nieuws

Japanse aanpak meervoudig ruimtegebruik leerzaam

bouwbreed Premium

den haag ­ Japan heeft weinig ruimte voor zijn bewoners. Te veel bergen tot aan de kust. Je zou denken dat ze voor de bebouwing efficiënt met de beschikbare ruimte omgaan. Dat blijkt niet het geval. Toch kan Nederland op gebied van meervoudig ruimtegebruik er wel van leren.

Vooral in Tokio is veel ervaring opgedaan met meervoudig en intensief gebruik van grond. In het stedelijk gebied rond de Baai van Tokio wonen ruim 13 miljoen mensen. Daarmee is het de grootste stedelijke concentratie ter wereld. De behoefte aan ruimte is navenant. Het grond­ en ruimtegebruik dat daaruit voortkomt is in Tokio echter niet altijd efficiënt te noemen, schrijft Paul Chorus in een artikel in Technieuws, een voorlichtingsblad van het ministerie van Economische Zaken met technologische ontwikkelingen uit het buitenland. Chorus is stagiair geweest op de wetenschappelijke afdeling van de Nederlandse ambassade in Tokio.

Mix

Het gebruik van de ruimte in Tokio wordt gekenmerkt door een welhaast onbegrensde mix van functies. De wijdverbreide functiemenging komt voort uit de opzet van bestemmingsplannen in Japan. Er zijn wel regels, maar die zijn flexibel. In Japan bestaat een systeem van bestemmingsplannen voor gebieden, zones genoemd, dat voorziet in twaalf basistypen. In Tokio is in deze zogenaamde ‘Land Use Districts’ in iedere zone een zeer uiteenlopend grondgebruik toegestaan. In Nederland is functiemenging slechts toegestaan binnen een beperkt aantal zones. Dat verklaart waarom menging van functies in Nederland nog niet op zo’n grote schaal is toegepast als in Tokio.

In Tokio speelt de zogenoemde ‘Floor Area Ratio’ (FAR) een grote rol in het opvoeren van de dichtheid van de bebouwing van een gebied. Nederland beschikt voor zijn bestemmingsplannen over vergelijkbaar instrumentarium om aan iedere locatie een maximum toegestane bouwhoogte en het maximum te bebouwen oppervlakte toe te kennen. Chorus concludeert dat het bestemmingsplan geen ingrijpende veranderingen hoeft te ondergaan wil het een meervoudiger en intensiever ruimtegebruik mogelijk maken.

Interessant is wel de aanpak in Tokio waarbij een toegekende FAR kan worden overgeheveld. Daar waar meer vloeroppervlakte zou zijn toegestaan, maar dat krachtens de regels voor het grondgebruik niet mogelijk is, kan de extra vloeroppervlakte worden verhandeld. Daarmee lijkt het een beetje op het systeem van melkquota in Nederland. In Tokio wordt een gebied aangewezen waarbinnen het vloeroppervlakte van onderbenutte locaties mag worden verhandeld. Aanschaf kan interessant zijn voor iemand die met zijn vloeroppervlakte aan zijn maximum zit, maar die nog wel wat extra vloeroppervlakte zou kunnen gebruiken. De uitwerking van de regels voor Tokio leiden echter wel tot onzekerheid. Niemand weet hoe hoog een gebouw uiteindelijk zal worden. Volgens Chorus lijken ze in Japan van zoiets als schaduwwerking of visuele hinder nooit te hebben gehoord. “Wil een systeem als de overhevelbare ‘FAR’ als systeem in Nederland kunnen worden ingevoerd, dan moet er vooraf een maximum bouwvolume aan zijn gekoppeld, denkt Chorus. De flexibiliteit van de regeling blijft behouden. Je weet immers nog steeds niet hoe het uiteindelijke resultaat eruit ziet. Je weet in ieder geval wel vooraf waartoe het maximaal kan leiden”, concludeert Chorus.

‘Welhaast onbegrensde mix van functies’

Reageer op dit artikel