nieuws

Vrijwilligers spannen zich in om collega’s in het buitenland een handje te helpen

bouwbreed Premium

den haag ­ Waar anderen verlangen naar een rustige oude dag, slaan de vrijwilligers van het Programma Uitwisseling Managers (PUM) andermaal hun vleugels uit. Tot in alle uithoeken van de wereld spannen Nederlandse bestuurders en technici zich in om collega’s in den vreemde een handje te helpen bij de oplossing van brandende problemen.

In de Ridderzaal in Den Haag kijkt het PUM op 15 april feestelijk terug op een kwart eeuw ontwikkelingshulp van nog lang niet afgeschreven specialisten. “Het woord manager is verraderlijk. Eigenlijk zoeken we meer technici. Mensen die nog weten hoe oude machines functioneren”, zo zet regionaal coördinator Klaas Kuperus de deur open naar nieuwkomers. Het etiketje regionaal past dit keer op de landen Cambodja, Laos, Thailand en Vietnam.

Het werkterrein van de uitvliegende managers bestrijkt de traditionele ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Zuid­Amerika, de brokstukken van de uiteengevallen Sovjet­Unie en nog enkele jaren de toetreders tot de Europese Unie. Meestal nemen de werkzaamheden twee tot drie weken in beslag. Gevolgd door een evaluatie ter plaatse. Het aantal missies per jaar steeg van twintig eind jaren zeventig tot ruim 2000 in 2003. Het initiatief tot uitwisseling werd een kwart eeuw genomen door werkgeversorganisatie VNO ­ NCW. “We hebben deskundigen op alle vakgebieden. Het PUM put uit een bestand van 3500 experts”, zegt Kuperus. Draaischijf vormt een vaste staf van dertig betaalde medewerkers plus zeventig stafvrijwilligers. De meeste specialisten die zich willen inzetten melden zich na mond­tot­mondreclame. Voor de werving blijkt niets effectiever dan terugkerende enthousiaste managers of technici. Informatie is te vinden onder: www.pum.nl. “De vrijwilligers ontvangen een kleine dagvergoeding en hoeven zich niet druk te maken over reis en verzekeringen. De ontvangende partij betaalt logies, eten en het lokale transport. Zo krijgen we een zekere betrokkenheid.” De aangedragen projecten worden zorgvuldig beoordeeld. Dochterondernemingen van Nederlandse bedrijven komen niet in aanmerking. Rijke firma’s evenmin. De vrijwilligers moeten geen concurrenten worden van de commerciële adviesbureau’s. De focus is vooral gericht op het midden­ en kleinbedrijf.

Kuperus: “Verkijk je niet op het getal zevenhonderd. Zo’n aantal lijkt misschien veel, maar een schoenfabriek waar 700 mensen ambachtelijk werken heeft feitelijk een beperkte omvang. De bedoeling is natuurlijk niet op slag bedrijven te moderniseren zodat de mensen op straat komen. Uitgangspunt zijn de omstandigheden ter plaatse. Hoe is de procesgang te verbeteren? Op welke wijze valt uitval van grondstoffen te voorkomen? Dat zijn de vragen die op een antwoord wachten. En passant worden de milieuaspecten meegenomen.” Als man uit de houthandel begon Kuperus in 1996 aan zijn eerste klus in Thailand. Hij trof een bedrijf aan waarvan de financiering ­ tot plezier van de banken ­ bepaald niet op orde was. Overbodige grond werd afgesloten en schoon schip gemaakt met zinloos dure leningen. Dankzij de sanering overleefde de handel in hout en bouwmaterialen de crisis van 1997 en bloeide op tot een gezonde onderneming.

Het tweede avontuur bracht Kuperus naar Wit­Rusland. Op zijn netvlies staat een antieke op berken en grenen gerichte zagerij die zich liet uitbenen door handige ondernemers uit Polen en Litouwen. De Wit­Russen mochten werken wat ze wilden maar de winst vloeide door het hout tegen lage prijzen te verkopen stelselmatig naar elders. “Het bedrijf kon geen commerciële kracht maken. Dat was het grootste probleem. De Polen en Litouwers haalden het hout tegen ramsjprijzen weg. We hebben een plannetje gemaakt om een eigen verkoopkantoor op te zetten. Samen met diverse andere zagerijen. De nieuwe schaalvergroting werd aanvankelijk met argusogen bekeken. De mensen hadden vanwege hun ervaringen een diepe angst voor grote structuren. Alle gesprekken verliepen via een tolk. Dankzij het kantoor profiteert de zagerij nu van normale exportprijzen.” ‘De meeste specialisten melden zich na mond­tot­mondreclame’

Reageer op dit artikel