nieuws

Vakmanschap is belangrijker dan geboorteland

bouwbreed Premium

zoetermeer – Aannemers werven nauwelijks personeel onder allochtonen, bleek onlangs uit een rapport van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). Hans van Berkel, personeelsfunctionaris van Ballast Nedam Bouw bestrijdt dat beeld.

Bouwplaats Oosterheem in Zoetermeer. Hans Bakker houdt een balk vast terwijl zijn collega Cevdet Atala voorover buigt om de paal te verankeren. “Je ziet zeker wel wie er werkt hè?”, galmt Van Berkels stem. Atala richt zich op, zet de handen in zijn zij en grijnst van oor tot oor. “Nou hoor je �t ook eens van een ander”, plaagt hij zijn maat.

Atala, afkomstig uit Turkije, is een van de allochtonen die Ballast Nedam Bouw in dienst heeft. Van de 1650 medewerkers komt 2,5 procent niet uit Nederland. “We hebben goede ervaringen met mensen uit andere landen”, zegt Van Berkel. “Bij ons werken Turken, Kaapverdianen, Surinamers en Marokkanen. Het zijn heel gemotiveerde mensen. We kijken dan ook niet naar iemands geboorteplaats of huidskleur. �The best man for the job� is voor ons het criterium.”

Uit het EIB-rapport komt een ander beeld naar voren. Bouwvakkers met een kleurtje zijn zeldzaam. Aannemers zoeken hun personeel niet onder mensen van buitenlandse komaf. Als er al eens een Turk, een Marokkaan of een Surinamer in de bouw werkt, dan heeft hijzelf het initiatief genomen. Alle pogingen om bouwbedrijven aan te zetten tot het actief werven onder allochtonen ten spijt.

Advertentie

In de bouwkeet haalt Van Berkel een krantenknipsel uit zijn zak: �Bouw mijdt allochtone bouwvakker�. “Ik begrijp er niks van. Ik doe dit werk nu 28 jaar en ik heb nog nooit onderscheid gemaakt tussen Nederlanders en buitenlanders. En ik ken ook geen aannemers die dat wel doen. Ik bestrijdt de stelling dat de bouw allochtonen mijdt.”

Toch werft ook Ballast Nedam Bouw niet actief onder buitenlanders. “Als ik personeel zoek”, zegt F. van Oorschot, directeur personeel en organisatie van Ballast Nedam Bouw, “zet ik geen advertentie met daarin de woorden �allochtonen gevraagd�. Maar als ze solliciteren, zijn het voor ons volwaardige kandidaten.” Van Berkel: “Een bouwplaats moet een mix zijn van allerlei nationaliteiten. Ik zou het daarom verkeerd vinden om onder heel specifieke groepen te gaan werven. En dat zeg ik echt niet omdat er spanningen bestaan tussen buitenlanders en Nederlanders. Er is geen wrijving. Geen enkele bouwvakker protesteert als zijn maat uit een ander land komt.” Atala voelt zich volkomen geaccepteerd. “Ik heb nog nooit een vervelende opmerking naar mijn hoofd gekregen. Er wordt wel eens een geintje gemaakt, maar dat gebeurt overal. Het hoort er gewoon bij.”

Zelfde niveau

Zijn collega Bakker: “Geel, groen, blank of zwart, we zitten op hetzelfde niveau, dus gaan we goed met elkaar om.”

Om dat te onderstrepen voeren ze aan dat ze al tien jaar een duo vormen. “In het begin moesten we even aan elkaar wennen”, vertelt Bakker.

Atala knikt. “Dat heb je altijd als je een nieuwe collega krijgt.” Nu zijn ze vertrouwd. Een enkel woord, een gebaar zelfs is voldoende om elkaar te begrijpen. Van Berkel kijkt de mannen aan. “En nog nooit viel er tussen jullie een onvertogen woord hè?” Bakker en Atala glimlachen zwijgend. “Dan moet je bedenken”, zegt Van Berkel, “dat ze elke dag negen uur samen optrekken. Ze zien elkaar vaker dan hun vrouw. Vertel mij dan eens, waarom zou de bouw allochtonen mijden?”

Reageer op dit artikel