nieuws

Observatiemethoden winnen terrein

bouwbreed

den haag – Onzekerheden over de eigenschappen van de ondergrond maakt dat het ontwerpen van geotechnische constructies soms gebeurt met veilige schattingen. De constructies vallen daardoor veelal te duur uit. Het toepassen van observatiemethoden zorgt ervoor dat de constructie tijdens de aanleg kan worden toegesneden op de werkelijke omstandigheden.

Observatiemethoden kunnen zorgen voor een terugkoppeling van werkelijk tijdens de uitvoering van een project optredende gegevens naar het ontwerp. Dat betekent dat bepaalde onzekerheden over het gedrag van de ondergrond worden weggenomen. Daardoor zullen risico�s en kosten beter te beheersen zijn. Blijken de meetgegevens tijdens de bouwfase gunstiger dan waarmee is gerekend – aan van tevoren rekenen valt natuurlijk niet te ontkomen – dan kan worden volstaan met een lichter ontwerp. Valt het tegen, dan moet tijdens de bouw worden overgeschakeld naar een zwaarder ontwerp.

Observatiemethoden zijn niet nieuw. De Traditionele Observatie Methode werd beschreven in 1970 en is gebaseerd op meest waarschijnlijke condities. De methode van Voortschrijdende Aanpassingen uit 1998 begint juist met een conservatief ontwerp. Er is ook een probabilistische methode die wel tot een optimale constructie leidt, maar die is nog te ingewikkeld voor praktische toepassing.

Nadeel van deze methoden en varianten is dat tijdens de uitvoering veel reken- en interpretatiewerk nodig is. De Observatie Methode met Scenario�s van Van de Kamp kent dat bezwaar niet. Van de Kamp heeft de methode met scenario�s ontwikkeld als onderdeel van zijn afstuderen dit jaar bij de TU Delft Civiele Techniek.

Het toepassen van observatiemethoden bij ontwerp en uitvoering ziet prof.dr.ir. H.A.J. de Ridder, hoogleraar integraal ontwerpen bij de TU Delft, als een verrijking van de ontwerppraktijk. Dat volgens de methode van Van de Kamp tevoren een aantal scenario�s (gunstig, verwacht, ongunstig) moeten zijn bezien, is volgens hem geen bezwaar. Ontwerpers moeten toch al in varianten denken. En een dynamische manier van denken sluit goed aan bij een aanpak waarbij het ontwerp wordt aangepast aan gedrag en meetwaarden tijdens de uitvoering.

Contractvorm

Het toepassen van de methode past volgens De Ridder goed in de regelgeving. Wel is het zaak de goede contractvorm te kiezen. Dat moet er een zijn waarin bij zowel de aannemer als de opdrachtgever de wil is samen een project te realiseren, terwijl nog niet precies bekend is hoe het zal worden. Een bouwteam of een alliantie is daarvoor het meest geschikt. In zo�n contract moet dan vastliggen welke criteria zullen worden gehanteerd voor het al dan niet wijzigen van het ontwerp in geval meetwaarden gaan afwijken. Is dat eenmaal gebeurd, dan moet je je volgens de hoogleraar wel houden aan wat van tevoren is afgesproken.

Ook drs.ing. R.R. Schrijver van geotechnisch adviesbureau GeoDelft is overtuigd van de voordelen van de observatiemethoden. De directe koppeling van meetwaarden met het ontwerp is in Nederland nog niet veel gedaan, maar het het project Tramtunnel had niet zonder monitoren kunnen worden afgebouwd. Op dat project is het monitoren bedoeld om in te kunnen grijpen als zich een ongewenste gebeurtenis voordoet.

Monitoren bij de uitvoering en het werkelijk gedrag terugkoppelen naar het ontwerp zal naar zijn mening zeker voordelen hebben. Bij het project voor een gedeelte van de Betuweroute, waar het bureau actief is geweest, zijn de voordelen van kennis omtrent werkelijk gedrag van grond onder belasting al gebleken. De sterkte bij proefbelasten bleek twee keer groter dan tevoren uit andere gegevens was vastgesteld. De voordelen van die kennis bleken aanzienlijk. Alhoewel het ontwerp niet is aangepast is hier ook monitoring tijdens de uitvoering toegepast om ongewenste gebeurtenissen te voorkomen.

Overigens is Delft Cluster op gebied van monitoring bezig met ontwikkelen van een monitoringsysteem. De eerste drie delen van het Hermes-systeem zijn inmiddels operationeel (voorstudie, voorlopig ontwerp en definitief ontwerp). Naar Schrijver zegt wordt gewerkt aan koppeling van het definitief ontwerp met monitoring tijdens de uitvoering. Dat zou volgend jaar gereed kunnen zijn.

Bij de afstudeerrichting Waterbouwkunde en Geotechniek van de TU Delft zijn de observatiemethoden nog steeds onderwerp van onderzoek. Dr.ir. S. van Baars wil bijvoorbeeld nog beter weten wanneer en waar deze aanpak kan worden gevolgd. Bekend is dat de werkwijze met het aanpassen van het ontwerp tijdens de uitvoering bij grote variabele belastingen of bros bezwijken en progressief falen niet is toegestaan. In het buitenland worden dergelijke methoden al veel meer toegepast. In Delft bekijkt Baars nu of Nederland niet iets mist. Hij benadrukt echter wel dat los van een meer wetenschappelijke benadering ook de maatschappij ervan overtuigd moet raken dat een aanpak met observatiemethoden tot goede oplossingen leidt.

�Een verrijking

voor de ontwerppraktijk�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels