nieuws

Geachte informateurs (2)

bouwbreed Premium

Vorige maand schreef ik u in deze krant een open brief. Daarin vroeg ik bij de kabinetsformatie rekening te houden met de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid. In deze tweede open brief aan u (en ik beloof dat het voorlopig de laatste zal zijn) wil ik dieper op deze materie ingaan.

Waar beginnen goede arbeidsomstandigheden? Menigeen zal antwoorden dat dit een zaak van de uitvoerende partij is. Dat is slechts ten dele waar. Natuurlijk heeft de aannemer de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden grotendeels in eigen hand.

Toch kan het de bedrijven een stuk eenvoudiger worden gemaakt als al in de voorbereidende fase, de ontwerpfase dus, terdege rekening wordt gehouden met de aspecten rondom veiligheid en gezondheid. Rekening houden met de arbeidsomstandigheden is voor de opdrachtgever een wettelijke verplichting. Zo moet in de ontwerpfase een projectspecifiek veiligheids­ en gezondheidsplan (V&G­plan) worden opgesteld. In dit plan moeten de veiligheids­ en gezondheidsrisico’s staan waarmee de aannemer te maken krijgt. Dit plan is belangrijke informatie bij de prijsvorming. Het dient ook als basis voor het V&G­plan in de uitvoering. Hoe beter het plan in de ontwerpfase, hoe eenvoudiger een goed en volledig V&G­plan voor de uitvoerende fase ontstaat.

De praktijk wijst echter uit dat de aandacht voor V&G in de ontwerpfase nog onvoldoende vorm krijgt. Dat blijkt onder meer uit waarnemingen van de arbeidsinspectie. Het opstellen van het V&G­plan Ontwerpfase blijkt zich nog vaak te beperken tot het invullen van een standaard model. De aannemer kan dan nergens op voortbouwen en moet helemaal opnieuw beginnen. Dat kost onnodig veel tijd en geld. Bovendien wordt hiermee de kans om in de ontwerpfase mogelijke risico’s voor de uitvoering te voorkomen, onbenut gelaten.

Wat is aan deze haperende ketenaanpak te doen? Er zijn verschillende mogelijkheden, maar voor enkele van de belangrijkste kom ik weer bij de overheid terecht. Zo zou de arbeidsinspectie onder opdrachtgevers en architecten intensiever kunnen controleren en de sancties verzwaren. Nu gaat nog verreweg het grootste deel van de capaciteit van de inspectiedienst op aan controles in de uitvoering. Voor het project ‘Opdrachtgevers in de bouw’ is dit jaar slechts 1500 uur begroot. Wat mij betreft zou het accent veel meer op de voorbereidende fase moeten liggen. Naast dit punt, zou de overheid ervoor moeten zorgen dat ze, wanneer ze opdrachtgever is, zelf zo goed als het kan aan de regels voldoet. Ook zij ziet toch het belang van goede arbeidsomstandigheden in?

De praktijk wijst regelmatig uit van wel. Er is een vruchtbare samenwerking met de sector, waarmee overleg plaatsvindt en arboconvenanten worden gesloten. In het in februari ondertekende convenant voor de sector afbouw en onderhoud heeft de ketenaanpak een belangrijke plaats gekregen.

Toch zal de overheid consequent moeten zorgen dat wat zij eist, ook zélf nakomt. Eisen stellen aan de bedrijfstak is een goede zaak, maar het ontlast de overheid niet de stappen te ondernemen die nodig zijn om een hogere kwaliteit van de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te realiseren.

Reageer op dit artikel