nieuws

We moeten af van discussies over aansprakelijkheid We geven het niet graag toe maar iedereen maakt fouten.

bouwbreed

soms doden te betreuren.

We beschikken inmiddels in Nederland over de nodige voorbeelden: een toneeltoren in Hoorn die tijdens de bouw bezwijkt, ECO woningen in Dordrecht die bij oplevering slooprijp blijken te zijn, een parkeerdek in Tiel dat vlak na een beurs gedeeltelijk instort en balkons in Maastricht die na oplevering instorten. In het laatste geval met twee dodelijke slachtoffers. De vraag is dan altijd: wie is hiervoor verantwoordelijk?

Bouwen is complex. Een gebouw leeft op gespannen voet met de natuurwetten. Een bouwwerk wil altijd wel wegzakken, omvallen of instorten. Daarbij moet het binnen warm zijn terwijl het buiten vriest, stil zijn als het buiten lawaaiig is en droog terwijl het regent.

Er zijn vele partijen en adviseurs betrokken bij het bouwproces. Partijen met verschillende belangen die elkaars taal niet even goed beheersen. Ontwikkelaars, architecten, constructeurs, aannemers, producenten van bouwmaterialen en tenslotte het gemeentelijk BWT. De regelgeving rond het bouwen is complex, vooral door het hanteren van prestatie eisen. De berekeningsmethode speelt een grote rol, maar ook de uitgangspunten bij een berekening.

Verbindingen

We kunnen een verdeling maken in: ontwerpfouten, materiaalfouten en uitvoeringsfouten. Het belangrijkste bij het technisch ontwerp is de samenhang van de constructie. Een gebouw wordt meestal opgebouwd uit losse constructie onderdelen die elk op zich goed kunnen voldoen maar niet altijd een goed geheel vormen. Het risico zit vooral in de verbindingen tussen de verschillende te assembleren onderdelen. In principe is dat het terrein van de hoofdconstructeur.

Ontwerpfouten kunnen ontdekt worden door het gemeentelijk BWT, bij het indienen van de bouwaanvraag. Dat wil zeggen, als de aanvrager ook goede tekeningen en berekeningen verstrekt. Dat gebeurt niet altijd.

De opdrachtgever start het indienen van een gedetailleerd technisch ontwerp pas als hij zeker weet dat er een bouwvergunning verkregen kan worden. BWT kan er dan voor kiezen de aanvraag niet in behandeling te nemen wegens het ontbreken van stukken. Als de aanvraag reeds in behandeling genomen is en er kan aan de hand van de stukken niet geconstateerd worden dat een en ander in de vergunning voldoet kiezen BWT�s er meestal voor om deze te weigeren. Een betere oplossing is de vergunning op hoofdlijnen met nadere eisen. Daarbij moeten detailtekeningen en berekeningen drie weken voor de start van de betreffende werkzaamheden worden overlegd. Het nadeel daarvan is wel dat we dan al in de uitvoering zitten en elke vertraging op dat moment geld kost. Er is dan vaak weinig ruimte voor het beantwoorden van vragen van BWT over voorliggende bescheiden. Maar ook BWT kan een ontwerpfout over het hoofd zien. Dit hoeft geen kwestie te zijn van gebrek aan expertise, maar kan gebeuren wanneer tekeningen en berekeningen steekproefsgewijs gecontroleerd worden. Dat kan wanneer bij een goede dwarsdoorsnede van de ingediende tekeningen en berekeningen geconstateerd wordt dat de berekeningswijze en uitgangspunten hierbij akkoord zijn. Daarin schuilt wel het risico dat ergens een foutief onderdeel meegenomen wordt in de vergunning.

Tenslotte kan het voorkomen dat BWT en de constructeur het met elkaar oneens zijn. Het betreft dan meestal aannames bij de berekening, of de berekeningsmethode. De discussie wordt daarbij sterk beheerst door de tegengestelde belangen. BWT wil een zo groot mogelijke veiligheidsmarge en de bouwer wil uitsluitend voldoen aan een hard minimum. Het werken met minimum marges is echter een slechte zaak omdat het voorbij gaat aan de kwetsbaarheid van alles wat op papier staat tijdens de uitvoering.

Belangrijke discussiepunten hierbij zijn de zogeheten �tweede draagweg� en de �voortschrijdende instorting�.

Productcertificaten

De productie van bouwmaterialen kent een hoge mate van specialisatie en standaardisatie en vind plaats onder gecontroleerde omstandigheden. Meestal gelden daarbij productcertificaten, die een bepaalde prestatie-eis garanderen. Daarom wordt aangenomen dat daar relatief zelden de oorzaak van bouwfouten gevonden zal worden.

