nieuws

Allemaal ietsje inschikken

bouwbreed

utrecht ­ Geen gekoukleum meer in tenten, maar wel het volledige aanbod met exposanten uit alle zestien sectoren van de bouw. Dat belooft de organisatie van de Bouwbeurs, die alle deelnemers heeft gevraagd iets in te schikken. Want kwaliteit moet voor kwantiteit gaan.

Als de vakbeurs een marktplein is, waar iedereen samenkomt, handel drijft en de laatste nieuwtjes uitwisselt, is de beursmanager de moderne evenknie van de marktmeester. Die kent iedereen zijn kraampje toe, zorgt dat er genoeg te eten en te drinken is en waakt ervoor dat iedereen zich aan de spelregels houdt. Voor de Bouwbeurs is dat Aart Wisgerhof die het grootste tweejaarlijkse evenement voor de bouw al weer voor de vierde keer in successie organiseert.

Aan de voorspelling of er net als twee jaar terug weer zo’n 115.000 naar zijn markt zullen komen waagt die zich wijselijk niet. Maar de peilingen wijzen volgens hem wel in die richting. De organisatie laat namelijk niets aan het toeval over en voert voortdurend zogenaamde beursanimo­onderzoeken uit. Die zijn volgens Wisgerhof betrouwbaarder dan politieke peilingen. Maar net als bij verkiezingen is de uiteindelijke uitslag sterk afhankelijk van grillige factoren als het weer. Als het een week lang ijzelt en het wegennet spiegelglad is, heeft dat onherroepelijk zijn weerslag op het bezoekersaantal. Maar dat er zeker honderdduizend bezoekers komen, daaraan twijfelt de beursmanager niet. Die zullen er een harde dobber aan hebben om in één dag alle stands van de duizend deelnemende bedrijven te bezoeken.

Dat zijn er net zoveel als vorige keer, maar wel op iets kleiner vloeroppervlak. De Jaarbeurs wilde namelijk niet zoals bij vorige edities de expositieruimte kunstmatig vergroten met tenten op het buitenterrein. Dat levert geen expositieruimte op van de kwaliteit die de organisatie voor ogen staat.

Na het succes van de Bouwbeurs 2001 is even overwogen om het evenement te splitsen in twee aparte beurzen voor ruwbouw en afbouw. De Jaarbeurs moest toen immers nogal wat bedrijven die aanklopten om standruimte, nee verkopen. Wisgerhof: “Maar de kracht van de Bouwbeurs schuilt volgens velen juist in de compleetheid van het aanbod. Alles en iedereen is die eerste week van februari van de partij in Utrecht. Om toch de kwaliteit te bieden die we willen, hebben we iedereen gevraagd iets in te schikken. Ook vroege inschrijvers kregen lang niet altijd de standgrootte toegewezen waarom ze gevraagd hadden, om te kunnen garanderen dat iedereen erbij is.”

Tegelijkertijd is wel de presentatie buiten verhoogd. Steigerbouwers presenteren zich prominent met drie triomfbogen, er komen uitkijktorens en er is een soort arena gemaakt waar materieel kan worden gedemonstreerd. Geen parkeerplaats meer van statisch opgesteld bouwmaterieel zoals bij voorgaande edities, maar een overzichtelijk aantrekkelijk vormgegeven terrein waarop allerlei activiteiten plaatsvinden.

Bouwfraude

In die omgeving, binnen en buiten, kan iedereen de bouwfraude volgens Wisgerhof even vergeten. Hij ziet de beurs als een optimistisch evenement, gericht op de toekomst. Een mooie kans voor de bouw om eens te laten zien waartoe ze allemaal wel niet in staat is. Het beursthema ‘het bestek voor nieuwe tradities’ is geen poging om af te rekenen met deze zwarte bladzijde uit de Nederlandse bouw. Het thema was al bedacht, ruim voordat Koop Tjuchem­medewerker Ad Bos de klok luidde. Wisgerhof: “Eigenlijk is de Bouwbeurs een bestektafel, waar de bestekken voor de bouwwerken voor de toekomst worden geschreven. Hier wordt bepaald hoe er de komende jaren gebouwd wordt en worden nieuwe tradities gevestigd.”

Dat bouwen begint zelfs letterlijk in Utrecht. Een kleine week voor de beurs vergaat horen en zien de bezoeker van de hallen van het immense Jaarbeurscomplex. Overal wordt getimmerd, gezaagd, gesleuteld en gestapeld. De beursmanager: “Staan er bij andere vakbeurzen twee dagen voor het opbouwen van de stands uit lichtgewichtconstructies, bij de Bouwbeurs geldt een opbouwtijd van een week. Het werk wordt niet verricht door gespecialiseerde standbouwbedrijven, de meeste bouwers gaan zelf met hun eigen materiaal aan de gang.

Eigenlijk is het een gigantische bouwput waarin duizend aannemers door elkaar heen krioelen. Toch gaat het altijd goed. Bouwers laten zich niet uit het veld slaan en staan niet gek te kijken wanneer iets in de praktijk anders uitpakt dan vooraf was gedacht. Ze vinden altijd een oplossing.”

‘Hier wordt bepaald hoe er de komende jaren wordt gebouwd’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels