nieuws

Buruma: Vervolg alleen corrupte ambtenaren

bouwbreed

nijmegen – Het Openbaar Ministerie moet bouwfraudezaken laten vallen en alleen afgaan op omkoping van ambtenaren. In de nasleep heerst vooral radiostilte waardoor de kans toeneemt dat bouwers de koppen weer bij elkaar steken. De parlementaire enquêtecommissie heeft bovendien al aangetoond hoe erg de praktijken waren.

Dat zegt prof.mr. Y. Buruma, hoogleraar strafrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was juridisch adviseur van de parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid. De nasleep van de parlementaire enquête, meent hij, duurt veel te lang. Een toespitsing van het strafrechtelijk onderzoek op het omkopen van ambtenaren kan de afronding versnellen.

Buruma meent in dit geval dat het landsbelang en het blootleggen van de omvang van de bouwfraude belangrijker is dan het belang van individuen. Hij vindt het daarom terecht dat de Tweede Kamer het zware middel van de parlementaire enquête heeft ingezet en het blootleggen van illegale praktijken heeft verkozen boven het aanpakken van enkele bestuursvoorzitters.

De hoogleraar doet geen schatting hoeveel straf hen wacht, omdat hij geen vergelijkbare zaken kent. Een jarenlange gevangenisstraf zit er waarschijnlijk niet in. “Bovendien zijn deze mensen al door de mangel gehaald, omdat ze sinds het begin van het onderzoek in afwachting zijn van wat hen boven het hoofd hangt”, aldus Buruma.

Rechtsongelijkheid

Hij vindt niet dat sprake is van rechtsongelijkheid omdat Justitie slechts enkele bouwers vervolgt en anderen straf ontlopen. “Dus bijvoorbeeld als je op de A2 te hard rijdt en een boete krijgt, en je collega rijdt op dat moment op de A15 evenveel te hard, maar daar staat geen flitspaal”, verduidelijkt Buruma. Hij erkent dat de schijn daarmee is gewekt dat een enquête tot gevolg heeft dat er geen vervolging komt. “Dat is de prijs die je moet betalen.”

Overigens denkt hij niet dat de enquête het uitbannen van prijsafspraken en vooroverleg tot gevolg heeft. “Als je een werk hebt dat vijftien jaar gaat duren, ontkom je niet aan het verdelen van werk”, denkt Buruma. Hij ziet maar één oplossing voor het stoppen van de praktijken: agressief buitenlandse bouwers uitnodigen bij aanbestedingen. “Deze moeten uitdrukkelijk worden gevraagd en één op de drie werken krijgen. Als de Nederlandse tak komt klagen, jammer dan van de werkeloosheid, maar het komt door jullie.” Bovendien zou Nederland met de resultaten van de enquête in Brussel moeten waarschuwen voor mogelijk dezelfde praktijken op Europees niveau. “Kijk maar eens bij de bouw van het Olympisch dorp in Griekenland. Daar klopt geen donder van”, weet hij.

Mededinging

In het mededingingsrecht ziet hij nog mogelijkheden voor legale werkverdelingen. “Laat zien welke bedrijven prijsafspraken hebben gemaakt. Dan krijg je marktverdeling, ja, maar er is ook concurrentie tussen consortia.”

De commissie heeft, vindt Buruma, goed werk geleverd. De tijd zat niet mee, gezien alle andere zaken die speelden, zoals de moord op Fortuyn en de Srebrenica-enquête. De bemoeienis van Buruma bij de bouwenquête richtte zich vooral op de procedures over getuigen die niet wilden verschijnen en op het kort geding dat de commissie aanspande tegen Deloitte & Touche om inzage in de archieven af te dwingen.

“Een getuige verkeert in een bijna rechteloze positie omdat hij onder ede moet antwoorden. Wat hij voor de enquête zegt, mag niet meer tegen hem worden gebruikt als het tot vervolging komt.” Dat speelt nu, omdat het strafrechtelijk onderzoek tegelijk met de enquête loopt. Er is wel afstemming geweest, maar de gevolgen van de samenloop van de twee onderzoeken – van justitie en het parlement – moeten volgens Buruma worden genomen. Dat betekent dat foute bouwers waarschijnlijk vrijuit gaan. “Dat is de consequentie die je moet nemen als je het middel van de parlementaire enquête inzet. Bij een gemiddelde strafrechtelijke zaak is het verkeerd dat de boef vrijuit gaat.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels