nieuws

Boetebeding in relatie tot (on)werkbare dagen

bouwbreed Premium

Bij overschrijding van het aantal werkbare dagen (…), zal de ondernemer zonder ingebrekestelling aan de verkrijger een gefixeerde schadevergoeding van vijf/tiende promille van de koop­/aanneemsom per kalenderdag verschuldigd zijn (…), leert ons artikel 14 van de Algemene Voorwaarden voor de koop­/aannemingsovereenkomst voor appartementsrechten, vastgesteld in december 1998. Zeker bij een forse overschrijding van het aantal werkbare dagen kan een dergelijk boetebeding flink in de papieren lopen.

Aannemers proberen dan ook met regelmaat onder het boetebeding uit te komen door te stellen dat een beroep op het boetebeding door de koper c.q. aanbesteder onredelijk is, omdat er geen schade is geleden.

Een ander verweer is dat aannemers van mening zijn dat er meer onwerkbare dagen zijn dan de opdrachtgever stelt. Beide verweren komen we tegen in de procedure die op 5 maart 2003 door de Raad van Arbitrage, nr. 23.553, werd beslist. In dit geding werd door een Vereniging van Eigenaren (hierna: VvE) namens 60 bewoners een bedrag van EUR 1.125.625 gevorderd in verband met te late oplevering.

Collectief

De aannemer erkende dat de appartementen te laat waren opgeleverd, maar was het niet eens met de berekening van het aantal onwerkbare dagen door de VvE. Naar de mening van de VvE kon een aantal (5) adv­dagen niet worden aangemerkt als onwerkbare dagen aangezien deze niet collectief waren. Artikel 14 lid 1 van de desbetreffende Algemene Voorwaarden bepaalt hierover het volgende: “(…) bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst voorgeschreven rust­ en feestdagen, vakantiedagen en andere vrije dagen” worden niet als werkdagen beschouwd. Met de aannemer zijn arbiters van oordeel dat de adv­dagen, waarop volgens het opzichtersdagboek ook daadwerkelijk niet is gewerkt, dienen te worden aangemerkt als onwerkbare werkdagen. Ter motivering stellen zij dat in de CAO voor het bouwbedrijf is bepaald dat naast collectieve vakantiedagen een aantal roostervrije dagen in de onderneming zelf, in overleg met de ondernemingsraad, worden vastgesteld.

Ook ten aanzien van werkdagen die in verband met weersomstandigheden onwerkbaar waren, bestond verschil van mening. Ter staving van beider gelijk werden door partijen gegevens van weerstations, overzichten van eigen waarneming en het tijdens de bouw bijgehouden opzichtersdagboek overgelegd.

Bij de beoordeling of er daadwerkelijk sprake was van onwerkbaar weer achten de arbiters bepalend de weersgesteldheid tussen ’s ochtends 7.00 uur en ’s avonds 17.00 uur. De dagelijkse eigen waarnemingen van de VvE rond het middaguur en de gegevens van een weerstation met alleen 24­uurs overzichten worden door de Raad als onvoldoende bepalend van de hand gewezen. Aan de hand van de gegevens van de twee andere weerstations en het opzichtersdagboek komen de arbiters tot een nadere bepaling van het aantal (on)werkbare dagen.

Opgemerkt wordt overigens dat het opzichtersdagboek niet als doorslaggevend kan worden beschouwd, aangezien niet of nauwelijks is aangegeven om welke reden een bepaalde dag als onwerkbaar is bestempeld.

Termijnverlenning

De aannemer had verder nog 17 halve onwerkbare dagen opgevoerd wegens weersomstandigheden. Met de VvE zijn de arbiters van mening dat de toepasselijke algemene voorwaarden het begrip ‘halve onwerkbare’ werkdag niet kent waardoor ze gewoon meetellen als werkbare dagen (zie ook: RvA 24 mei 1996, nr. 7.593, BR 1996, blz. 848).

De aannemer ving op nog een onderdeel bot. Tevergeefs stelde hij zich op het standpunt dat aanspraak kon worden gemaakt op termijnverlenging van 65 dagen in verband met meerwerk en nog eens 25 extra werkbare werkdagen in verband met krapte op de arbeidsmarkt. Ten aanzien van het meerwerk oordelen de arbiters dat het saldo van het meer­ en minderwerk werk (EUR 403.739) in verhouding tot de totale koop­/aanneemsom (EUR 12.252.065) niet dermate hoog is dat reeds op grond hiervan een recht op termijnverlenging zou bestaan. Dit is overigens in lijn met eerdere jurisprudentie (zie Hoofdstukken Bouwrecht, deel 3, nr. 169). Aangezien de aannemer uit privacy­overwegingen geen gegevens van het verrichte meerwerk per appartement wilde verstrekken, was het voor arbiters niet mogelijk per appartement te bepalen hoeveel het meerwerk bedraagt in verhouding tot de totale aanneemsom.

De enkele mededeling van de aannemer dat het vele meerwerk tot vertraging van de bouw zou leiden in een tijdens de bouw rondgestuurd informatiebulletin, kan evenmin leiden tot een recht op termijnverlenging. Wil een aannemer aanspraak doen gelden op meerwerk, dan zal hij met een betere onderbouwing moeten komen.

Absentie

De aannemer stelde voorts dat onvoorzien ernstige en voortdurende tekorten aan personeel recht geeft op termijnverlenging dan wel op matiging van de boete. Dit standpunt wordt door de Raad niet gevolgd omdat de onderbouwing van deze stelling in relatie tot het desbetreffende werk niet enkel kan steunen op een aantal artikelen uit Cobouw.

Reageer op dit artikel