nieuws

Inspectiecijfers van het valgevaar

bouwbreed

In juni en september 2003 werd een inspectieproject rondom het valgevaar in de bouw gehouden. Arbouw-directeur Cees van Vliet zet zijn vraagtekens bij de resultaten als maat voor de arbeidsomstandigheden.

Tijdens de eerste ronde van het groot opgezette inspectieproject rondom het valgevaar in de bouw werden in juni 442 projecten bezocht. In totaal werden 386 overtredingen geconstateerd.

In 129 gevallen werd het werk stilgelegd. De cijfers van de inspecties in september zijn nog niet bekend, maar volgens bronnen bij het ministerie laten deze ongeveer een vergelijkbaar beeld zien.

De cijfers zijn teleurstellend, vindt landelijk projectleider Jan Boer. Daar heeft hij gelijk in. Ook Arbouw had graag een andere uitkomst gezien. Maar je kunt je afvragen wat de betekenis van de cijfers is. Zijn ze echt zo teleurstellend? En is het niet wat voorbarig om nu al conclusies te trekken over de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden?

Mijns inziens bestaat er niet direct een lineair verband tussen de inspectiecijfers en de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden. Immers, de arbeidsinspectie richtte zich tijdens het project louter op het valgevaar. Daarmee was de kans natuurlijk veel groter dat meer overtredingen geconstateerd zouden worden.

Maar het lijdt geen twijfel dat de resultaten een duidelijk signaal zijn dat het op bouwplaatsen soms nog aan passende maatregelen ontbreekt. Het staat dus vast dat de arbeidsomstandigheden beter moeten. Over hoe dat precies moet, wordt verschillend gedacht.

Vuurwerkcampagnes

Grofweg zijn er twee stromingen. Er is een aantal mensen dat vindt dat de bouw zich vooral moet richten op de kwaliteit en de efficiency van de risico-inventarisatie (RI&E) en het veiligheid- en gezondheidsplan (V&G-plan). Met name opdrachtgevers moeten worden aangespoord hun aandacht op het V&G-plan voor de ontwerpfase te richten.

Anderen zijn van mening dat je het doel, betere arbeidsomstandigheden, het snelst bereikt door werkgevers en werknemers voor te lichten met behulp van tamelijk confronterende beelden van de gevolgen van onveilig werken; de bekende beelden van verminkte lichaamsdelen bijvoorbeeld, zoals we die zien in de vuurwerkcampagnes. Want de zachte aanpak werkt niet. Dit onderscheid wil ik niet maken. In elk geval geloof ik niet in de werking van confronterende beelden. Wel in een praktische, integere wijze van voorlichten. Die kan goede ondersteuning bieden bij de aandacht voor de RI&E en het V&G-plan. Want beide zijn belangrijke pijlers; de kwaliteit van de risico-inventarisatie en het V&G-plan omdat deze de fundamenten vormen van een gedegen V&G-beleid, de voorlichting aan werkgevers en werknemers omdat die leidt tot grotere bewustwording. En het is de bewustwording waarmee de RI&E en het V&G-plan in een organisatie worden ingebed. Met een goed V&G-plan alleen ben je er niet, er moet draagvlak voor zijn.

Registratie

Laten we ons bij dit streven vooral niet ontmoedigen door de cijfers. Kijken we naar Europa, dan blijkt dat onze bouwnijverheid het helemaal zo slecht niet doet. Voor wat de ongevallen betreft, doen we het bijvoorbeeld beter dan veel andere Europese landen. Alleen in Zweden, Finland en Engeland ligt het aantal ongevallen lager.

Hierbij moet ik aantekenen dat de registratie van ongevallen per land verschilt. Sommige landen rekenen de installatiebedrijven onder het bouwplaatspersoneel, andere weer niet. Zelfs in Nederland bestaat discussie over wat nu precies een ongeval is (is een verkeersongeluk tijdens woon-werkverkeer een bouwongeval?).

Dat maakt de vergelijking dus niet helemaal eerlijk. En toegegeven, als de cijfers van de arbeidsinspectie geen maat zijn voor de arbeidsomstandigheden, zijn de ongevallencijfers dat dan wel? Nee, natuurlijk niet.

Cees van Vliet

Algemeen directeur Arbouw

in Amsterdam (derksen@arbouw.nl)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels