubert-Jan Henket architecten en Wessel de Jonge architecten.

Landschapsarchitect

Bureau Alle Hosper, Haarlem.

Het is zeer goed mogelijk dat het

gebouw weer gaat lekken

Reageer op dit artikel