nieuws

Parlementair onderzoek Betuwelijn is zinloos

bouwbreed Premium

De Betuwelijn gaat bijna 10 keer zoveel kosten als oorspronkelijk geraamd. De railverbinding werd in 1990 geraamd op 550 miljoen euro terwijl hij bijna 5 miljard euro gaat kosten. Gisteren publiceerde de Rekenkamer het rapport ‘Risicoreservering HSL­Zuid en Betuweroute’ ten behoeve van een onderdeel: de veiligheidsmaatregelen. Wellicht wakkert dit de interesse in de Kamer voor een parlementair onderzoek weer aan. Emirto Rienhart vraagt zich af wie er met zo’n onderzoek gebaat is.

Op basis van kamerstukken en voortgangsrapportages kan worden geconcludeerd dat deze forse overschrijding van het oorspronkelijke budget voor een groot deel wordt veroorzaakt door het in de loop van het project telkens weer verhoogde ambitieniveau. Dit is vooral te wijten aan politieke keuzes die onderverantwoordelijkheid van de 2e Kamer en de opeenvolgende Kabinetten zijn gemaakt. In de Kamer spreken de politici al jaren over het houden van een Parlementair onderzoek naar de Betuwelijn. De ontwikkelingen rondom deze lijn vragen om een nadere analyse van het project, en met name naar de stijging van de kostenprognoses. Als we kijken naar de ontwikkeling van de aanlegkosten dringt zich de vraag op of de financiële consequenties van de opeenvolgend goedgekeurde fysieke aanpassingen (‘wijzigingen van de bestelling’ zoals deze in de projectorganisatie graag worden genoemd) wel voldoende inzichtelijk waren voor het Kabinet en de Kamer, of dat willens en wetens is ingestemd met extra investeringen en er nu onterecht verbaasd wordt gereageerd. Een belangrijke achterliggende vraag daarbij is natuurlijk of kamerleden wel de juiste informatie hebben gevraagd en gekregen. Maar of dat nu de meest dringende vraag is?

Onderzoeksdoel

Het is te betwijfelen of een Parlementair onderzoek in dit stadium wel het beste middel is. Zeker wanneer het juist is dat politici zelf een deel van de verantwoordelijkheid voor de kostenstijgingen dragen. De keuze voor welk soort onderzoek door welke partij zou moeten worden uitgevoerd zou in belangrijke mate af moeten hangen van het beoogde onderzoeksdoel. Indien politici een ‘afrekendocument’ verlangen waarmee zij elkaar om de oren kunnen slaan, zou de keuze voor een parlementair onderzoek een goede kunnen zijn. Maar wat heeft het voor zin wanneer bijvoorbeeld de minister van V en W moet ‘hangen’ voor de erfenis van haar voorgangsters, als er geen concrete lessen voor de toekomst worden geleerd? Voor de belastingbetaler is het van belang dat hij of zij het vertrouwen krijgt dat er van fouten wordt geleerd en dat daar in de toekomst echt iets mee wordt gedaan. Indien het leren van toekomstige projecten het primaire doel van het onderzoek is, is een onafhankelijk breder onderzoek in de vorm van een projectevaluatie veel beter geschikt. Een Rekenkamerrapport over alleen de risicoreserveringen ten behoeve van alleen veiligheidsmaatregelen is niet genoeg. Er moet breder, inhoudelijker en in onderlinge samenhang naar de diverse aspecten van het project worden gekeken. Met behulp van een onafhankelijke projectevaluatie kan efficiënter en effectiever tot concrete verbeterpunten worden gekomen dan door middel van een Parlementair onderzoek.

Adviserend

Onderwerpen die bij zo’n evaluatie interessant zijn: de rol van de projectorganisatie en de besluitvormingsstructuur, de rol en consequenties van drie verschillende Kabinetten en de Kamer, de invloed van lobbycampagnes en de toegankelijkheid en juistheid van de informatiestromen binnen en tussen de projectorganisatie, het bestuur en de politiek. Maar vooral ook de processen rondom het ‘wijzigen van de bestelling’: hoe kon, binnen de kaders van de geldende overeenkomsten en beheersverantwoordelijkheden het project iedere keer weer veranderd worden en duurder worden? Een brede onafhankelijke projectevaluatie zou wederom door de onafhankelijke Rekenkamer kunnen worden uitgevoerd. Zij heeft immers de taak om de doelmatigheid en rechtmatigheid van overheidsuitgaven te controleren en aanbevelingen voor de toekomst te geven. Indien bij de Rekenkamer niet alle expertise voor een dergelijke brede projectevaluatie in huis is, zou zij voor specifieke kennis en deelonderzoeken geholpen kunnen worden door onafhankelijke specialisten, voor zover deze niet te zeer bij het project betrokken zijn geweest. De Kamer hoeft bij een dergelijke onafhankelijke projectevaluatie niet te vrezen buiten spel te staan. Er zou gekozen kunnen worden voor een adviserende rol van de Kamer bij het formuleren van de doelstelling en aanpak van de evaluatie. Ook zou de Kamer de mogelijkheid kunnen krijgen te reageren op de voorlopige bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de evaluatie. De rapportage van de evaluatie kan input vormen voor het debat.

Integraal

De belastingbetaler moet erop kunnen vertrouwen dat overheidsgeld op doelmatige en rechtmatige wijze wordt besteed. De kostenstijging van de Betuwelijn kan niet zonder gevolgen blijven. Op z’n minst moeten uit het project lessen voor de toekomst worden geleerd. De rol van de politiek op het ontwikkelingsproces van de Betuweroute zou ook onderwerp van de evaluatie moeten zijn. De Kamer moet daarom maar even wachten met het denken over en vragen om een parlementair onderzoek. Laat de Rekenkamer maar eerst een integrale projectevaluatie uitvoeren. Op basis van het evaluatieresultaat kan er altijd nog een Parlementair onderzoek worden ingesteld.

Ir. Emirto Rienhart Consultant bij ProCap Projectmanagement te Utrecht Kostenstijging kan niet zonder gevolgen blijven

Reageer op dit artikel