nieuws

Constructies worden voelbaar in Nemo

bouwbreed

amsterdam – Niet alle objecten van de gloednieuwe tentoonstelling krachtpatsers in wetenschapsmuseum Nemo overleefden de drukte van de herfstvakantie. Want welk kind wil nu niet zelf even voor pyloon spelen of een wolkenkrabber wapenen tegen windlasten?

Sinds twee weken staat er een reusachtige model van de Erasmusbrug in wetenschapsmuseum Nemo. Het symbool van Rotterdam in het hart van de hoofdstad. “Nu hoeft ook niemand meer naar de Maasstad”, grapt Leo van den Bogaert, brein achter de nieuwe tentoonstelling Krachtpatsers. “De Zwaan is immers het enige interessante dat Rotterdam te bieden had.”

De werkelijkheid is natuurlijk dat hij dichterbij geen constructie kon vinden die zozeer tot de verbeelding spreekt. De 12 meter lange en 7 meter hoge replica moet de aandacht van de jeugdige museumbezoekers vestigen op de nieuwe tentoonstelling die de werking van constructies aanschouwelijk maakt.

De Erasmusbrug is tegelijkertijd het enige object van de tentoonstelling waarmee de kinderen niet kunnen experimenteren. Hij vormt de oprit naar een cabine waar een snelle videoclip over constructies wordt vertoond, maar staat verder vooral te staan.

Bij de kleinere bruggen op de tentoonstelling is dat wel anders. Daar kunnen de bezoekers op allerlei manieren proberen de draagconstructie te doorgronden. Ze kunnen het contragewicht van een ophaalbrug verschuiven; de boogconstructie onder een brugdek verwijderen, of door het verplaatsen van de spankabels het evenwicht herstellen in een tuibrug.

Moe van al het gesjor en getrek kunnen aan tafels minder inspannende proefnemingen met constructies worden gedaan. Eén druk op de knop blijkt voldoende om het skelet van een wolkenkrabber bloot te stellen aan flinke windlast.

Buizen die als verstijvende kern naar believen in de constructie kunnen worden geschoven verminderen de uitslag van de topverdieping aanzienlijk. Maar het effect van een paar schoren in het gevelvlak blijkt nog veel overtuigender. Ook met vormvaste driehoeken en boogconstructies kan naar hartenlust worden geëxperimenteerd.

Bladerend door de map met schetsen uit de ontwerpfase van de tentoonstelling wijst Van den Bogaert op enkele plannen die jammer genoeg niet gerealiseerd werden.

Zo bestond lang het plan een opstelling te maken waarbij kinderen als het ware plaats kunnen nemen in de klassieke foto van drie 19de eeuwse bruggenbouwers die het werkingsprincipe demonstreren van de cantileverbrug over de Firth of Forth in Schotland. Het lukte helaas niet daar een werkend model van te maken, dat zonder ingewikkelde kunstgrepen kinderen van verschillend gewicht op eenzelfde manier de lucht in tilde.

Ook de ideeën voor constructieprincipes die de natuur hanteert bij de opbouw van planten en dieren, haalden het niet. Het budget stelde nu eenmaal beperkingen. Sterker, ook na opening van de tentoonstelling wordt nog hard aan het budget geknaagd.

Amper een week na de oplevering barstte de herfstvakantie los in het Noorden en midden van het land. Daarmee kreeg de tentoonstelling plotsklaps drieduizend man per dag te verwerken en daar bleken niet alle objecten op berekend.

“Dat vaders de ophaalbrug die de werking moet demonstreren van het contragewicht, zouden gebruiken om hun kroost op te heffen, had niemand vooraf kunnen bedenken”, aldus de tentoonstellingsmaker. Hoe het publiek bepaalde objecten precies gaat gebruiken is iets wat alleen de praktijk kan uitwijzen.

Kort na de opening van een nieuwe tentoonstelling heeft de technische dienst het altijd druk met herstelwerkzaamheden. Van den Bogaert: “Als je de dingen echt hufterproof wilt maken, moet je ze bijna in beton uitvoeren, maar dan kun je er vaak niks meer mee. Het is voor ons ook voortdurend zoeken naar het wankele evenwicht tussen onverwoestbare objecten en objecten die iets aanschouwelijk maken.”

Als je de dingen echt hufterproof wilt hebben, moet je ze in beton uitvoeren

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels