nieuws

Ideale hangplek zwervers tegelijk slaapplaats

bouwbreed

rotterdam ­ Zwervers willen graag hangplekken. Die wens moet je serieus nemen, vindt Claudia van Leest. Als afstudeerproject ontwierp zij een opvangcentrum voor daklozen met speciale hanghoekjes. Het centrum is dag en nacht open en serveert maaltijden uit en biedt de gelegenheid om te douchen. Slapen kan niet, dat gebeurt elders in de stad in de zwerfunit.

In Rotterdam zorgen zwervers vooral tegen het einde van de dag voor overlast. Zij trekken dan de aan de rand van de stad gelegen wijken. De bewoners zijn daar niet gelukkig mee. Zij komen dan net thuis van hun werk en treffen dan liever geen dakloze voor de deur aan. Van Leest heeft het opvangcentrum dan ook in het hart van stad gepland. Het gebouw moet volgens het ontwerp op palen boven de waterlijn van de de Westersingel komen te staan. Het Kruisplein, waar het Centraal Station van de maasstad nog geen honderd meter van verwijderd is, markeert het einde van singel. Iets verder op is de Pauluskerk, de bekende opvangplaats voor zwervers en drugsverslaafden in Rotterdam. Het gebouw verdwijnt praktisch in de singel. Op straatniveau bevindt zich alleen het gebouwtje met de receptie en de behandelruimte van de huisarts die in het opvanghuis werkt. Alle andere voorzieningen, zoals de hangplekken, de keuken en de eetzaal, liggen onder het straatniveau in de bedding van de singel.

Omgeving

Het ontwerp van zowel het moedergebouw als de zwerfunits, wilde Van Leest zo veel mogelijk in de omgeving op laten gaan. Daarom bouwde zij op de daken van het opvangcentrum extra hoge randen, waardoor er altijd een laagje regenwater op het dak blijft staan. Op die manier wordt het gebouw weer één met het water van de Westersingel, die onder het op palen geplaatste ontwerp kabbelt. Slapen kan niet in het moedergebouw. Dat doen de zwervers, als het aan Van Leest ligt ten minst, in de speciaal ontworpen betonnen units die door heel het stadscentrum worden geplaatst. De units gaan net als het moedergebouw in de omgeving op. Het grijs en de lijnen van de stoeptegels worden op het betonnen huisje doorgetrokken. Zo wordt het één met de omgeving en automatisch onderdeel van het straatbeeld. De unit is alleen bedoeld voor slapen. Voor de overnachting kan de zwerver bij het moedergebouw een speciale sleutel krijgen waarmee hij eenmalig toegang krijgt tot een bepaalde slaapcabine. Overdag moet de zwerver dus ergens anders een plekje zoeken, want dan wordt het betonnen huisje als hangplek gebruikt door passanten die tegen een schuin geplaatst bankje op de zwerfunit uit kunnen rusten. Daarnaast maakt de gemeentelijke reinigingsdienst met een hogedruk spuit het betonnen gebouwtje van binnen schoon. “Zo breng je de mensen dichter bij elkaar”, legt Van Leest uit. Door zwervers een eigen plekje te geven in de straat, wil de Rotterdamse architecte de zwervers weer bij de samenleving trekken. “Ze hoeven geen vrienden te worden, maar het zou leuk zijn als een zwerver een soort buurman werd.” De units moeten niet te dicht op elkaar geplaatst worden. “Dan krijg je weer een concentratie van een probleemgroep”, legt Van ze uit. Zij denkt dat zichtafstand het beste is. “Zolang ze maar niet met elkaar kunnen gaan zitten kaarten.” ‘Het zou leuk zijn als ze een soort buren werden’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels