nieuws

Rechtsbescherming in aanbestedingszaken toe aan herziening

bouwbreed Premium

De rechtsbescherming in Nederland in aanbestedingszaken is civielrechtelijk van karakter, hetgeen betekent dat de arrondissementsrechtbank in principe bevoegd is. Het instrumentarium van de bestuursrechter is echter veel meer toegesneden op de problematiek van aanbestedingen. Vanuit de Europese Unie is een tweetal richtlijnen opgelegd (89/665 EEG en 92/13 EEG), die de rechtsbescherming in aanbestedingszaken moeten waarborgen. In Nederland werd in 1992 vastgesteld dat de civiele rechterlijke macht in ons land voldeed aan de standaard van de genoemde Europese richtlijnen, zodat geen bijzondere maatregelen noodzakelijk waren. Dit mag formeel juist zijn, de vraag rijst of het geboden feitelijke, dus materiële, beschermingsniveau nu nog voldoet aan de standaard van de richtlijnen.

Als doelstelling van de genoemde richtlijnen wordt genoemd het vergroten van de waarborgen inzake doorzichtigheid en non­discriminatie. De beroepsprocedure moet toegankelijk zijn voor alle belanghebbenden. De beroepsprocedure moet snel en efficiënt zijn. De mogelijkheid voor het treffen van een voorlopige maatregelen moet aanwezig zijn en onwettige besluiten moeten kunnen worden vernietigd. Ook moet de mogelijkheid bestaan een schadevergoeding toe te kennen.

De overheidsopdracht in Nederland is een overeenkomst naar civiel recht. Dus is ook het logisch daar de civielrechtelijke toetsing op toe te passen.

Ten tijde van het vaststellen van het standpunt dat de civiele rechtsgang in Nederland voldeed aan de minimum voorwaarden van de richtlijnen, was de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) nog niet in werking getreden. Dat gebeurde namelijk per 1 januari 1994. Gelet op de verschillen tussen de civiel rechtsgang en de bestuurlijke rechtsgang is het duidelijk, dat de toegang van de gegadigde/belanghebbende tot de civiele rechter moeilijker is dan tot de bestuursrechter.

Duurder

De civielrechtelijke weg is een veel kostbaarder weg dan de bestuursrechtelijke weg. Te denken valt aan de verplichte procesvertegenwoordiging, de hogere griffierechten, de lengte in tijd van de procedures, de procesregels, de kosten van de deurwaarder en het procesrisico. Een nog belangrijker element is echter de houding van de rechter. Daar waar de bestuursrechtelijke rechter actief zaken onderzoekt, is de civiele rechter afhankelijk van wat partijen hem/haar voorhouden (stelplicht en het bewijs van de stellingen). Die zogenoemde lijdelijkheid is een rem op snelheid, effectiviteit en efficiëntie.

Het doet ook afbreuk aan het niveau van de rechtsbescherming. Het instrumentarium van de bestuursrechter is veel meer toegesneden op de problematiek van aanbestedingen, nu de gedragingen waartegen meestal wordt opgekomen, hoofdzakelijk door overheden zijn verricht (vergelijk ook de Algemene Beginselen van Behoorlijke Aanbesteding, die bestuursrechtelijk van aard zijn).

Laagdrempelig

De vraag doet zich dus voor of de rechtsbescherming in aanbestedingszaken ­ gelet op de huidige stand van het recht ­ niet op meer bestuursrechtelijke rechtswaarborgen zou moeten worden gegrondvest . Sinds 1994 bestaat er met de inwerkingtreding van de Awb een laagdrempelig bestuursprocesrecht, dit in tegenstelling tot de civiele proces dat, zoals geschetst, aanzienlijke obstakels kent. Met het grondvesten van de rechtsbescherming op meer bestuursrechtelijke waarborgen wordt ook in de lijn van de Europese richtlijnen gehandeld.

Mocht de civielrechtelijke rechtsbescherming in 1992 nog kunnen worden gezien als voldoende invulling van de richtlijnen, anno 2003 kunnen de financiële en vormelijke drempels bij de civiele rechter ­ gelet op de ontwikkeling van het bestuursprocesrecht ­ mogelijk als een onaanvaardbare doorkruisingen van de richtlijnen worden beschouwd.

Civielrechtelijke weg duurder dan bestuursrechtelijke

Reageer op dit artikel