nieuws

Steeds minder investeringen in gebouwen

bouwbreed

amsterdam – De relatieve investeringen in gebouwen dalen structureel. Dat blijkt uit het rapport De gebouwenquote van het Economische Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB).

Volgens de berekeningen van de onderzoekers is het deel van de duurzame investeringen dat naar gebouwen gaat sinds 1970 van 20 naar 13 procent gedaald.

Die trend is het gevolg van de veranderde Nederlandse economie die in toenemende mate actiever is op het gebied van dienstverlening dan industriële productie. Gebouwen, en dan gaat het dus vooral om kantoren, hebben steeds meer een faciliterende rol en staan los van de investeringen in bijvoorbeeld informatie- en communicatietechnologie, computers, servers en internetverbindingen die in het digitale tijdperk nodig zijn voor de productie.

Hierdoor gaat relatief steeds meer geld in de productiemiddelen zitten dan in huisvesting.

De schaarse ruimte in Nederland zet de bouwinvesteringen verder onder druk. Het tekort aan verse bouwlocaties dwingt tot herbebouwing of renovatie van een bestaand perceel. Omdat de gemiddelde kosten die voor renovaties worden gemaakt, lager liggen dan voor nieuwbouw, denken de onderzoekers dat deze marktverschuiving voor relatief minder bouwinvesteringen zorgt.

De resultaten van het onderzoek halen het algemeen geldende idee onderuit dat de gebouwenquote min of meer constant is, omdat de investeringen in gebouwen gelijke tred zouden houden met de investeringen in andere duurzame productiemiddelen zoals bijvoorbeeld machines, apparatuur, een merknaam of een wagenpark.

Relatief investeren overheid, onderwijs, en gezondheidszorg bijna twee keer zoveel dan particuliere opdrachtgevers in gebouwen. In 2002 staken de publieke en de private sector respectievelijk 20,1 procent en 11,1 procent van hun budget in vaste activa in het eigen onderkomen.

De pieken en dalen in de economische ontwikkeling hebben een omgekeerd effect op de vastgoedinvesteerders. Zit de economie in een dal, dan neemt het bedrijfsleven gas terug. Op hetzelfde moment maken scholen, ziekenhuizen en het openbaar bestuur gebruik van de capaciteit die vrijkomt en investeren in nieuwbouw of renovatie.

Nederland bevindt zich in de middenmoot wanneer de gemiddelde gebouwenquote naast die van andere Europese landen wordt gelegd.

In 2001 delen de Lage Landen met een percentage van 17 procent de zesde plaats met Denemarken, Frankrijk en Italië. Polen staat van de 11 landen die door het EIB naast elkaar zijn gelegd bovenaan. In het Oost-Europese land wordt ruim een kwart van alle duurzame investeringen in gebouwen gestoken.

De relatieve bouwinvesteringen zijn in Spanje het laagst. Eentiende van het geld dat aan vaste activa wordt uitgegeven, gaat in Spanje naar huisvesting. Duitsland, Europa�s grootste nationale economie, is één na laatste met een percentage van 14 procent.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels