nieuws

Motiveringsplicht bij intrekken aanbesteding

bouwbreed Premium

Al vele jaren geldt dat de aanbesteder in de regel gerechtigd is een aanbesteding tussentijds stop te zetten en aldus gebruik te maken van zijn recht om niet te gunnen. In het UAR 1986 was die bepaling expliciet opgenomen. Maar betekent dit nu ook dat de aanbesteder, als hij van dat recht gebruik maakt, dat zo maar ongemotiveerd mag doen?

De Europese aanbestedingsrichtlijnen en de Nederlandse aanbestedingsreglementen gaan van oudsher uit van een ongeclausuleerd recht van de aanbesteder om een aanbesteding tussentijds stop te zetten. Het UAR 2001 heeft daarin op nationaal niveau enige verandering gebracht, maar met dat reglement is op dit onderdeel nog te weinig ervaring opgedaan om daaraan enige conclusie te verbinden.

Aanbesteders hebben met een zekere regelmaat van dit recht van niet­gunning gebruik gemaakt en aanbestedingen tussentijds beëindigd. Inschrijvers zijn daar uiteraard niet altijd even blij mee, omdat de voor de aanmelding of inschrijving gemaakte kosten dan voor niets zijn gemaakt.

Inschrijvers kunnen na ontvangst van de mededeling van niet­gunning aan de aanbesteder een toelichting op die beslissing vragen, die de aanbesteder verplicht is te geven. Onlangs zijn twee uitspraken gepubliceerd waarin inschrijvers met de toelichting geen genoegen hebben genomen en een geschil aanhangig hebben gemaakt. De eerste uitspraak is van de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Daarin beslist de Raad dat de aanbesteder een gegronde reden dient te hebben om een eenmaal aanbesteed werk alsnog niet op te dragen.

Budgettaire problemen

Die gegronde reden kan zijn gelegen in budgettaire problemen of in de onmogelijkheid om te komen tot een rechtsgeldige gunning; maar geen rechtsregel staat volgens de Raad een andere gegronde reden in de weg. De aanbesteder had een dergelijke gegronde reden en dus kon de aanbesteding tussentijds worden beëindigd. De tweede uitspraak is van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. In die zaak verdenkt een (buitenlandse) inschrijver de aanbestedende dienst ervan dat de aanbesteding tussentijds wordt stopgezet teneinde een binnenlandse partij te (kunnen) bevoordelen. In een gerechtelijke procedure vordert hij om die reden de vernietiging van het intrekkingsbesluit.

Het Hof overweegt dat een aanbesteder in beginsel vrij is om een aanbesteding tussentijds te beëindigen; die beëindigingsmogelijkheid beperkt zich niet tot uitzonderlijke gevallen of gewichtige redenen. De aanbesteder dient zijn beslissing echter wel op verzoek te motiveren. Uit die motivering kan dan blijken of de aanbesteder bij de intrekking van de aanbesteding zijn boekje niet te buiten is gegaan. Een aanbesteder dient zich immers ­ aldus het Hof ­ bij het intrekkingsbesluit te houden aan de fundamentele regels van het EG­verdrag in het algemeen en het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit in het bijzonder.

Deze uitspraak betekent dat een intrekkingsbesluit in een voorkomend geval nietig kan worden verklaard wegens schending van het gemeenschapsrecht. Aanbestedende diensten doen er dus goed aan slechts tot beëindiging van een lopende procedure over te gaan indien daarvoor goede gronden bestaan die geen schending meebrengen van de beginselen van het EG­verdrag inzake vrijheid van vestiging en van dienstverrichting.

Reageer op dit artikel