nieuws

Opa Tempex verslaafd aan witte bolletjes

bouwbreed Premium

gemert ­ Unidek geeft na 34 jaar zijn zelfstandigheid op. Dat biedt oprichter Hendrik van Dijk de mogelijkheid weer ouderwets te gaan knutselen met het product dat hem groot maakte: piepschuim. Een gesprek met de enige Nederlandse topman die de show steelt in zijn eigen strip.

Tevreden zit Hendrik van Dijk onderuitgezakt in een comfortabele leren bureaustoel, zijn armen ontspannen achter zijn hoofd gebogen. Met de verkoop van Unidek aan de Ierse bouwmaterialengigant CRH is de toekomst van de producent van isolerende bouwelementen van geëxpandeerd polystyreen (eps) gewaarborgd. Unidek is niet langer afhankelijk van zijn oprichter. En dat, zo geeft Van Dijk toe, is toch wel een geruststelling.

“Ik heb ook niet het eeuwige leven”, zegt de 59­jarige topman met een lach. Om serieus te vervolgen: “Ik heb vijf hartaanvallen overleefd en lijdt aan astma. Dat heeft meegespeeld in het besluit het bedrijf nu van de hand te doen. Natuurlijk is het een emotioneel moment, ik heb Unidek niet opgericht om te verkopen. Maar in dit geval moet het zakelijke boven het emotionele prevaleren.”

Bovendien, zegt Van Dijk, is hij zeer in zijn nopjes met de aanstaande moedermaatschappij. CRH neemt heel Unidek over, snijdt niet in de organisatie, laat de oprichter nog tweeënhalf jaar zitten en investeert in verdere groei van de onderneming.

“Top of the bill, noem ik dat”, jubelt Van Dijk. “Voor mij waren er drie kandidaten om Unidek over te nemen, CRH stond nummer één. Ik had een paar miljoenen meer kunnen vangen, maar koos toch voor CRH. Zij passen het beste bij ons en wij bij hen. CRH heeft al piepschuim in Ierland, Scandinavië, Polen en Rusland, maar nog niet in Midden­Europa. Dat gat vullen wij. Uiteindelijk moet ook Zuid­Europa worden veroverd .”

In de schuur van zijn moeder legde Van Dijk in de jaren zestig de basis voor Unidek. Op karakter ­ hardwerken en oog voor de menselijke maat ­ bouwde hij zijn ideeën uit tot een onderneming met 115 miljoen euro omzet en 520 werknemers, actief in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk.

Het hoofdkwartier in Gemert verraadt nog een andere karaktereigenschap van Van Dijk. Wie een zo imposant kantoor laat bouwen dat je er een multinational met een miljardenomzet verwacht, moet wel ijdel zijn. Dat vermoeden wordt versterkt door de hoofdrol die Van Dijk als �Opa Tempex� speelt in zijn eigen stripboek.

“Ja, ik ben ongetwijfeld de enige bestuursvoorzitter met een strip”, moet Van Dijk zelf ook wel lachen. “Maar er zit wel een idee achter. Strips worden goed gelezen. Ze zijn uitstekend om kennis over ons product, maar ook over de bouw en het milieu over te dragen. Reclamefolders verdwijnen snel in de prullenbak, strips niet.”

In de strips komen concurrerende producten als glas­ en steenwol er slecht vanaf. Niet verwonderlijk: de makers van de verschillende isolatiematerialen leven al jaren op gespannen voet met elkaar. In de strip van Van Dijk worden bouwvakkers die minerale wollen verwerken, steevast getekend met luchtdichte pakken en dikke veiligheidsbrillen. “Een koekje van eigen deeg”, vindt Van Dijk. “Jarenlang hebben ze piepschuim zwart gemaakt. Daar hebben wij nu nog last van. Het werd tijd ze eens terug te pakken.”

Unidek mag dan opgaan in een groot, kapitaalkrachtig bedrijf, dat betekent niet dat Van Dijk van het toneel verdwijnt. Hij gaat na de aandelenoverdracht zijn tijd en energie steken in productontwikkeling. “Ik krijg straks weer tijd om te doen wat ik eigenlijk het leukste vind: oude producten verbeteren en nieuwe uitvinden.” Zelfs na dik drie decennia is de selfmade­man nog altijd niet uitgekeken op piepschuim.

Van Dijk kan ook helemaal niet stoppen met werken. Hij is eraan verslaafd. Pas als zijn lichaam niet meer kan, legt hij het bijltje erbij neer. “Werken is mijn grootste hobby”, stelt Van Dijk onomwonden vast. “Vanwege gezondheidsklachten moet ik het nu wel rustiger aan doen. Maar ik heb thuis niet voor niets een bureau aan bed. Van daar uit kan ik via computers het hele bedrijf overzien. En als CRH mij straks niet meer nodig heeft, verzin ik wel iets anders om te doen.”

Voorlopig houdt Van Dijk het nog wel even bij piepschuim. Hij droomt van de verdere ontwikkeling van grootschalige sandwichelementen en nieuwe eps­toepassing in de weg­ en waterbouw. “Want de mogelijkheden worden dan ongekend”, zegt Van Dijk, terwijl hij in zijn onafscheidelijke schetsboek een paar voorbeelden tekent. “Chalets, noodwoningen, studentenhuisvesting. Ook zie ik een grote toekomst in drijvende huizen en kassen. We zullen veel meer op het water wonen en werken, daar ben ik van overtuigd.”

Reageer op dit artikel