nieuws

Ordening bouwsector is uiterst moeizaam proces

bouwbreed

Vooral de volgende onderwerpen staan bij het bouwoverleg op de agenda: de contractvorming; de permanente overschrijdingen van de beschikbare budgetten; het rendement (efficiëncy) van de bouwbedrijven; het gebrek aan deskundig personeel, de toetreding van vele vaak ongeschoolde buitenlandse werknemers en het fenomeen van de zzp�ers; de implementatie en omgang met de kwaliteitsborging en tenslotte de […]

Vooral de volgende onderwerpen staan bij het bouwoverleg op de agenda: de contractvorming; de permanente overschrijdingen van de beschikbare budgetten; het rendement (efficiëncy) van de bouwbedrijven; het gebrek aan deskundig personeel, de toetreding van vele vaak ongeschoolde buitenlandse werknemers en het fenomeen van de zzp�ers; de implementatie en omgang met de kwaliteitsborging en tenslotte de bouwfraude, de bevindingen van de enquêtecommissie bouwnijverheid. Een vanzelfsprekende zaak op het eerste gezicht, maar spelen ook andere oorzaken een rol van betekenis? De bouw is een van de oudste industrieën met een grote economische betekenis.

De bouwsector heeft in de loop der jaren veel regelgeving opgebouwd maar heeft vooral door een fragmentarische aanpak en een geringe integratie van de bouwfasen nog steeds geen eenduidig voortbrengingsproces. De samenwerking tussen de verschillende partijen blijft in de meeste gevallen beperkt voor de duur van een contract. De bouw heeft te maken met een vechtmarkt waar de verschillende partijen (opdrachtgever, opdrachtnemer, hoofdaannemer en onderaannemer) proberen elkaar te slim af te zijn in plaats van oog te hebben voor het gezamenlijk belang of voor latere werkrelaties. Als geen ander heeft de bouw het karakter van een �eigen mores met ongeschreven gedragsregels� behouden.

De onderlinge verschillen in de bouw zijn groot; enerzijds worden spectaculaire projecten gerealiseerd waar een hoog percentage hoogopgeleide medewerkers werkzaam is anderzijds is (gelet op de hele branche) de intrede op de markt laag en is het percentage laagopgeleiden met name op de bouwplaats hoog. De bouw kent vele spelers van overheid tot bedrijfsleven toch vinden aanpassingen aan de maatschappelijke veranderingen vaak vertraagd plaats. Daarentegen is de markt van de bouw bij uitstek als een vraagmarkt te typeren en heeft daardoor elementen in zich van een moderne industrie.

Kwaliteitsborging

Met de implementatie en de invoering van de kwaliteitsborging in de negentiger jaren kwamen signalen in beeld die de problemen van vandaag inleidden. Het bedrijfsleven had bijvoorbeeld een andere perceptie van kwaliteitszorg. De opdrachtgevers waren gefocust op de garantie van de kwaliteit van het product, bij de opdrachtnemers ging het meer om efficiëncy­verbetering van het voortbrengingsproces.

Opvallend is dat de kwaliteitsborging is blijven hangen in het middenkader die het geheel voor haar rekening neemt, met name de bedrijfsmatige en administratieve taken rondom de kwaliteitszorg en de certificering. De werkvloer doet in feite niet mee. De kwaliteitsborging heeft voor hen (nog) geen betekenis. Het hoger echelon van de ondernemingen liet het bij woorden en was veel minder met het voortbrengingsproces bezig.

Opdrachten verwerven en prijsregelingen hadden voor hen meer prioriteiten. Het probleem van prijsregelingen is diep geworteld in de bouwbranche. Zo konden er op zich legale prijsregelende organisaties ontstaan zoals de �SPO� (met een Uniform Prijsregelend Reglement), die tot doel hadden het bedrijfsleven te ondersteunen en te behoeden voor calamiteiten. De Europese Commissie (EC) beoordeelde de Nederlandse situatie anders en beschouwde het een concurrentie beperking en de organisaties niets anders als een vorm van een bouwkartel. Hoewel prijsregeling in de negentiger jaren door de EC werd verboden is de bedrijfstak langs informele weg verder gegaan. De enquête heeft echter geconstateerd, dat op grote schaal prijsafspraken tussen mededingers voor bouwcontracten hebben plaatsgevonden. Prijsafspraken in een zogenaamd vooroverleg zijn altijd strafbaar geweest. De nauwe samenwerking tussen de participanten in de bouw heeft deze malafide praktijken niet kunnen voorkomen.

Erger nog velen hadden het kunnen weten dat deze praktijken bijna een gewoonte waren geworden. Ik denk aan de opdrachtgevers die een te grote afstandelijkheid hebben gehouden en niet alert genoeg waren om stappen te ondernemen. Evenzo geldt dit voor de commissarissen van de betrokkene bedrijven, die de raden van bestuur en de organisatie niet voldoende controleerden en corrigeerden. De onafhankelijke accountants die er naar keken en vervolgens hun ogen sloten.

Velen hadden op een of andere wijze betrokken kunnen zijn. Het is dus een heus sociaal probleem dat een natuurlijke correctie (zelfregulering) binnen de branche en binnen de bedrijven niet heeft plaatsgevonden.

Aanbevelingen

Door de aanscherping van de mededingingsregels door de EC is het bedrijfsleven van de bouwbranche in Nederland in grote problemen gekomen. De Enquêtecommissie voor de bouwfraude heeft aanbevelingen gedaan om tot een nieuwe zakelijkheid en ordening te komen. Het huidige kabinet heeft besloten dit kartel van prijsafspraken coûte que coûte te doorbreken en heeft de aanbevelingen van de Commissie te streven naar een �nieuwe Zakelijkheid� overgenomen. Maatregelen worden genomen op het gebied van beleid en organisatie en uitvoering binnen de overheid. Het Rijk heeft zo het laat aanzien het voornemen de overheidsrollen te ontvlechten. Er komt een scheiding in publieke taken ( zorg voor de belangen van de samenleving) en de zorg voor een adequaat opdrachtgeverschap. Ten aanzien van het opdrachtgeverschap zullen maatregelen worden genomen die moeten leiden tot: stringent toezicht op de naleving van de mededingingsregel; het niet meer paritair tot stand komen van regels voor aanbestedingenregels voor de aanbestedingen. Afschaffing van de Raad van Arbitrage voor de precontracturele fasen; een verscherping van toezicht op uitvoering van de bouwwerken.

Tegelijkertijd wordt van de opdrachtnemers verwacht dat er maatregelen worden genomen om fouten in het verleden te voorkomen door: grondige analyse van het verleden en komen tot zelfregulering; verbetering van de beheersing van het bouwproces door onder andere de uitgangspunten van kwaliteitsborging te onderschrijven. �Doing things right the first time� (Deming and Crosby) moet de basis zijn voor haar handelen. De bouwsector zelf heeft maatregelen genomen, met name de AVBB heeft een beroepscode opgesteld voor de bedrijven in de bouw. Hier en daar worden overlegstructuren in het leven geroepen om de gewenste zelfregulering van de grond te krijgen. De constatering dat in vele geledingen van de bouwwereld vormen van illegale prijsafspraken konden ontstaan en voortduren maakt echter de weg naar een �nieuwe mores� lastig. Gewoonten die binnen een organisatie tot voor kort als een deskundigheid of vaardigheid werden gezien zijn plotseling niet meer acceptabel.

Er dienen ingrijpende veranderingen (cultuuromslag) in de bouwbranche plaats te vinden. Toch wordt de indruk gewekt dat iedereen wacht op iedereen voor de verlossende oplossing voor de gehele bedrijfstak. De verschillende partijen, opdrachtgevers en opdrachtnemers wijzen naar verantwoordelijkheden van de ander. De branche weet kennelijk het probleem (nog) niet adequaat aan te pakken, het is mogelijk te complex en te alles omvattend.

Volgens de aanhangers van de chaostheorie zal er uiteindelijk in de bouwwereld wel een zelfordening ontstaan en worden later hierin patronen en systemen in herkend die in de toekomst bruikbaar zijn. Helaas kan het bedrijfsleven, de maatschappij en vooral de politiek hier niet op wachten en eist men maatregelen die leiden tot een oplossing van de problemen op korte termijn. Er is dus alles aangelegen de problemen fundamenteel aan te pakken en alle voorhanden liggende processen te bestuderen en zo mogelijk toe te passen.In de sociale wetenschappen is het een gegeven dat het invoeren van veranderingen van een organisatie veel tijd vraagt. De medewerkers in een organisatie hebben vaak meer tijd nodig het oude af te leren dan het nieuwe te leren.

Veranderingsprocessen vragen tijd. Een verandering in de werkwijze en vooral een verandering in de cultuur vraagt veel aanpassing van de medewerkers. De betrokkenen in een bedrijf of organisatie moeten daarvoor ruim de tijd krijgen voordat het nieuwe eigen(verinnerlijkt) kan worden gemaakt. Een traditionele werkwijze en mentale instelling krijgt men niet in een handomdraai gewijzigd. Bovendien is uit een recent onderzoek (Van Doorn en Spierings 2001) onder anderen naar persoonlijkheidskenmerken van de medewerkers in de bouw gebleken, dat het aspect openheid laag scoort.

De bouwers zijn door gebrek aan openheid minder geneigd tot veranderingen. De bouw heeft bovendien als gesloten gemeenschap meer moeite veranderingen van buiten te accepteren en over te nemen. De medewerkers in de bouwsector geven de voorkeur aan een leerstijl waarbij zij een probleem eerst langs een exacte weg leren kennen en vervolgens door persoonlijke ervaring leren begrijpen. De perikelen omtrent het vooroverleg en de prijsafspraken met bijkomende regelingen liggen bovendien voornamelijk bij het hogere(oudere) echelon van de bedrijven. De ouderen die de noodzakelijke cultuuromslag niet kunnen volgen zullen daardoor in bepaalde gevallen een andere functie inhoud moeten krijgen om geen rem op de gewenste veranderingen te zijn.

Dr.ing. L. van Doorn

Oud afdelingshoofd Bruggenbouw DIT van de Bouwdienst Rijkswaterstaat. Mede­auteur van het proefschrift �Kwaliteitsborging en Samenwerken in de Civiele Bouw�.

(l.van.doorn1@hetnet.nl)

Dit is het eerste artikel in een tweedelige reeks. In een tweede artikel schets de auteur de huidige situatie in de bouwsector.

De weg naar een

�nieuwe mores� is lastig

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels