nieuws

Ruimte zonder wanden

bouwbreed Premium

Ruimte zonder wanden

De architectonische ruimte wordt bepaald door zijn grenzen, leerde ik. Die ruimtelijke grenzen bestaan meestal uit wanden van steenachtig materiaal. Aan de bovenzijde bekroond door het plafond. Ruimte en materiaal zijn zo onlosmakelijk aan elkaar verbonden: verwijder je het materiaal, dan verdwijnt direct ook de ruimte. Behalve in de vieringruimte van een kerk met kruisvormige plattegrond. Op de kruising van de twee beukrichtingen ontstaat een ruimte zonder wanden, slechts aangegeven door de buitenhoeken van de beukmuren, of later in de Gotiek door slechts vier kolommen.

Het was een drukke bouwweek. Dinsdag een symposium op de TU­Eindhoven over contractvorming na de bouwenquête, woensdag het AVBB­congres in Rotterdam, nieuwe NMa­invallen bij bouwbedrijven en donderdag de Kamerbehandeling van het rapport van de enquêtecommissie Bouwnijverheid. Voorzitter Marijke Vos deed het daar overigens uitstekend en professioneel. Ze eindigde haar repliek met de constatering dat het momentum voor een andere attitude en een duurzame verandering nu is aangebroken zodat er een situatie kan ontstaan waarin alle partijen weer met plezier samen kunnen werken aan de realisatie van bouwwerken. Terecht onderstreepte CDA­woordvoerder Atsma de kamerbrede waardering voor het werk van de commissie in een door alle woordvoerders ondertekende motie. Weg dus met de ‘vuile’ wanden, maar laat de kolommen staan, zodat de bouw in een transparante ruimte weer ‘schoon werk’ kan leveren.

Krachttermen

Dinsdagmorgen had mevrouw Vos in Eindhoven nog haar zorg uitgesproken over de onheilspellende stilte in de bouwsector. Na haar vertrek bleek dat wellicht een stilte voor de storm, want in de afsluitende discussie met een aantal bestuurders van grote bouwondernemingen ontbraken de krachttermen niet. “De commissie heeft niet aan waarheidsvinding gedaan, maar aan bevestiging van de eigen perceptie”, zei er een en een ander vergeleek de impact van de ramp van 11 september met die van 9 november voor de bouw; alsof het sterven van 3000 onschuldigen in bezwijkende gebouwen te vergelijken valt met de ontmoeting van de eigen rotzooi met de Zembla­ventilator.

Zelf was ik gevraagd om vanuit de architectenbranche te reageren op het enquêterapport en mogelijk suggesties te doen voor een betere toekomst. De BNA is het in grote lijnen eens met de aanbevelingen met hier en daar een nuancering of aanscherping. We steunen daarbij het pleidooi voor een Nieuwe Zakelijkheid, met een glimlach naar de gelijknamige architectuurstroming. Zakelijkheid mag echter niet automatisch leiden tot een openbare aanbesteding. Het laten realiseren van een uniek werk is nu eenmaal niet te vergelijken met het kopen van een massaproduct.

Integriteit

De BNA stemt ook van harte in met de aanbevelingen over de revitalisering van het bouwbeleid. Geïntegreerd beleid gebaseerd op een heldere visie is noodzakelijk wil een krachtige overheid de verschillende rollen die ze heeft als wetgever, voorwaardenschepper en opdrachtgever adequaat kunnen vervullen. Ook zullen de Europese richtlijnen eindelijk verwerkt moeten worden in eigen Nederlandse wetgeving. Integriteit is een van de sleutelwoorden in het rapport van de commissie. De BNA onderstreept dat het niet volstaat om codes en regels af te spreken. Zelf hebben we ruime ervaring met het levend houden van de gedragsregels voor architecten: sinds het Interbellum kent de BNA eigen tuchtrecht via het College van Toezicht geleid door een gerenommeerd advocaat en een Raad van Beroep, op dit moment onder voorzitterschap van de Vice­president van de Hoge Raad. Het integriteitbeginsel strekt zich wat ons betreft tevens uit over de manier waarop wordt omgegaan met de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer in aanbestedingen. Het aanbestedingsproces is geen spelletje ‘marktwerking’ maar voor de continuïteit van de betrokken ondernemingen een proces van vitaal belang.

Transparant

In het kader van de opmerkingen over mededinging en aanbesteding is het van belang dat de enquêtecommissie de noodzakelijke professionalisering bij de aanbestedende diensten aan de orde stelt. Het proces van aanbesteden wordt vaak onnodig ingewikkeld gemaakt. Te wijzen valt op het niet goed naleven van de aanbestedingsregels, het bedenken van nieuwe varianten op de procedures en het stellen van eisen die niet in verhouding staan tot de omvang en de aard van de opdracht. Ook gunningscriteria moeten redelijk en transparant zijn. Gunnings­ en selectiecriteria worden vaak door elkaar gehaald, terwijl men zich bovendien niet altijd aan de gestelde criteria houdt. Dit laatste wijst op een vaker voorkomend gebrek aan ‘fair play’ van de kant van alle soorten professionele opdrachtgevers, die misbruik maken van hun machtspositie ten opzichte van zowel aannemers, architecten als adviseurs.

Verder is niet alleen het vakkundig vastleggen van criteria, wensen en eisen belangrijk maar ook het beoordelen van de aanbiedingen. Bij geïntegreerde contracten moet van tevoren een transparante beoordelingsmatrix met wegingsfactoren bij de inschrijvers bekend zijn. Over de beoordeling van creatieve prestaties in combinatie met de prijs zijn al interessante publicaties verschenen. Zoals de handleiding bij het uitschrijven van ontwerpprijsvragen ‘Kompas’ en het latere ‘Kompas bij ontwikkelingscompetities’, beide onderschreven door de belangrijkste opdrachtgevende partijen in ons land. Vooral in de laatste publicatie komt een interessante methode voor om prijs­kwaliteit beoordelingen te sturen via het zogenaamde ‘Ferrari/Lada­dilemma’. Een vergelijkingsmethode waarbij aan niet­dominante keuzeaspecten ook een kleiner percentage van het totaal aantal waarderingspunten wordt toegekend. Tenslotte het recente en zeer leerzame ‘Verklarend zakwoordenboekje van het Nederlandse openbare gebouw’, uitgegeven door het bureau Rijksbouwmeester. In interviews met dertig architecten is daar een grote serie aanbevelingen opgetekend om ontwerp­ en aanbestedingsprocessen vooral voor wat betreft het aspect kwaliteit te verbeteren. De BNA is op dit moment doende om de ingewikkelde problematiek bij Europese selecties en aanbestedingen opnieuw in kaart te brengen. De resultaten daarvan kunnen leiden tot een ‘Kompas voor Europese selecties’.

Rekenvergoeding

De BNA plaatst vraagtekens bij de categorische afwijzing van de rekenvergoeding. Daar waar opdrachtgevers buiten proportie veel eisen stellen of veel aanbieders uitnodigen is het te eenvoudig te stellen dat de door de inschrijvers te maken kosten als normale acquisitie­inspanning moeten worden aangeduid. Die kosten worden dan uiteindelijk betaald door alle opdrachtgevers, die in verreweg de meeste gevallen zelf geen aanbestedingen uitschrijven. Het uitkeren van een ontwerpvergoeding bij projecten waarbij de aanbieding het maken van een offerte overstijgt omdat een creatieve inbreng wordt gevraagd is terecht. Er valt veel voor te zeggen om alleen in de gevallen dat er een traditioneel bestek is met een hoeveelhedenstaat, zoals in het Verenigd Koninkrijk gebruikelijk, geen rekenvergoeding te betalen, en in alle andere gevallen wel een vergoedingsregeling te treffen, zoals in het UAR 2001 mogelijk wordt gemaakt. De aanbeveling van de commissie om risico’s niet af te wentelen op de opdrachtnemer is eveneens belangrijk. Ook hier gaat het er weer om een bouworganisatiemodel met bijbehorend aanbestedingstraject op zorgvuldige en deskundige wijze te kiezen en de risico’s daar te leggen waar zij het best gedragen, beïnvloed en geminimaliseerd kunnen worden. Ten slotte beveelt de commissie bij het onderwerp toetsing, handhaving en controle een periodieke evaluatie van de mededingings­ en aanbestedingsregels aan. Bij die evaluatie zouden ook de huidige contraproductieve verschijnselen betrokken moeten worden. Bij de richtlijn diensten is een verhoging van transactiekosten waar te nemen die het met name bij kleinere projecten bedrijfseconomisch gezien onverantwoord maakt om naar opdrachten mee te dingen. Verder is duidelijk dat de markt moeilijker toegankelijk is geworden, vooral voor beginnende architecten. Ik sloot mijn betoog in Eindhoven af met het BNA Standpunt ‘Vitale Architectuur’ en bepleitte een nuttiger inzet van de grote kracht van het ontwerp bij bestaande en nieuwe samenwerkingsvormen tussen opdrachtgevers en bouwers.

Door het stof

Dan nog de woensdag met het jaarcongres van het AVBB in de monumentale Rotterdamse Van Nelle Ontwerpfabriek, het beroemde gebouw van architecten Brinkman (sic!) en Van der Vlugt. De setting was wonderschoon in het transparante voormalige koffiegedeelte. De honderden deelnemers zaten op een viertal tribunes met direct zicht op een verlicht middendeel tussen vier kolommen, weer een prachtige ruimte zonder wanden. Na drie blokken discussie onder leiding van twee politieke journalisten, afgewisseld met muziek en excursies door het gebouw, besloot voorzitter Elco Brinkman de dag met zijn uitgebreide congresrede. Opnieuw ging hij voor de bouw door het stof vanwege alle pijnlijke feiten, maar hij schetste vervolgens het beeld voor het noodzakelijke herstel van vertrouwen via gedragsregels, cultuuromslag en verhoging van kwaliteit. De realiteit maakt echter dat het werk gewoon door gaat en bouwers blijven dus hard nodig, ook in de nu versomberende economische omstandigheden. Hij deed een reeks suggesties voor nieuwe projecten en sprak tenslotte zijn zorg uit over de groeiende ‘stilte’ in de contacten met de overheid. De ruimte zonder wanden kreeg hier zelfs een zekere sacrale betekenis toen Brinkman kort maar geëmotioneerd verwees naar de problemen met zijn nu gelukkig herstelde gezondheid. ‘Het woord crisis staat niet alleen voor de ernstige stoornis, maar kan tevens een keerpunt betekenen, ook nu in de bouwwereld’, besloot hij. Tijdens het applaus ontstond in mijn hoofd spontaan een toekomstbeeld: stond hier misschien de nieuwe minister van VROM uit het komende CDA/PvdA­kabinet? Gepokt en gemazeld in Den Haag en na zeven jaar AVBB gedragen door de meeste bouwers? Zou hij niet juist degene kunnen zijn die de brug kan slaan van bouw naar overheid en andersom? Met een PvdA­commissielid naast zich om de aanbevelingen uit de enquête voortvarend door te voeren? Ik zag het voor me: Eureka! Brinkman en Duijvestein, de nieuwe ‘architecten’ van VROM.

Kees van der Hoeven

Reageer op dit artikel