nieuws

Corporaties missen markttucht

bouwbreed

utrecht – Woningbouwcorporaties hebben moeite hun plannen uit te voeren omdat ze de tucht van een commerciële markt missen. Dat blijkt uit een enquête van het adviesbureau Quintis. Volgens J. Verheij en Th. Stubbé. Daarom moeten de sociale huisvesters zichzelf uit het moeras trekken.

In de directiekamers van de corporaties is de richting meestal wel duidelijk. Maar over de uitwerking van de plannen zijn de ondervraagde bestuurders minder zelfverzekerd.

Het venijn zit hem in het ontbreken van de externe marktprikkel om snel op nieuwe situaties in te spelen. Daarbij lijkt de commotie in de Tweede Kamer over de falende herstructurering wel tot de beleidsmakers door te dringen, maar niet tot de werkvloer. “Er is wel maatschappelijke druk, maar die wordt bij de mensen aan de balie niet gevoeld”, schetst Verheij de situatie.

Plannen om bijvoorbeeld een meer doelgroepgericht vastgoedbeleid te voeren, stranden hierdoor binnen de organisatie. Stubbé: “Je kunt wel beslissen dat je je bestand geschikt wil maken voor ouderen. Maar als een lege woning direct weer wordt verhuurd, komt van dat beleid weinig terecht”.

Een ander probleem bij de introductie van een marktgerichte werkwijze is de gewoonte van corporaties om woningen in huizenblokken te beheren. Op die manier is er wel zicht op het aantal eenheden, maar om wat voor huizen het gaat blijft volstrekt onduidelijk. “De beheerder zou zijn blokken uit moeten splitsen naar bijvoorbeeld het gebruik door studenten, gezinnen en ouderen. Dan krijgt hij zicht op zijn voorraad”, meent Stubbé.

De introductie van zo�n beheersysteem heeft volgens hem gevolgen voor de hele organisatie. “De beheerder kan alleen omschakelen naar een doelgroepenbeleid als iedereen meedoet, inclusief de boekhouder, het afdelingshoofd en de directie.”

Quintis stuurde alle corporatiedirecteuren van Nederland een brief met daarin een wachtwoord voor een speciaal voor het onderzoek gemaakte organisatiescan. Zestig bestuurders namen de moeite de vragen digitaal te beantwoorden. Quintis gebruikte daarvoor de eigen website waar een reeks vragen over de organisatie van de corporatie ingevuld moeten worden. “Waar zou een corporatiedirecteur wakker van moeten liggen?”, vat Stubbé de aanleiding van het onderzoek samen. Is het formulier ingevuld, dan wordt direct een samenvatting van het onderzoek verstrekt. De antwoorden gebruikt Quintis om een meetlat samen te stellen die de gemiddelde prestatie weergeeft van de deelnemers aan de enquête. Op die manier kun je kijken of je prestaties onder of boven het gemiddelde liggen.

Zich baserend op het onderzoek verbaast Verheij er zich over dat niet meer dan eenderde van de corporaties de prestaties van het personeel structureel in kaart brengt. “Dat vinden wij veel te weinig”, legt Verheij zijn vinger op de gevoelige plek. “Bij corporaties is altijd vooraf vastgelegd wat er moet gebeuren. Dat kan niet meer. Je moet het resultaat achteraf toetsen. Bij gebrek aan externe druk, moet het initiatief voor die verandering van binnenuit komen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels