nieuws

Zeehonden in Enkhuizen

bouwbreed Premium

Zeehonden in Enkhuizen

De tijd kun je niet terugdraaien. Of wel? De Afsluitdijk, met zijn dertig kilometer de langste zeedijk ter wereld, behoort tot de beroemdste waterstaatkundige werken van Nederland. In 1932 begeleidden de feestelijke klanken van stoomfluiten en sirenes de afsluiting van de Vlieter, het laatste stroomgat tussen Friesland en Noord­Holland. De vlag ging in top, het karwei was volbracht. Het had 120 miljoen gulden gekost, een voor die tijd astronomisch bedrag.

De gevolgen waren ingrijpend. Met de vele overstromingen waarmee men in de omliggende provincies te maken had, was het gedaan. Ook werd het nu mogelijk grote delen van de voormalige Zuiderzee in te polderen. Maar de duizenden Zuiderzeevissers konden hun broodwinning vaarwel zeggen, zestig havens verloren hun functie, de zalm en forel konden niet meer vanuit de Zuiderzee stroomopwaarts de IJssel en Rijn opzwemmen, vissoorten als de bruinvis (een soort dolfijn), de ansjovis en de Zuiderzeeharing verdwenen.

Maar de waterstaatkundige vooruitgang was niet te stuiten, met de beroemde ingenieur Cornelis Lely op dat moment als minister. Het ging niet alleen om het beschermen van de bevolking tegen stormvloeden. Ook de uitdaging om een zo grote zee in land te veranderen sprak velen aan in deze eeuw van vooruitgangsgeloof en industriële revolutie. Toentertijd waren er zelfs plannen om de Waddeneilanden met het vasteland te verbinden door de Waddenzee te dempen. Voor deze ecologische ramp is Nederland gelukkig gespaard gebleven.

Nu is het tij gekeerd. Vanuit het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit worden eilanden voor de kust van West­Friesland gesubsidieerd voor vogels en natuur, gelijkend op het Griend dat nog in de Waddenzee ligt. De vereniging voor behoud van botters en andere klassieke IJsselmeer­schepen krijgt steeds meer leden. Rond het voormalige eiland Wieringen moet een randmeer komen, net zoals de overheid dat van plan is met Schokland in de Noordoostpolder. Rijkswaterstaat studeert op de mogelijkheid een brakwatergebied aan te leggen om de overgang tussen de zoute Noordzee en het zoete IJsselmeer te verzachten. Want vissen en andere dieren zijn niet ingesteld op zulke harde overgangen als de mens ze maakt. Het lijkt erop dat we gekunsteld de historie aan het herstellen zijn. Voor de vissersschepen van Urk wordt zelfs een diepere vaargeul in het IJsselmeer gemaakt. In elk geval wordt de vis van Urkse kotters in de eigen veiling van Urk afgeslagen, ook al moet de vis met vrachtauto’s vanuit Den Helder en IJmuiden daar naartoe worden gebracht.

Waarom zo ingewikkeld? Waarom houden we het IJsselmeer nog als meer en maken we er niet weer open zee van? Het argument dat er dan vele kilometers dijk tot zeeniveau opgehoogd moeten worden, gaat maar gedeeltelijk op gezien de afkortdijk die tussen Lelystad en Enkhuizen ligt. Nog zo’n dijkje tussen Lelystad en de noordkant van Kampen en we hebben de grootste wadden van de wereld binnen de grenzen. Goed voor het toerisme, dat zeker. Zulke natte of moerasachtige natuurgebieden zijn zeldzaam in Europa. De vistrek wordt weer mogelijk, zalm en forel keren terug in de IJssel en de Rijn.

De kerf in de duinen bij Schoorl is er niets bij. Mondjesmaat spoelt de zee daar doorheen. De kerf was bedoeld als eerste experiment om te komen tot een dynamischer kustbeheer met meer ruimte voor de invloed van getijden. Wordt het geen tijd voor een grootser plan?

Reageer op dit artikel