nieuws

‘Sla zoetwaterbuffer op in de ondergrond’

bouwbreed Premium

arnhem ­ Zandlagen in de ondergrond lenen zich uitstekend voor de opslag van water als buffervoorraad voor droge tijden. Het is concurrerend met bovengrondse opslag en doet geen beroep op de schaarse ruimte. Ingenieursbureau IF Technology pleit voor een onderzoek naar deze voor Nederland nieuwe methode.

IF Technology zelf heeft wel veel ervaring met een verwante tak van sport: de opslag van warmte en koude in de ondergrond. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van deels dezelfde zandlagen. Water speelt in dat geval de rol van transportmedium. De technieken om warmte uit te wisselen met de bodem verschillen volgens drs. Guus Willemsen van het Arnhemse ingenieursbureau niet wezenlijk met de opslag van een zoetwaterbuffer voor droge tijden. Via putten wordt water in natte tijden in de ondergrond opgeslagen om daar bij waterschaarste weer aan te worden onttrokken. Hooguit bestaat er meer verstoppingsgevaar voor de putten vanwege de verontreinigingen die het oppervlaktewater altijd bevat. Daarom zal er dus een voorzuivering plaats moeten vinden.

De voordelen van ondergrondse opslag zijn volgens Willemsen legio. Er wordt geen beroep gedaan op schaarse bovengrondse ruimte en het lijkt erop dat het nog goedkoper is ook. Bovendien is er een enorme capaciteit. “Neem een gemiddeld zandpakket met een dikte van zo’n dertig meter, zoals die er legio zijn in de bodem in het westen van het land. Daarvan is zo’n dertig procent bruikbaar voor water opslag, zodat je een laag van tien meter zoet water kwijt kunt. Op maaiveld mag je al blij zijn als je drie meter haalt, zodat je per hectare onder de grond drie keer zoveel water kwijt kunt als bovengronds”, rekent Willemsen voor. “Weliswaar moet je putten slaan, een voorzuivering, pompen en andere installaties plaatsen, maar daar staat tegenover dat je geen dijken hoeft te bouwen om je bassin af te bakenen. En er bestaat ook geen gevaar dat de watervoorraad door de hitte verdampt.”

Zakkingen

Gevaar voor zakkingen op maaiveld bestaat er inderdaad, maar laat zich volgens Willemsen goed voorspellen. Vooral de kleilagen boven de zandlaag zullen zetten, maar de drukgolf door zo’n laag verplaatst zich maar langzaam. Door op tijd weer te infiltreren met nieuw oppervlaktewater kan dat grotendeels gecompenseerd worden. Bovendien kunnen de zakkingen beperkt worden door te spelen met in­ en uitlaat en door de verschillende putten niet te dicht bij elkaar te plaatsen. Maar het is ook één van de punten die extra studie behoeft. Willemsen weet dat de waterschappen aangespoord door rijkswaterstaat al eerder bezig zijn geweest met het opstellen van plannen voor zoetwaterbassins voor droge tijden. Maar ondergrondse opslag is toen niet in beeld geweest. Hij hoopt dat nu de problematiek heel actueel is, en deze interessante optie alsnog wordt wordt bestudeerd.

Wereldwijd is er vooral de nodige ervaring met ondergrondse opslag van drinkwater. In de Verenigde Staten, Australië en Israël zijn diverse projecten gerealiseerd. Omdat drinkwater een veel grotere waarde vertegenwoordigt dan oppervlaktewater waren die ondernemingen al gauw rendabel. Het Limburgse Waterleidingmaatschappij WML heeft inmiddels ook een pilot­project lopen. In Florida is nu het eerste project in voorbereiding voor de opslag van oppervlaktewater om natuurgebied de Everglades altijd van water te garanderen.

Reageer op dit artikel