nieuws

Energieproject niet populair bij Noord­Hollandse bedrijven

bouwbreed Premium

schagen ­ Onder aannemings­ en installatiebedrijven in de kop van Noord­Holland heerst weinig belangstelling om zich aan te sluiten bij een project dat particulieren moet aanzetten om energiebesparende en comfortverhogende maatregelen te treffen. Slechts tien procent van de aangeschreven bedrijven wil meedoen.

De aarzelende houding van het merendeel van de bedrijven kost hen volgens de projectleiding een substantiële omzetverhoging. Deze week start in acht Noord­Hollandse gemeenten de actie Energie in de Kop, een initiatief van het samenwerkingsverband Gewest Kop van Noord­Holland. De actie richt zich vooral op eigenaren en bewoners. De gemeenten bieden een pakket maatregelen dat onder meer bestaat uit een EnergiePrestatieAdvies (EPA) en, voor wie dat wil, ondersteuning bij de uitvoering van energiebesparende maatregelen. Door de grootschalige aanpak en het gebruik van landelijke en provinciale subsidies zijn de kosten voor het uitvoeren van de maatregelen gunstig.

Vaste tarieven

Voor de uitvoering heeft het gewest een groep van regionale aannemers en installateurs bereid gevonden die tegen vaste tarieven de voorzieningen willen aanbrengen. Zo’n zestig bedrijven heeft het gewest gevraagd om in het project deel te nemen, echter, slechts een kleine tien procent reageerde positief: “Een onbegrijpelijk laag percentage,” vindt Piet Wildschut van het Gewest Kop van Noord­Holland. “We schrijven circa 35.000 woningeigenaren aan. We gaan ervan uit dat daarvan tien procent een EPA wil. Je hebt alle redenen om aan te nemen dat zeker de helft daarvan vervolgens ook energiebesparende of comfortverhogende maatregelen wil nemen. Het gaat dus mogelijk om 1750 opdrachten.”

Aan de kosten kan de geringe belangstelling van de bedrijven niet worden toegeschreven. Voor elke offerte die de aannemer of installateur uitbrengt moet hij 12,5 euro afdragen aan Planbuilding, het bureau dat door het gewest voor de coördinatie van het project is ingeschakeld. Wildschut vermoedt dat veel bedrijven werk genoeg hebben en niet op een particuliere verbouwing zitten te wachten. Voor enkele aannemingsbedrijven ­ met name die bedrijven waar het zogeheten burgerwerk niet tot de kerntaak behoort ­ is dat zeker aan de orde. Carlebur BV uit Den Helder is er een voorbeeld van. “We zitten de komende twee jaar echt niet om werk verlegen,” laat een woordvoerder van het bedrijf weten. Andere bedrijven die het grootste deel van hun omzet wél uit verbouwingen bij particuliere opdrachtgevers halen, betwijfelen of uit de actie van het gewest wel die stimulans uitgaat die de initiatiefnemers verwachten. “Ik geloof er niks van dat het veel extra werk zal opleveren,” reageert C. van der Plas van het gelijknamige aannemingsbedrijf in Den Helder. “Wanneer particulieren isolerende maatregelen willen treffen, doen ze dat toch wel. Daar is geen speciaal project voor nodig. Ik moet er bovendien niet aan denken om een hele papierwinkel op mijn hals te halen. Dat was voor mij de doorslaggevende reden om niet met dit project mee te doen.”

Administratie

Een telefoonrondje langs de aangeschreven aannemers leert dat er meer zijn die voor de extra administratie terugschrikken. Vooral de kleinere bedrijven vinden dat ze er niet op berekend zijn. “Buitengewoon jammer. Ze laten echt veel werk liggen, ook bezien in het licht van het energielabel voor woningen dat er aan staat te komen,” constateert Wildschut. “Ze hebben er nauwelijks werk aan. Dat doet het projectbureau. De aannemers hoeven alleen een offerte uit te brengen.” Van het argument dat woningeigenaren ook zonder de actie van het gewest tot energiebesparende maatregelen overgaan, is hij niet onder de indruk. “Dat er subsidies beschikbaar zijn voor die maatregelen is bekend. Dat veel voorzieningen zich echter in enkele jaren laten terugverdienen is veel minder bekend. Daar gaan wij hen in deze actie op wijzen.”

Het softe imago van alles wat met EPA en energiemaatregelen te maken heeft is volgens Wildschut mogelijk een andere verklaring voor het matige enthousiasme van de ondernemers. Aannemers en installateurs zijn gewend te denken in bouwkundige kaders. “Daarom werken we nu samen met Bouwradius plannen uit voor een cursus voor aannemers om die omslag in dat denken te bewerkstelligen. Een aannemer die gevraagd wordt een dakkapel te plaatsen, zou meteen moeten voorstellen om het hele dak te isoleren en een berekening klaar moeten hebben wat een zonneboiler of PV­paneel oplevert. Als de bouwpraktijk op die manier gaat denken leidt dat tot meer omzet en een bijdrage aan de CO2­uitstoot.”

Reageer op dit artikel