nieuws

Zonnecellen laten meeste bewoners koud

bouwbreed Premium

amsterdam ­ Het laat bewoners koud of hun woning is voorzien van fotovoltaïsche cellen voor de opwekking van elektriciteit uit zonlicht. Daarnaast lopen de berekeningen over de mogelijke opbrengst en milieuvoordelen van zulke pv­systemen sterk uiteen. Toch moeten de nationale doelen worden gehaald. Daarvoor is een nieuw leerprogramma nodig, gekoppeld aan de subsidie.

Dat vindt dr. B. van Mierlo van het milieukundig onderzoeks­ en adviesbureau IVAM in Amsterdam. Van Mierlo promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op de verspreiding van zonnecelsystemen in de woningbouw met behulp van pilotprojecten. Uitgeverij Aksant in Amsterdam heeft het proefschrift uitgegeven onder de titel ‘Kiem van maatschappelijke verandering’. Een opmerkelijk deel van het boek is bijlage I. Daarin staan berekeningen van de mogelijke opbrengst van zonnepanelen in Nederland. De meest optimistische berekening komt op 85.000 GWh/jaar, voldoende om 90 procent van de behoefte aan elektriciteit in 2010 te dekken. De minst optimistische uitkomst is echter maximaal 3852 GWh/jaar in 2007, ruim een factor 20 minder. Wie heeft hier gelijk? Ook over de milieuvoordelen zijn de deskundigen het niet eens. Volgens de minst optimistische schatting leidt de inzet van pv­systemen tot een reductie van slechts 0,2 tot 2 procent van de CO2­emissie. De meest optimistische schatting gaat tot 60 procent, een factor 30 meer.

Onverschillig

Uit het onderzoek van Van Mierlo blijkt dat de bewoners fotovoltaïsche cellen wel accepteren, maar er weinig belang aan hechten. Hun houding ten opzichte van zonnepanelen verandert niet echt, noch die van de omwonenden. Alleen de partijen die betrokken zijn bij de uitvoering, zoals energiebedrijven en architecten, leren van de projecten. Een enkele keer passen zij hun werkwijze aan en soms worden in volgende projecten ook pv­systemen geïnstalleerd. Hoewel het de bewoners koud laat en de deskundigen het niet eens zijn over de mogelijke opbrengst van fotovoltaïsche systemen, staat wel vast dat zij milieuvoordelen hebben vergeleken met de huidige elektriciteitscentrales. Het voordeel is, dat bij de fotovoltaïsche opwekking van elektriciteit geen fossiele brandstoffen worden gebruikt. Daar staat tegenover, dat voor de fabricage van zonnecellen veel energie nodig is. In het proefschrift staat dat de terugverdientijd op het moment zes jaar is voor pv­systemen die zijn opgenomen in dak of gevel en gekoppeld aan het openbare net. De verwachte levensduur is 20 tot 30 jaar, over het onderhoud wordt niet gerept. De emissie van CO2 neemt af door de toepassing van zonnepanelen, maar onzeker is hoeveel. De meest optimistische cijfers komen van R.J. Saft van IVAM, op basis van publicaties van E.A. Alsema van de Universiteit van Utrecht. Volgens hem verminderen pv­systemen de uitstoot van CO2 met 60 procent, NOx met 34 tot 46 procent en van SOx met 9 tot 27 procent. Van Mierlo heeft vier projecten onderzocht, in Amsterdam, Apeldoorn en twee in Amersfoort. Zij beschrijft ze als niches, waarin het socio­technologische regime (de regels en infrastructuur) aangepast zijn aan de vanzelfsprekende toepassing van fotovoltaïsche systemen. Het doel van het onderzoek was meer inzicht te verkrijgen in de functie van pilotprojecten voor de invoering van nieuwe duurzame technologieën.

Reageer op dit artikel