nieuws

Bouw is efficiënt ondanks ‘prijsopdrijving’

bouwbreed Premium

Is er sprake van prijsopdrijving in de bouw als gevolg van het stelsel van illegale afspraken en vooroverleg in de bouw? De economen spreken elkaar tegen. De parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid komt uit op maximaal 8,8 procent. De Nederlandse Mededingingsautoriteit komt op een nog hoger percentage: 9 tot 12 procent.

Bouweconoom prof. Buur twijfelt aan genoemde percentages. Hij baseert zich op: 1. de marges in de bouw zijn laag; 2. aannemers die deelnamen aan vooroverleg moesten bij openbare aanbestedingen altijd rekening houden met een ‘buitenommer’ (een derde aannemer die niet aan het illegale vooroverleg meedoet); zij konden dus de prijs nooit te veel laten stijgen. Hij illustreert dit door er op te wijzen dat van de 3300 aanbestedingen die door de parlementaire enquêtecommissie zijn onderzocht in bijna 3100 gevallen een deelnemer uit het vooroverleg de laagste was (en dus niet een buitenommer); 3. Er zijn geen aanwijzingen dat er op grote schaal zwart geld in de bedrijfstak rondgaat.

Ook economen van het Centraal Planbureau twijfelen aan het gepresenteerde cijfer van bijna 9 procent prijsopdrijving als gevolg van het afsprakensysteem. Zij wijzen erop dat de onderlinge concurrentie ondanks het systeem van vooroverleg en afspraken groot bleef. De hoogte van de inschrijfprijs geeft vooral de mate aan waarin een bouwonderneming de opdracht wil verkrijgen en hoeft daarom niet direct verband te houden met de werkelijke bouwkosten, aldus het CPB. Volgens het CPB worden de prijzen in de bouw veel meer bepaald door de economische conjunctuur.

We kunnen die circa 9 procent prijsopdrijving ook op een veel directere manier weerleggen. Slechts zo’n 40 procent van de totale bouwmarkt wordt via meervoudige inschrijving aanbesteed. Het een­op­een verkeer vertegenwoordigt 60 procent van de bouwmarkt. Stel dat de 9 procent prijsopdrijving voor de eerste categorie waar is, dan betekent dit voor de hele markt een kostenopdrijving van ‘slechts’ zo’n 4 procent. En dan nog is het de vraag of in het ene deel van de bouwmarkt sprake kan zijn van een ander prijsniveau dan in het andere deel van de bouwmarkt. De concurrentie tussen bedrijven en tussen deelmarkten zal er voor zorgen dat er een nivellering optreedt.

Bouwkostendeskundigen aan de kant van de opdrachtgever weten doorgaans wel ‘wat iets mag kosten’, en zullen er voor zorgen dat de klant in het ene geval niet meer betaalt dan in het andere geval. De NMa geeft aan dat prijsopdrijving zich niet altijd ondubbelzinnig vertaalt in hogere winsten. Vanuit economisch perspectief kan namelijk geredeneerd worden dat de prijsopdrijving gebruikt is voor het bekostigen van inefficiënt produceren. De inefficiënties komen uiteindelijk als kosten in de officiële boekhoudingen terecht, en niet als winsten. Moeten we, deze redenering volgend, dus de conclusie trekken dat de prijsopdrijving (9 procent dan wel 4 procent) gebruikt is voor het instandhouden van een inefficiënte bedrijfstak? Voordat we deze conclusie mogen trekken moeten we ons eerst afvragen of er überhaupt wel sprake is van een inefficiënte bedrijfstak. Zijn de inefficiënties niet inherent aan het bouwen en het bouwproces zelf? Terecht wordt in dat verband gewezen op de problemen van discontinuïteit in de bouw, de monopsonistische verhoudingen in een groot deel van de markt (een koper tegenover vele aanbieders), de vaak hoge risico’s van het bouwen en de hoge faalkosten in het bouwproces.

Wanneer we in de landen om ons heen kijken dan blijkt dat de Nederlandse bouw qua efficiëntie gunstig afsteekt. PRC Bouwcentrum doet al sinds eind jaren ’80 internationaal bouwkostenvergelijkend onderzoek. Daaruit blijkt keer op keer dat het prijsniveau van de Nederlandse bouw concurrerend, zo niet het laagste is, in vergelijking met de landen om ons heen (Duitsland, Frankrijk, België, Engeland).

De Nederlandse bouw is er, ondanks de vermeende prijsopdrijving, dus altijd wel in geslaagd om efficiënter te werken dan de bouwindustrie in de omliggende landen. N0g efficiënter kan natuurlijk altijd, en daar zullen we naar moeten streven.

Reageer op dit artikel