nieuws

Nieuwe woningnood is echte uitdaging voor bouwwereld

bouwbreed

Hij is weer terug, de woningnood. In de Tweede Kamer, in gemeenteraden, in de krant (‘Woningnood is groot’ en ‘Geen woningnood’, Cobouw, 24 december 2002) en vooral bij starters. Dat er nu nog woningnood is komt volgens Arie de Klerk voornamelijk door de gezinsverdunning, of anders gezegd: er zijn genoeg woningen als er maar niet zoveel kleine huishoudens zouden zijn.

Velen doen woningnood af als een probleem van de tweede orde, door de term te voorzien van het adjectief: kwalitatief. Men laat zich daarbij leiden door de naoorlogse woningproductie, waardoor het probleem als zodanig in de jaren zeventig was verdwenen. Het bestaan van kleine huishoudens is echter een realiteit en de verwachting is dat hun aantal verder toeneemt onder invloed van de almaar toenemende levensverwachting. Dat toch zoveel eengezinswoningen worden gebouwd schrijf ik vooral toe aan de wensen van gemeenten en projectontwikkelaars. Zij zagen in de bouw van eengezinswoningen mogelijkheden om meerdere doelen te dienen, met als belangrijkste de verkoop ervan, voor een in principe zo hoog mogelijke prijs. De afgelopen jaren is gebleken dat ze zich daarin niet vergist hebben. Alles werd verkocht en eigenlijk is dat nog steeds zo. Problemen zijn er alleen in het duurdere segment.

Geruisloos

Een belangrijk nevendoel van Vinex was om bewoners van naoorlogse wijken een alternatief te bieden, opdat die wijken vernieuwd konden worden. Hoe mooi ook bedacht, in de praktijk was het nauwelijks meer dan het afromen van de kopersmarkt daar. Vervolgens kwam er kritiek op de prijs/kwaliteit verhouding op Vinex. Ook al om hogere grondopbrengsten te kunnen genereren, besloten gemeenten en projectontwikkelaars tot de bouw in een duurder segment. Sterker dan gemeenten deden, verkochten projectontwikkelaars dit beleid als een noodzakelijke stimulans voor de doorstroming. Geruisloos werd het doel; vrijmaken van naoorlogse wijken, ingeruild voor doorstroming vanuit de hele woningvoorraad. En dan vooral de hogere inkomens. Probleem is dat hogere inkomens doorgaans al naar hun zin wonen. Daarom moest de kwaliteit van de nieuwbouw nog verder omhoog. En dan kom je al gauw op iets met wonen in het groen en voorzien van alle gemakken. Locatie, locatie, locatie, scandeerden de heren makelaars. Daarmee zijn we wel afgedwaald van de woningnood zoals starters en lage inkomens die ervaren. Zij willen betaalbare woonruimte, een dak boven hun hoofd. Voor een bestaande woning kunnen zij zich met name tot woningcorporaties wenden, die een zeer grote voorraad betaalbare woningen hebben en tot de overheid ingeval ze de huur niet uit hun inkomen kunnen opbrengen. Een koopwoning is voor hen te duur geworden.

Betaalbaar

Voor de bouwwereld is dat beeld weinig opwekkend. Wonen lijkt vooral een verdelingsvraagstuk te zijn, de vervangingsmarkt is beperkt en de kopersmarkt is afgeroomd. Alleen het segment bemiddelde senioren lijkt nog een groeimarkt te zijn. Maar ook daar speelt de vraag naar kwaliteit. Nog afgezien van de vraag hoe ouderen te verleiden tot verhuizen, speelt hier nog sterker het probleem dat de gevraagde kwaliteit slechts voor een deel in de woning zit. Voor een ander deel zit die in de beschikbaarheid van voorzieningen. En tegelijk moet de woning betaalbaar zijn. Daarmee zijn we bij het werkelijke probleem aanbeland. De stichtingskosten stijgen harder dan het niveau van de kwaliteit van woningvoorraad. Daar ligt de opgave voor de bouwwereld en met name het uitvoerend bouwbedrijf. Uitvoerend bouwbedrijf, hoe denkt u het probleem van de steeds maar stijgende bouwkosten op te lossen. Hogere inkomens wonen al naar hun zin

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels