nieuws

‘Maken aanbieding deel bedrijfsvoering’

bouwbreed

De parlementaire enquêtecommissie Bouwnijverheid stelt dat het mogelijk en redelijk is om bij complexere en innovatieve projecten een ontwerpvergoeding uit te keren aan een beperkt aantal gegadigden. Een dergelijke ontwerpvergoeding lijkt in lijn te liggen met wat in andere landen gebruikelijk is.

De enquêtecommissie laat definitief het doek vallen voor de ‘rekenvergoeding’. Horizontale overeenkomsten tussen ondernemers onderling inzake rekenvergoedingen voor inschrijfkosten zijn in strijd met het Europese mededingingsrecht, zo werd in 1992 al duidelijk. Verticale aanbestedingsregelingen die voorzien in een vergoeding voor de offertekosten door de opdrachtgever, zijn juridisch in beginsel mogelijk, mits restrictief toegepast. Hierbij zou het uitbetalen van ‘rekenvergoedingen’ door de overheid volgens de commissie niet aan de orde kunnen zijn. Wel denkt de commissie aan ‘ontwerpvergoedingen’ voor innovatieve projecten, dat wil zeggen projecten waarvoor standaardoplossingen ontoereikend zijn.

Rondshoppen

Deze voorstellen zijn in overeenstemming met hoe hierover in het buitenland wordt gedacht. PRC Bouwcentrum deed navraag op een internationaal forum van buitenlandse bouwdeskundigen. In het buitenland blijkt nergens een ‘officiële’ horizontale regeling (tussen aannemers onderling) dan wel een verticale regeling (tussen aanbesteders en aannemers) te bestaan. Alleen wanneer de bedrijven hoge kosten maken voor het maken van een aanbieding (bijv. voor een bijzonder advies of in geval van pps of design & build) kan een inschrijfvergoeding aan de orde zijn. Een vergoeding wordt dan vooral toegepast om de bedrijven aan te moedigen in te schrijven. Kosten voor het maken van offertes worden doorgaans doorberekend in de Algemene Kosten. De meeste buitenlandse bouwbedrijven zien het maken van aanbiedingen als deel van hun bedrijfsvoering. “You loose some, you win some” is de filosofie. Opdrachtgevers (en met name openbare aanbesteders) willen niet vergoeden, zij willen het liefst rondshoppen en zoeken naar de laagste prijs. Het belang van inschrijfkosten wordt echter wel in verschillende landen erkend. Soms worden pogingen gedaan om de inschrijfkosten te minimaliseren door bijvoorbeeld voorselectie, door het gezamenlijk door de inschrijvende aannemers laten opstellen van hoeveelhedenstaten, betere bestekken, rationalisatie door middel van ict, normen, systeembouw en opleiding. Ook melden sommige respondenten dat aannemers “altijd over de rekenkosten klagen”, en dat de hoge inschrijfkosten kunnen leiden tot collusie of zelfs corrupte praktijken. Een aantal buitenlandse bouwdeskundigen geeft hier ook voorbeelden van. Wij hebben slechts één concreet voorbeeld gevonden van een regeling die iets zegt over inschrijfkostenvergoeding. Dat is de ‘Verdingungsordnung für Bauleistungen’ (VOB) in Duitsland. De VOB deel A bevat de regels over de aanbesteding van werken. De VOB A is een paritaire regeling (opgesteld door vertegenwoordigers van overheidsopdrachtgevers en bouwbedrijfsleven) met een privaatrechtelijk karakter.

Uitwerken

Hoewel de VOB in ¶20 lid 2 sub 1 bepaalt dat er voor het uitbrengen van een prijsaanbieding geen vergoeding wordt uitgekeerd, maakt de VOB A het wel mogelijk aan inschrijvers een vergoeding toe te kennen voor het verrichten van bijzondere werkzaamheden. Het betreffende artikel luidt: “Er wordt geen vergoeding betaald voor het maken van een aanbieding. Als de opdrachtgever echter aan de kandidaten vraagt om ontwerpen, plannen, tekeningen, constructieve analyses, hoeveelheidsberekeningen of andere bescheiden uit te werken, met name in gevallen zoals beschreven door ¶9 nos. 10 t/m 12 (=uitvraag door middel van prestatie­eisen), zal daarvoor een passende vergoeding, voor iedere inschrijver gelijk, in de uitnodiging tot inschrijving worden aangegeven. Indien een bedrag als compensatie is gespecificeerd, is iedere inschrijver gerechtigd deze te ontvangen, mits hij tijdig een geldige aanbieding heeft ingediend (&insldr;)”. Het Duitse systeem komt er dus op neer dat de kosten voor het opstellen van een prijsaanbieding voor rekening van de inschrijvers blijven, maar dat de kosten voor het uitwerken van documenten die onderdeel zijn van de prijsaanbieding, wel voor vergoeding in aanmerking komen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels