nieuws

Kenniscentra zijn zeker niet stoffig

bouwbreed

scheveningen – “Kenniscentra zijn niet stoffig.” Met een glimlach op het gezicht corrigeert DHV-topman Hans Huis in t Veld de opmerking hoe iemand ertoe komt het bedrijfsleven te ruilen voor de stoffige kenniswereld van TNO.

Het uitzicht vanuit zijn huiskamer op zee brengt het gesprek meteen op het project waar iedere civiel ingenieur nog steeds nostalgisch over spreekt, de Oosterscheldewerken.

“Ik heb daar veel geleerd als jong ingenieur. Voor de waterbouw waren de Oosterscheldewerken een enorme uitdaging. Er liepen daar ervaren praktische mensen rond, sommigen hadden zelfs nog meegewerkt aan de noodsluitingen in 1953. Toen kwamen er grotere werken aan, de Grevelingendam, Brouwersdam, waarvoor nieuwe technieken nodig waren. Voor de Oosterscheldewerken waren grensverleggende theorieën nodig. De praktijkmensen waren meesters in het improviseren. Maar nu was de tijd aangebroken om verder vooruit te kijken. Het heeft geleid tot hele nieuwe ontwikkelingen op de grens van zout en zoet water.”

Huis in �t Veld zat toen bij Rijkswaterstaat zoals veel jonge civiel ingenieurs. Hij behoort zelfs tot wat nu nog wel de �bende van zeventien� wordt genoemd. Jonge ingenieurs die een wereldwerk mochten maken dat internationaal heel veel uitstraling heeft gehad. Mensen als prof. Hennes de Ridder, prof. Jan Stuip, Peter Kieft de net teruggetreden directeur uitvoering van Rijkswaterstaat en Wim Korf bekend van de HSL-Zuid horen daarbij.

“Maar er waren veel meer ingenieurs bij betrokken. Er was continu sprake van een enorme tijdsdruk. Het was een kwestie van onderzoeken, ontwerpen en uitvoeren, het liefst tegelijkertijd maar in elk geval in heel korte tijd. Sommigen haalden het, anderen vielen af. Zo gaat dat”, bagatelliseert Huis in �t Veld de leerschool Oosterscheldewerken.

Contractvorming maakte deel uit van het werk. Nieuwe contracten, het is een onderwerp dat Huis in �t Veld enorm boeit. De Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg is daar een voorbeeld van. De parallel met de Oosterscheldewerken is duidelijk. Ook hier ging het om een geheel nieuw soort kering.

“Het was in 1988 een nieuwe contractvorm waarvan ik had gehoopt dat het sneller door zou gaan. Design, Build en Maintain in één contract. Het is een proces van naar elkaar toegroeien. Ik ben ervan overtuigd dat de bouwcombinatie Maeslantkering heeft gewonnen omdat zij in de creatieve fase de juiste mensen naar voren hebben geschoven. Mensen die meedachten met de opdrachtgever in termen van oplossingen en niet uitsluitend in uitvoering”, is de overtuiging van Huis in �t Veld.

Juist het rekeninghouden met andere factoren dan alleen maar technische, werkt volgens hem stimulerend om slim bezig te zijn. “Bijvoorbeeld de dijkverhoging bij Sliedrecht. De financiering ervan stimuleerde het ontwerpen van onderhoudsarme dijken. In zijn algemeenheid geldt bij dijkverhogingen dat bijkomende factoren van grote invloed zijn geweest op het ontwerp. Denk maar eens aan grondeigendom of bestaande bebouwing. Dat levert andere dijken op dan wanneer je met dit soort factoren geen rekening behoeft te houden.”

Het brengt ons op de kennis die bij lopende projecten wordt opgedaan. De DHV�er is wat dat betreft blij ook internationaal bezig geweest te zijn. “De opgedane kennis bij de Oosterscheldewerken konden we in andere deltagebieden in de wereld gebruiken. Niet als stormvloedkering toegepast, want elk deltagebied is anders, maar wel de manier waarop je problemen kunt aanpakken. De kennis gaat twee kanten op. We hebben de kennis van waterzuivering uit Zuid-Afrika gebruikt voor het drinkwaterbedrijf in Rotterdam.”

Zijn verhalen maken de overstap van een ingenieursbureau naar de �stoffige kenniswereld� eigenlijk een heel logische. Zo op het oog verandert er niet zoveel. “Dat is het mooie van de kenniswereld. Je werkt daar met verschillende disciplines. Heel veel innovaties ontstaan juist op het grensvlak tussen disciplines. Bij DHV bijvoorbeeld hebben we in een kantoortuin verschillende mensen naast elkaar zitten, geluidsdeskundigen naast verkeerskundigen bijvoorbeeld. Een probleem was in die tijd autogeluid. Je kunt omwonenden met prachtige woorden vertellen hoeveel decibel ze te verwerken krijgen van een weg en wat het scheelt als er zoab op komt of een geluidsscherm langs, maar dat werkt niet. Omdat bij ons geluidsdeskundigen naast verkeerskundigen zaten, zijn zij erin geslaagd programmatuur te ontwikkelen om geluid hoorbaar te maken. Nu is het een geaccepteerd ontwerpmiddel, dat ook in de besluitvorming van grote projecten wordt gebruikt.”

Onuitputtelijk

De voorbeelden blijken onuitputtelijk. In korte tijd passeren de commissie Slagter, ondergronds bouwen en twintig tunnels in Shanghai de revu. Het draait allemaal om kennis en voortdurend leren. “Bij de Oosterscheldewerken hebben we ook buitenlandse kennis gebruikt. Daar word je zelf beter van. Ook kennis uit de medische wetenschap hebben we gebruikt voor onderwaterinspecties. Je moet ervoor openstaan. Ik zeg altijd dat innovatie de implementatie is van zaken die creatieven bedenken. Wat je moet doen is een klimaat scheppen waarin vernieuwing de ruimte krijgt. Ik vind ook dat elk bedrijf de plicht heeft innovatief te zijn. Je moet zoeken naar dingen waarin je onderscheidend kunt zijn. Neem NACO, specialist op het gebied van vliegvelden. Sinds het bij DHV zit, is het veel makkelijker geworden een internationaal klantennetwerk in de lucht te houden.”

Dan nu TNO. “Het de derde preferente werkgever voor technici na Philips en Shell. Van die informatie zouden ze bij het ministerie van Onderwijs beter gebruik moeten maken bij het promoten van technische studies.De vijftien instituten binnen TNO zijn veel dynamischer dan vaak wordt gedacht. Je ziet ook veel waardering voor het werk van TNO.”

In ieder geval één wens heeft Huis in �t Veld wat TNO betreft: “Ik zie het als een mooie uitdaging de kennis nog sneller naar de markt te brengen.”

�De instituten binnen TNO zijn dynamischer dan vaak wordt gedacht�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels