nieuws

Miljoenentekort onderhoud vaarwegen

bouwbreed Premium

amsterdam ­ Het Rijk moet de komende twee jaar 180 miljoen euro extra reserveren voor achterstallig onderhoud aan de Nederlandse vaarwegen. Anders is het onmogelijk om de bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat bekende slecht onderhouden plaatsen op te knappen. Dat blijkt uit het rapport ‘Onderhoud in de grond­, water­, en wegenbouw’ van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid.

De onderzoekers sommen een tiental locaties op waar de extra fondsen naar toe zouden moeten gaan. De Gelders IJssel, de Twentekanalen en de kunstwerken van Brabantse kanalen gaan gebukt onder achterstallig onderhoud. Bij de rivieren Waal, Maas en Lek is veel baggerwerk blijven liggen. Het Ketelmeer bij Kampen, de vaarwegen in Zuid­Holland en verschillende binnenhavens in onder andere Tiel, Arnhem en Doesburg moeten volgens het EIB uitgediept worden.

Om de problemen een beetje in de hand te houden, hevelt het Rijk overschotten van andere geldpotten over naar het onderhoud van de vaarwegen. Maar Haagse ambtenaren verwachten niet dat deze aanpak de komende jaren veel geld opbrengt.

Bestrijding

In 2000 werd op deze manier 14 miljoen euro extra vrijgemaakt. Vanaf 2005, wanneer de budgetten voor het onderhoud van vaarwegen worden verhoogd, moet er meer financiële ruimte komen voor het onderhoud van vaarwegen. Provincies beperken net als het Rijk de investeringen tot het bestrijden van knelpunten. Het baggerprogramma dat hiervoor is opgezet schiet volgens het EIB te kort.

Alle gemeentelijk investeringen in binnenhavens en waterwegen bij elkaar opgeteld leverde in 2002 een bedrag op van 80 miljoen euro. Waterschappen staken in datzelfde jaar 3 miljoen euro in onderhoud.

Volgens het EIB groeit de onderhoudssector dit jaar niet. De productie blijft in 2003 naar verwachting steken op een totaal van 4,2 miljard euro, hetzelfde niveau als vorig jaar. Bedrijven tekenen voor de helft van het totaal aantal opdrachten. Hierbij gaat het vooral om Prorail dat het spoorwegennet onderhoudt, telecomondernemingen en nutsbedrijven. Het Rijk tekent voor eenvijfde van alle opdrachten terwijl provincies, gemeenten en waterschappen 30 procent van het totaal aantal opdrachten voor hun rekening nemen.

Naar verwachtingen schroeft het bedrijfsleven de investeringen dit jaar terug. Het Rijk en de lokale overheden maken het verlies echter goed met investeringen in auto­ en vaarwegen en rioleringen. Tussen 2004 en 2008 verwacht het EIB een jaarlijkse groei van de onderhoudsmarkt in de gww­sector van 2,0 procent. De productie moet aan het einde van de periode uitgegroeid zijn tot een kleine 4,6 miljoen euro.

Reageer op dit artikel