nieuws

Minister gewenst van gebruiksruimte

bouwbreed Premium

rotterdam ­ Nederland heeft een nieuw orgaan nodig dat bij het ontwerpen van de openbare ruimte niet alleen adviseert, maar ook beslissingen mag afdwingen. Een ministerie van Gebruiksruimte bijvoorbeeld. Het gekrakeel en de chaos die ontstaat als het gaat om de buitenruimte is alleen zo op te lossen.

Dit zegt Rijksbouwmeester prof.ir. J. Coenen tijdens het Grote Biënnale Debat. Hij is het volmondig eens met de stelling een rijksmeester aan te stellen die zich bekommert over het openbare landschap. Hij spreekt over “poldertoestanden” in negatieve zin en weet uit ervaring hoe frustrerend het soms is alleen maar te adviseren en niet te mogen beslissen. “Er is geen missiegevoel wat esthetiek betreft. Alles omtrent inrichting van de openbare ruimte moet op één adres samenkomen, om prioriteiten te kunnen stellen.” De weerzinwekkende aanblik van en langs de snelweg heeft daarentegen volgens drs. Norder, gedeputeerde van Zuid­Holland, niets te maken met goede smaak. “De overbodige regelgeving moet overboord. Logisch dat de burger na vaak jaren bakkeleien over een weg of een spoor geen enkel vertrouwen meer heeft in de politiek en zegt: ‘Jullie bekijken het maar.’ Coenen: “Nu moet u niet doen alsof alle infrastructuur maar als paddestoelen uit de grond schieten. Overal staat een handtekening van een gedeputeerde of een wethouder onder.” Beledigd neemt hij het heft weer in handen. “Daarnaast denigreert u het begrip goede smaak. Te weinig mensen getuigen van goede smaak.” Coenen wordt beloond met een naar Lagerhuis­begrippen ­ in welke vorm het debat werd gegoten ­ luid applaus en de minister van Goede Smaak is niet meer weg te denken uit het debat over het thema ‘Architect en ruimtelijk beleid’. De vraag is hoe architecten te betrekken bij het ontwerp van de openbare ruimte. De inrichting van deze ruimte laat nogal te wensen over. “Als we niet uitkijken staat er over zes jaar geen 400 kilometer, maar 800 kilometer geluidsscherm langs de snelweg”, brengt discussieleider Marcel van Dam te berde. “Mogen we geen geluidsscherm dan?” doet burger dr. J. Dulfer een duit in het zakje. Volgens prof.ir. F. Houben, directeur van het Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam 2003, ontbreekt het enorm aan visie. “Niemand denkt ooit na over deze ruimte, terwijl de weg de meest frequent gebruikte ruimte is.” ‘Het poldermodel maakt alle polderpanorama’s kapot’, luidt een van de stellingen. Van Dam: “Iedereen ontwerpt maar raak, maar nergens vindt afstemming plaats over de vormgeving. De weg komt er uiteindelijk, met alle rotzooi er omheen.”

Liefdeloosheid

“Politici zouden architecten meer moeten horen over de maatschappelijke betekenis van bepaalde beslissingen”, vindt GroenLinks­fractievoorzitter, drs. F. Halsema. Ze is “moedeloos omdat niemand het echt aandurft na te denken over de inrichting van ons land.” Vooral de liefdeloosheid waarmee politici omspringen met het treinverkeer is haar een doorn in het oog. Een minister van Gebruiksruimte, zoals in Duitsland al bestaat, ziet ze dan ook zeker zitten. “Geen integrale visie op verkeer en vervoer? So what!” zegt de burgemeester van Delft, mr. H. van Oorschot, met luide stem. “Het land is toch niet van het Rijk!” Volgens A. Betsky, directeur van het Nederlands Architectuurinstituut zijn er drie winnaars, zo wil het Lagerhuis­principe: Halsema, prof.dr.ir. J. Mommaas, hoogleraar Vrijetijdswetenschappen in Tilburg, die meldde dat nut en noodzaak meer ruimte moeten bieden aan genot en ervaring en dat de politiek de oorspronkelijke vrijetijdsfunctie van vervoer is vergeten, en de radicale burgemeester van Oorschot. Betsky: “Bijna dreigde het debat een interessante richting in te slaan.”

Reageer op dit artikel