nieuws

Geëxpandeerd polystyreen voortaan vlamdovend

bouwbreed Premium

zaltbommel ­ De leden van de branchevereniging Stybenex in Zaltbommel hebben besloten alleen nog maar brandvertragend gemodificeerd geëxpandeerd polystyreen (eps) op de markt te brengen. Dat is een ingrijpende wijziging van hun beleid. Tot nu toe stelden zij de keuze voor een bepaalde kwaliteit afhankelijk van de toepassing.

Stybenex heeft het standpunt, dat eps in de kruipruimte en als ondervloer niet brandwerend gemodificeerd hoeft te zijn, niet verlaten. Maar de praktijk is weerbarstig. Niet­vlamdovend eps komt ook op plaatsen terecht waar de kwaliteit SE (self­extinguishing of vlamdovend) wordt aanbevolen, zoals in daken en gevels. Bovendien vormt niet­vlamdovend eps een risico op de bouwplaats. “Vandalisme en onvoorzichtigheid of onzorgvuldigheid zijn oorzaak nummer één van bouwbranden. De toepassing van eps in de kwaliteit SE zorgt ervoor dat dit soort incidenten minder snel tot calamiteiten leidt”, verklaart Stybenex de grote ommezwaai. Het besluit geldt overigens alleen voor de woning­ en utiliteitsbouw. Geëxpandeerd polystyreen wordt ook in de grond­, weg­ en waterbouw toegepast, bijvoorbeeld als lichte fundering.

Rode lijn

Tot nu toe wezen de fabrikanten van eps­producten op de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever en de aannemer. Goede verwerkingsvoorschriften, aandacht voor brandveiligheid in opleidingen, zorgvuldige detaillering en uitvoering moesten borg staan voor de brandveiligheid. Ook bij toepassing van niet­vlamdovend geëxpandeerd polystyreen. De kwaliteit van de eps is te herkennen aan een kleurencode op de zijkant van het witte materiaal. Een rode lijn (kleur RAL 3000) wijst op de brandvertragende eigenschap.

Het materiaal wordt gemodificeerd met hexabromocyklododecane (HBCD), een broomhoudende vlamvertrager. Dat is een moeilijk afbreekbare stof, met ongunstige eigenschappen voor het milieu en de gezondheid van mensen en dieren, volgens onder meer de Norwegian Pollution Control Authority en het Britse ministerie van landbouw en visserij. De stof kan zich ophopen in het vetweefsel en gezondheidsproblemen veroorzaken.

Niet nodig Het besluit wijst erop dat de leden van Stybenex zich hebben neergelegd bij de publieke notie, dat eps zeer brandgevaarlijk zou zijn. “Het smelt bij hoge temperaturen, dat ontkennen we niet”, zegt ir. J. Tepper, directeur van Stybenex. “Maar de brandveiligheid van bouwproducten zou je altijd in hun toepassing moeten beoordelen.”

Volgens Tepper heeft Stybenex veel moeite gedaan om aan te tonen, dat ook standaard eps in veel gevallen voldoet. Veel mensen denken echter nog steeds ‘het is eps, dus het is de oorzaak van de brand’. Dat blijkt in veel gevallen niet waar te zijn, stelt Tepper. Bij een brand in Den Haag, naar aanleiding waarvan de brandweer voorstelde om eps te verbieden, bleek niet het eps maar de opstand te zijn gaan branden. Bovendien is de bijdrage van polystyreen aan de vuurbelasting gering, bijvoorbeeld slechts 10 procent bij een bitumineus dak.

Trias energetica

Het besluit van Stybenex betekent niet, dat de vereniging essentieel van mening is veranderd. Nog steeds moeten woningen en utiliteitsgebouwen zorgvuldig worden gedetailleerd en uitgevoerd. Ook moet de aandacht voor de brandveiligheid niet verslappen, evenmin als die voor het milieu en de duurzaamheid (de vertaling van het Engelse ‘sustainable’, volhoudbaar). Isolatiematerialen leveren altijd een flinke bijdrage aan de energiebesparing. Tepper: “We spreken van de ‘trias energetica’: eerst isoleren, dan ventileren, ten slotte gebruik maken van installaties.”

Stybenex loopt met het besluit vooruit op de geharmoniseerde brandproeven, die binnenkort worden ingevoerd. Volgens Stybenex zijn die nu nog op materiaalniveau geformuleerd, maar worden ze in de toekomst aangepast aan de prestatie in Nederlandse toepassingen. De verwachting is dat vlamdovend eps goed uit de brandproeven naar voren zal komen. De bijdrage aan de brandvoortplanting van eps in de kwaliteit SE valt volgens de huidige norm NEN 6065 binnen de klassen 1 of 2.

Reageer op dit artikel