nieuws

Nadruk ligt nog op afschuiven van verantwoordelijkheden

bouwbreed

meldde Jan Vambersky dat veel schadegevallen hun oorsprong hebben in het ontwerp. Schade komt dus niet voort uit een verkeerde uitvoering. De ontwerpende partijen en de constructeurs zijn zich van deze situatie bewust. Het verontrustende is dat de overige partijen, inclusief de overheid, het structurele probleem niet onderkennen en het laten voor wat het is.

Door de commercie gedreven partijen leggen er vaak nog een schepje bovenop. Boekdelen in deze spreekt mijns inziens de omschrijving van de werkzaamheden constructeur die door een bouwproces management adviseur is opgesteld als een contractstuk tussen de opdrachtgever en de constructeur. De constructeur wordt hierin gehouden (citaat) “erop toe te zien dat de verwezenlijking van zijn ontwerp geschiedt in overeenstemming met zijn bedoelingen”. De constructeur wordt er dus aan gehouden om er toezicht op te houden dat de uitvoering op de bouwplaats conform zijn ontwerp plaats vindt en dat is een goede zaak. Maar tegelijkertijd meldt hetzelfde contractstuk dat “Artikel 23 lid 2 van de RVOI-2001 is niet van toepassing”. Degene die de RVOI hierop naslaat zal ontdekken dat dit artikel de vergoeding voor het toezicht regelt. De constructeur die de kosten van het toezicht wel in zijn offerte opneemt zal de opdracht niet krijgen, met als resultaat dat de controle (toezicht) niet wordt uitgevoerd. Dat hiermee zowel de opdrachtgever, constructeur als de kwaliteit van het werk geen goede dienst wordt bewezen spreekt voor zich.

Onverschilligheid

Het voorbeeld is representatief voor de wijze waarop een groot deel van de opdrachtgevers met de constructeurselectie omgaat. Hierbij ligt de nadruk bij een zo laag mogelijke prijs en het zoveel mogelijk afschuiven van verantwoordelijkheden. Feit is hoe dan ook dat ten gevolge van de genoemde onverschilligheid van de opdrachtgevers en de overheid de uitholling van de benodigde ruimte van de constructeur om zijn werkzaamheden goed te kunnen doen nog steeds achteruit holt.

De werkzaamheden worden niet vervuld, de nodige controle van zowel de eigen werkzaamheden als de werkzaamheden van derden vindt vaak niet plaats. Dit laatste brengt een ander aspect naar voren dat treffend is voor de bouw en dat is de controle van de eigen werkzaamheden in het voorbereidingstraject. Als een partij op de bouwplaats een willekeurige tekening, rapport of berekening openslaat aan de hand waarvan gebouwd wordt en gaat zoeken naar enige aantoonbare interne controle van deze belangrijke documenten, dan komt hij tot de ontdekking dat deze niet bestaat.

De kans dat er sprake is van voorzieningen in deze richting is het grootst bij constructeurs en architecten waar op de tekeningen, berekeningen en andere producten ruimte is gereserveerd voor de parafen (en goedkeuring) van de maker, controleur en de supervisor. De kans dat deze ruimte niet, of niet volledig is ingevuld is groot. In zo�n geval is het desbetreffende product dus niet gecontroleerd. Bij de toeleveranciers van de diverse producten zoals staalconstructie-, prefabbeton-, houtconstructie-, vloeren- en andere toeleveranciers die ook statische berekeningen en tekeningen van hun producten moeten maken en hiervoor details ontwerpen, is op de tekeningen en berekeningen in een dergelijke ruimte zelfs niet eens voorzien. Zij gaan er dus al bij voorbaat van uit dat zij hun eigen werk zelf niet hoeven te controleren. Indien wij ons realiseren dat in de bouw het aantal van de diverse producten waaruit het uiteindelijke bouwwerk wordt samengesteld steeds toeneemt en dat de hier geschetste werkwijze voor de toeleveranciers ervan nagenoeg zonder uitzondering opgaat, dan bestaat er een groot probleem. Zeker als wij beseffen dat de werkzaamheden en taken van de (hoofd) constructeur, als die nog bestaat, uitgehold zijn zoals aangegeven.

Als de consument een fotocamera, videorecorder, horloge, noem maar op, koopt, dan kan hij alleen al aan de diverse stickers en andere bewijzen zien door welke zware interne controles deze producten zijn gegaan. Men kan zich bij deze industrieën dan ook niet voorstellen dat in de bouw zo ook niet wordt gewerkt. De bouwproducten zijn immers groter en kostbaarder en het niet goed functioneren, of zelfs bezwijken ervan kan grote gevolgen hebben. Gedegen en goed gecontroleerde voorbereiding (ontwerp) is dus ondenkbaar.

Toch is de werkelijkheid anders. De arbiters en de deskundigen die beroepshalve veel met de schadegevallen worden geconfronteerd bevestigen, dat de meeste schadegevallen hun oorsprong hebben in het ontwerp en niet zoals graag wordt beweerd in een verkeerde uitvoering.

De spraakmakende schadegevallen die in de afgelopen tijd in de media zijn verschenen, hebben de betrokkenen enigszins wakker geschud. VROM schrijft brieven naar eigenaars van bouwwerken met platte daken. Dit om hen op de mogelijke gevaren te wijzen. Daarbij schrijft dit ministerie brieven naar Bouw- en Woningtoezichten om bestaande balkons te controleren. Goed bedoeld, maar niet effectief.

De oplossing ligt niet in meer controlewerk door Bouw- en Woningtoezichten. Eis van de opdrachtgevers en bouwvergunningaanvragers dat slechts aantoonbaar gecontroleerde bescheiden zoals tekeningen en berekeningen van de ontwerpende partijen, toeleveranciers en andere derden bij de goedkeurende gemeentelijke instanties in behandeling worden genomen.

Het te voorziene verweer van voornamelijk eenmansbureaus die dan aanvoeren dat het werk en de controle ervan niet door dezelfde persoon uitgevoerd kan worden is juist, maar de controlewerkzaamheden kunnen door deze eenmansbureaus ook worden uitbesteed. Dat het geld kost is duidelijk, maar dat kost het ook de grotere bureaus die voldoende personeel hebben om de controle zelf uit te voeren. Op deze wijze wordt er wel de nodige kwaliteit afgedwongen en veel schade en erger voorkomen, terwijl de marktwerking nog altijd zijn werk kan doen.

Medewerking

De vraag is of de overheid aan een dergelijke aanpak mee wil werken en bereid is om de wetten en regels zodanig aan te passen, dat de partijen hier niet omheen kunnen. Het verplicht stellen van de aantoonbaar gecontroleerde bescheiden en van aantoonbaar goed verzekerd toezicht op voorziene bouwwerken, is niet teveel gevraagd en zou alvast een goed begin zijn. Het is te hopen dat de minister hieraan zijn medewerking verleent.

Prof.dipl.-ing. J.N.J.A.

Vambersky, TU Delft, Faculteit Civiele Techniek, Corsmit Raadgevend Ingenieursbureau BV in Rijswijk(ZH)

Spraakmakende schadegevallen schudden de betrokkenen wakker

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels