nieuws

In Amsterdam heerst het dorp

bouwbreed Premium

amsterdam – De Amsterdamse stadsdelen moeten zich niet meer bemoeien met stedenbouwkundige zaken. Architect ir. Marlies Rohmer pleit voor de terugkeer van een sterke centrale Dienst Ruimtelijke Ordening. Alleen op die manier kan Amsterdam zorgen dat wat stad heet ook een echte stad blijft.

Ze heeft haar eigen Architectenbureau Marlies Rohmer BV in het Oostelijk Havengebied. Ze is al een paar jaar lid van Commissie II van de Amsterdamse Welstandscommissie. Deze commissie houdt zich voornamelijk bezig met bouwplannen in de stadsdelen die gebouwd zijn in de periode 1920-1940: Watergraafsmeer, Rivierenbuurt en Zuid. Volgend jaar wordt zij voorzitter van deze commissie. Ook is ze als supervisor voor het Delflandplein betrokken bij de vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden.

Marlies Rohmer maakt zich zorgen over de staat waarin de stad verkeert. “Een stad is pas een stad als zij blijft verbazen. In Moskou, Helsinki of elke andere grote stad tref ik stadsgevoel. Daar doen ze dingen die niemand kan verzinnen.Uitbundig, bijzonder, opvallend. In Amsterdam keren we ons juist van het stadsgevoel af. Daar heerst het dorp. Het Museumplein is tegenwoordig keurig aangeharkt. Op het Leidseplein zijn reclames al gauw te groot. Op de Dam moeten vlaggen verdwijnen.”

Deze dorpse sfeer heeft volgens haar alles te maken met het dorpse bestuur. “We hebben veertien stadsdelen. Die opereren gescheiden. Iedereen werkt op zijn eiland. De een weet niet wat de ander doet. Grensoverschrijdende plannen worden niet gemaakt. Een gezamenlijke visie op de stad ontbreekt. Dat zie je terug op straat. Er zijn plekken in de stad waar het passeren van de stadsdeelgrens gelijke proporties heeft met het passeren van de grens tussen Nederland en België.”

De bestuurlijke segregatie lijkt almaar sterker te worden. Rohmer verwijst naar haar werk in de Welstandscommissie. “De nieuwe Woningwet leidt ertoe dat alle stadsdelen een eigen welstandsnota moeten maken. Hun plannen zijn zeer globaal en neutraal. Centraal nadenken over welstand gebeurt niet meer. We vragen hen wel om meer aandacht voor de grote schaal.”

“Er moet ook grensoverschrijdend worden gewerkt. Denk aan de Wibautstraat en de Weesperstraat. Om meer mensen met gezinnen een plaats te geven in de stad, zouden we in dat gebied op grote schaal kunnen optoppen. Maar dat is daar dan niet alleen een zaak van Oost, maar ook van stadsdeel Centrum. Samen nadenken gebeurt alleen niet. Waar zijn we dan mee bezig? Al is het niet de taak van de Welstandscommissie; ik pleit voor intercontinentaal overleg.”

Op het terrein van de ruimtelijke ordening is volgens Rohmer kwaliteit om dezelfde redenen al verdwenen. “Elk stadsdeel probeert afzonderlijk deskundigheid te verwerven. Middelmaat wordt al gauw de norm, een enkele uitzondering daargelaten. Iemand die met de hakken over de sloot zijn opleiding Bouwkunde voltooide en die ontslagen werd bij een gemeente, heb ik ooit aangetroffen bij een stadsdeel. Met hem moest ik dealen bij het maken van een stedenbouwkundig plan.”

Over een visie op de stad heeft niemand het meer. “Ruimtelijke ordening is zo belangrijk voor de stad. De een is de ander niet. Die verschillen moeten worden benoemd. De ene keer kan worden volstaan met een simpele woonstraat met simpele lantaarnpalen en een simpele bomenrij. Maar op andere plekken in de stad, daar waar de bezoekers de stad komen binnenrazen, moet het levendig zijn. Daar moet reclame gloren. Maar wat schrijven al die stadsdelen in hun reclamenota�s? Niet opzichtig, niet te veel flikkeren, niet te veel dit, niet te veel dat. Ik zou liever plekken in de stad aanwijzen waar het juist verplicht wordt veel reclame op te hangen.”

Het invullen van plannen in afzondering treft Rohmer ook aan in de Westelijke Tuinsteden.

Soms heel concreet. “Neem de Derkinderenstraat in Slotervaart/ Overtoomse Veld en de aansluitende straten in de aangrenzende stadsdelen, samen vormen ze een prachtige doorgaande stadsstraat. Het laat de jaarringen van de stad zien. Heeft het stadsdeel opeens bedacht dat in de strijd tegen het sluipverkeer een knip moeten worden aangebracht. De bestuurders van over de grens wordt niets gevraagd. Tegen die versnippering wordt ook niet meer gevochten. De moedeloosheid overheerst. Als je vier stadsdelen af moet voor een bepaald belang, dan geeft de meest doorgewinterde vechtjas het nog op.”

Het is niet voor de eerste keer dat architecten de kwaliteit van de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam bekritiseren. Vorig jaar hield architect Hans van Heeswijk het voor gezien als adviseur stadsvormgeving. Rohmer: “Heel jammer. Je wilt niet dat Amsterdam uit veertien dorpen bestaat. Met centrale regie zouden we de grote lijn kunnen vasthouden.”

Het liefst zou ze de stadsdelen gedeeltelijk ontmantelen. “Maak weer een sterke Dienst Ruimtelijke Ordening of zet op zijn minst al die jongens bij elkaar. En zorg ervoor dat er integraal over de stad wordt nagedacht. Niet voor niks heb ik wel eens gezegd: Als de Westelijke Tuinsteden vier lagen zouden zijn verhoogd, dan was IJburg niet nodig geweest.”

�Middelmaat wordt al gauw de norm, een enkeling daargelaten�

Reageer op dit artikel