nieuws

Turbine pompt zichzelf naar grote hoogte

bouwbreed Premium

nieuwegein ­ Het duurt niet lang meer of de steeds groter wordende off­shore windturbines zijn met de bestaande kraanschepen niet meer te plaatsen. Daarom bedacht Ballast Nedam de opblaaspaal.

Zware lasten tillen op zee is geen enkel probleem; ook in de hoogte komen we een heel eind, weet ing. Arjen Vos van het eigen ingenieursbureau Infra Consult + Engineering van Ballast Nedam. Ballasts eigen kraanschip de Svaenen dat bij de bouw van heel wat bruggen over de wereld werd ingezet, kan bijvoorbeeld lasten van 8000 ton aan tot een hoogte van zo’n 74 meter. Maar boven die hoogte nemen de toegestane werklasten snel af.

Voor de generatie windturbines die momenteel in windmolenparken overal op aarde op zee worden neergezet zijn dergelijke schepen volgens Vos nog toereikend. Maar de ontwikkeling gaat volgens het Hoofd Productietechnologie onstuitbaar naar 6 megawatt­turbines op palen van zo’n 90 meter hoogte. Die leggen zo’n 700 ton gewicht in de schaal.

Grotere kraanschepen ontwikkelen ligt volgens Vos niet voor de hand. Dergelijke gevaartes zijn namelijk altijd gebonden aan een smal venster waarin wind en golfslag gering zijn en het werken niet belemmeren. Bij het eenmalig plaatsen van een offshore­platform is het geen probleem op zo’n venster te wachten, maar bij de bouw van een windmolenpark met veertig of meer turbines stuit dat op bezwaren. Er moet doorgewerkt kunnen worden bij ongunstigere omstandigheden. Want windmolenparken worden juist neergezet op locaties waar het hele jaar een stevige wind staat.

Luchtdruk

Reageer op dit artikel