nieuws

Koopman en dominee partners in water Staatssecretaris verheugd over enthousiaste samenwerking watersector bij exportproject

bouwbreed Premium

den haag ­ Het programma Partners in Water dat beoogt de Nederlandse waterinzet in het buitenland te bevorderen, loopt gesmeerd. Het gezamenlijke project van overheid, wetenschap en bedrijfsleven bestrijkt inmiddels meer dan honderd projecten. Een illustratie van het enthousiasme waarmee de watersector op de mogelijkheden van het programma inspringt, aldus meent staatssecretaris M. Schultz.

Zij draagt namens Verkeer en Waterstaat de eerste verantwoordelijkheid voor Partners in Water maar het project wordt ook gedragen door de ministeries van Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Economische Zaken en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Bedrijven en kennisinstituten blazen onder meer via het Netherlands Water Partnership een partijtje mee.

Het programma draait nu bijna twee jaar en loopt tot 2004. In die tijd zijn volgens Schultz flinke stappen vooruit gezet in de samenwerking tussen de departementen en met het bedrijfsleven, dit alles onder met motto �samen staan we sterker�. De subsidiepot van 30 miljoen euro is hierbij een smeermiddel.

Invalshoeken

De verschillende invalshoeken van de betrokken instanties leiden tot uiteenlopende accenten, constateert het bureau Berenschot in een evaluatie in opdracht van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. Het spanningsveld tussen de koopman en de dominee waarop wordt gedoeld, is in de ogen van de bewindsvrouw echter geen probleem. “Berenschot beveelt een explicitering aan van de doelstellingen. Het kabinet heeft zich echter in het programma bewust niet uitgesproken voor een van deze twee rollen”, geeft zij aan. “Het doel was immers, synergie te krijgen door beide rollen en inzet met elkaar af te stemmen, met behoud van respectievelijke verantwoordelijkheden. Waar mogelijk wordt het beste dat beide rollen in zich bergen ingezet. En dat dit in de ene situatie meer de een is dan de ander, is van minder belang, zolang dit maar tot concrete resultaten en een versterking van de Nederlandse inzet leidt.”

Schultz onderschrijft de bevinding van Berenschot dat de samenwerking en beleidsafstemming tussen de verschillende partijen hechter kan en dat beleidsdoelen moeten worden aangescherpt. De eerste stappen hiertoe zijn gezet en de wil is er om langs deze ingeslagen weg verder te gaan, beargumenteert zij haar intentie om Partners voor Water voortvarend te continueren.

Tot de projectaanvragers behoren ingenieursbureaus, bouwers, ministeries, lagere overheden, onderwijsinstituten, niet­gouvernementele organisaties en samenwerkingsverbanden als het NWP. Dat laatste spant met zestien verzamelde aanvragen de kroon. Ingenieursbureau Haskoning is met acht projecten een prominente tweede.

Reageer op dit artikel