nieuws

Forse kritiek op Wet ruimtelijke ordening

bouwbreed Premium

den haag ­ Gemeenten hebben ongezouten kritiek op de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening die na twee jaar klaar is voor behandeling in het parlement. Zij vrezen betutteling en ongebreidelde regelzucht van Rijk en provincies.

Ter voorbereiding op de hoorzitting van morgen in de Tweede Kamer heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de kritiek vervat in een brief van vier kantjes en een onderbouwing van twintig bladzijden. Parlementariërs gaan ook andere organisaties horen, zoals de Vereniging van Nederlandse Projectontwikkelingsmaatschappijen (Neprom), het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) en de Stichting Natuur en Milieu. Ook komen bestuurders van verschillende overheden en wetenschappers aan het woord over de herziening.

De Wet op de ruimtelijke ordening dateert uit 1965. In de loop der jaren waren er regelmatig herzieningen. De huidige wijziging is nog een product van oud­minister Pronk (VROM). In september 2001 presenteerde hij het voorontwerp en sindsdien is er vooral veel gepraat. Toen was er nog sprake van dat de watertoets, het verplichte afwegen van waterstaatkundige gevolgen van bestemmingsplannen, later zou worden toegevoegd. Inmiddels heeft de watertoets de wet ingehaald en is de toets vanaf 1 november verplicht.

Ook zou de wet goed aansluiten bij de Vijfde nota ruimtelijke ordening. De laatste is van de baan en daarvoor komt op zijn vroegst komend voorjaar de Nota ruimte in de plaats. Nu, twee kabinetten en evenzoveel jaren later, kan de Tweede Kamer beginnen met de behandeling van de herziening van de wet.

Eén van de problemen van de gemeenten is de bevriezing van bouwaanvragen als bestemmingsplannen ouder zijn dan tien jaar. “Een oud plan behoeft niet verouderd te zijn”, schrijven de gemeenten. De tien jaar zou pas moeten ingaan vanaf het in werking treden van de plannen, aangezien na het opstellen veel tijd verloren gaat met inspraakprocedures.

De VNG vindt de nieuwe wet in veel opzichten een achteruitgang. “Het voortraject wordt arbeidsintensiever en tijdrovender”, schrijft de vereniging.

Het AVBB heeft echter vorige week een topdrie met vertragers in de ruimtelijke ordening opgesteld en op nummer één staan de gemeenten zelf. Kwaliteit en daadkracht van gemeenteambtenaren is vaak onvoldoende om de regels en wetten goed en volledig uit te voeren. Nummer twee zijn de lange vergunningstrajecten waarvan de gemaakte kosten voor rekening van de bouwer komen. De derde vertrager vormen de inspraakprocedures.

De hoorzitting gebruiken de kamerleden ter voorbereiding van de behandeling van de wet. Na een overleg met de minister brengen zij wellicht nog wat wijzigingen aan. Daarna bespreekt de Eerste Kamer de voorstellen.

Reageer op dit artikel