nieuws

‘Vroegtijdig ingrijpen bij tegenslag is beste overlevingsstrategie’

bouwbreed Premium

alphen aan den rijn ­ Het doet pijn, maar zodra er minder werk is moet een bouwbedrijf afslanken. Uitstel van de reorganisatie leidt in veel gevallen slechts tot schuldsanering of faillissement. “Eenmaal op het hellende vlak, is er geen redden meer aan”, stelt bouwspecialist Ton de Waardt van BDO Accountants & Adviseurs.

Snijden. Na de personeelsschaarste van de afgelopen jaren is dat het laatste waar bouwers volgens De Waardt op het moment aan denken. “De juiste calculator is net gevonden en de organisatie staat gesteld. Maar er is geen werk”, brengt hij het dilemma waar veel aannemers op het moment mee worstelen in beeld. De beslissing om op de personeelskosten te bezuinigen wordt daarom vaak uitgesteld. Je weet nu eenmaal nooit of die uitstekende calculator in betere tijden, die beslist zullen komen, terug te halen is. Toch is volgens De Waardt een vroegtijdige aanpassing van de organisatie de beste overlevingsstrategie. Wachten leidt volgens de accountant, die via zijn vaders toeleveranciersbedrijf al vroeg met de bouw in aanraking kwam, meestal tot een financiële struikelpartij. Tegen kostprijs of met verlies werk aannemen om in ieder geval de uitgaven voor het kantoorpersoneel te dekken, is volgens De Waardt niet verstandig. “Bij zulke projecten wordt scherp gecalculeerd. En als alles er uitgewrongen wordt, kun je geen tegenslag hebben.” Wie vervolgens met de beperkte speelruimte aan de slag gaat, neemt hoge risico’s. Bij de kleinste tegenvaller of een beetje meerwerk lopen de kosten en daarmee het verlies razendsnel op. Een tekort op de balans betekent in de praktijk algauw onregelmatige betalingen. En daar maakt een bouwer zich nooit populair mee. Onderaannemers hebben er dan snel genoeg van. De Waardt: “Ze komen niet meer, of te laat. En als ze er wel zijn, wordt het werk slecht gedaan waardoor veel dingen opnieuw moeten. Een project wordt op die manier kapotgemaakt.” Gaat het nieuws over de slecht betalende aannemer eenmaal rondzingen, dan is het snel gedaan omdat opdrachtgevers en onderaannemers het bedrijf dan gaan mijden. In een dergelijk stadium zijn de schuldsanering en het faillissement nog de enige opties. Een overname sluit de BDO­man praktisch uit. De boekhoudcijfers van een bouwbedrijf laten namelijk niet zien hoe de projecten waaraan gewerkt wordt ervoor staan. En daar zitten nu juist de grootste risico’s. Om je schuldeisers tevreden te stellen, geldt volgens De Waardt een standaard percentage van minimaal 30 procent van de openstaande rekeningen. Een bedrag dat daaronder ligt, is voor vrijwel elke partij onacceptabel. “In de bouw is dat vaak te weinig. De band met de leverancier is meestal niet zo sterk waardoor alleen genoegen wordt genomen met de helft.” Wordt het bedrijf failliet verklaard, dan kiest de curator vaak voor een doorstart. Met nieuw geld van een een branchegenoot of andere financier kan het bedrijf dan in afgeslankte vorm de eigen projecten afbouwen. “De schade is dan beperkter”. Een blik vooruitwerpend, is De Waardt niet optimistisch. “Aannemers zitten nu allemaal te kijken hoe ze er voorstaan. Maar voor mijn gevoel moeten de echte klappen nog komen.” ‘Wachten leidt vaak tot een financiële struikelpartij’

Reageer op dit artikel