Wél kan het voorkomen dat aan de leverancier verkeerde specificaties zijn opgegeven, waardoor het betreffende onderdeel niet geschikt is voor die specifieke toepassing. Ook kan het gebeuren dat het betreffende materiaal tijdens transport of opslag op de bouw schade of kwaliteitsverlies oploopt.

Uitvoeringsfouten

In de regel is dit het meest kwetsbare gedeelte van het bouwproces. Elk gebouw is anders waardoor beproefde oplossingen niet altijd mogelijk zijn. De omstandigheden zijn veel minder gecontroleerd en er is altijd sprake van tijdsdruk. De kwaliteit van de uitvoering is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de betreffende aannemer, maar ook van de kwaliteit van de uitvoeringstekeningen die door de constructeur aangeleverd worden. Een veelgehoorde klacht van uitvoerders is dat bestektekeningen soms erg globaal zijn, vaak gewijzigd worden en dat het overzicht ontbreekt. Daarom is het van belang dat er een hoofdconstructeur betrokken is bij de uitvoering en de uitvoerder bijstaat bij het nemen van beslissingen. Deze is helaas op veel werken wegbezuinigd. Wanneer er afgeweken moet worden van de bouwvergunning is het belangrijk om betreffende wijzigingen goed door te spreken met het gemeentelijk BWT. Toch wordt dit soort aanpassingen niet altijd gemeld omdat men vertragingen vreest.

Vaak zijn wijzigingen al snel onzichtbaar geworden in de constructie. Hier wringt voor BWT�s vaak de schoen. Bij het ontstaan van calamiteiten komt de rol van BWT vrijwel altijd aan de orde. In de analyses zit vaak de veronderstelling verborgen dat BWT in staat moet zijn via controles alle mogelijke fouten te onderscheppen. Dat is volstrekt onhaalbaar. De bouwleges waaruit het apparaat meestal wordt betaald zouden dan eveneens moeten verdubbelen. Nou zou dat een keuze kunnen zijn, maar het is altijd beter te investeren in het voorkomen van fouten dan in het ontdekken daarvan. Een goede communicatie met BWT tijdens het gehele proces kan een belangrijke rol spelen bij het voorkomen van fouten.

Uit het voorgaande moet gebleken zijn dat er op verschillende momenten verschillende soorten fouten gemaakt kunnen worden. En dan kan het ook eens goed mis gaan. Om vast te stellen wie daarvoor aansprakelijk is moet er eerst onderzocht worden wat er precies is misgegaan. Dat is niet altijd even eenvoudig. Maar stel dat het euvel redelijk goed te traceren is, dan zijn er nog verschillende omstandigheden relevant:

� Was er een bouwvergunning of bouwde men illegaal.

� Is de bouwvergunning in orde of zijn er zaken over het hoofd gezien.

� Is er tijdens de bouw afgeweken van de bouwvergunning en zijn deze afwijkingen gemeld aan het BWT.

� Is voor de afwijking toestemming verleend door BWT.

� Als de fout in de afwijking ligt, is er een constructeur geraadpleegd of heeft de uitvoerder naar eigen inzicht gehandeld.

� Heeft BWT gecontroleerd of niet en was de afwijking redelijkerwijs eenvoudig te constateren. Als dat allemaal vastgesteld kan worden is het tenslotte de vraag of er bij een van de betrokken partijen sprake is van �ernstig nalatig handelen� in de uitoefening van hun taken.

Van fouten moet je leren. Maar dat is lastig omdat je fouten dan eerst moet toegeven. Daarvoor zijn de belangen vaak te groot. Toch moet daar iets op gevonden worden.

� Er zou een neutrale instantie gecreëerd kunnen worden die namens de bouwpartners bouwfouten structureel onderzoekt, met de plicht de kennis die hierdoor ontstaat te anonimiseren en voor alle partijen beschikbaar te stellen. Deze instantie zou er bovendien voor moeten zorgen dat deze kennis ook op de onderwijsinstituten terechtkomt en in het lesprogramma opgenomen.

� De communicatie tussen de bouwpartners tijdens het bouwproces moet worden verbeterd. Daarbij kan het helpen om vooral voor grote en complexe bouwplannen met elkaar de �kritische bouwfasen� in een bouwproject te onderkennen. Er kan dan ruimschoots op tijd informatie uitgewisseld worden zonder dat de bouw hoeft te worden vertraagd. Het helpt daarbij als BWT�s met toetsprotocollen werken.

� Ten slotte moet ervoor gepleit worden om de hoofdconstructeur nadrukkelijk terug te brengen op de bouw.

Kortom: we moeten af van discussies over aansprakelijkheid en het hebben over onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Dit is een aangepaste versie van de lezing van ir. C.M. Rach, hoofd Bouwtoezicht Rotterdam die tijdens het Cobouwcongres �Aansprakelijkheid bij bouwfouten� 11 december 2003 in Utrecht is uitgesproken.

Risico zit vooral in verbindingen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels