nieuws

Veiligheid jongeren is verantwoordelijkheid werkgever

bouwbreed Premium

Het is dit jaar gewenst dat een flink aantal jongeren z’n toekomst zoekt in de bouw. Nederland groeit gestaag, het is aan de bedrijfstak die groei mogelijk te maken; er moet gewerkt, gerecreëerd en gewoond kunnen worden. De bouw is er klaar voor, we hebben een gedegen vakopleiding. Maar bouwen leer je niet alleen in het klaslokaal. De praktijk is de beste leermeester. Wie echter jongeren wil inzetten moet volgens Han Knegt zorgen voor én een goede (individuele) begeleiding én een passend toezicht.

In feite wordt de opleiding van een aspirant­bouwvakker op de bouwplaats afgerond. En in die lessen in de praktijk dient het verstandig omgaan met risico’s te zijn vervat. Juist voor de onervaren en dikwijls overmoedige jongeren loeren er gevaren. De getallen over ongevallen liegen er niet om.

Dilemma

Praktijkervaring opdoen wordt evenwel moeilijk wanneer je als leerling niets mag uitvoeren. Als het om leerlingen gaat die jonger zijn dan achttien is de overheid erg streng. De Arbeidsinspectie zou hen het liefst in een grote veiligheidskooi zetten, beschermd tegen alles en iedereen. Maar zo werkt het natuurlijk niet; leerlingen moeten wel degelijk in de gelegenheid worden gesteld hun theoretische verworvenheden in de praktijk verder te ontwikkelen, ook als ze 15, 16 of 17 jaar oud zijn. En veilig kunnen werken is in die ontwikkeling een belangrijk onderdeel. Leerlingen lopen op het eerste gezicht geen andere risico’s dan volwassenen. Maar ze zijn jong en onervaren en dat betekent dat elk risico voor hen op zich beduidend groter is dan voor hun meer ervaren collega’s. Ik zet de verschillen op een rijtje: • ­de leerlingen zijn nog in de groei. Een (te) grote lichamelijke inspanning, bijvoorbeeld bij tillen of sjouwen, kan schadelijk zijn. Zeker wanneer ze, wat de jeugd niet vreemd is, zelf hun eigen krachten overschatten; • ­de vorming van het karakter en de zoektocht naar geestelijk evenwicht is bij jongeren nog volop in gang. Het verantwoordelijkheidsgevoel voor eigen handelen moet nog groeien; • ­jongeren hebben een zekere drang tot onderzoek en avontuur, waarbij ze echter de ervaring die nodig is om risico’s verantwoord in te schatten, missen. Kijken we naar de drie bovenstaande factoren, dan lijkt de oplossing voor de hand te liggen: individuele begeleiding met passend toezicht. En dat zijn verantwoordelijkheden van de werkgever. De uitspraak in de laatste zin hiervoor is stevig: de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en gezondheid van de leerling ligt bij de werkgever. Nu zal men zeggen: een leerling heeft toch nog geen werkgever? Dat is ten dele juist; echter de Arbowet vat het begrip werkgever ruim op. Niet alleen eigen werknemers vallen onder de verantwoordelijkheid van de werkgever, maar ook degenen die onder zijn gezag werken. En leerlingen werken onder het gezag van óf de aannemer bij wie ze zijn geplaatst, óf het samenwerkingsverband (bijvoorbeeld in de machinale houtbewerking). Wanneer deze twee (inlenende) werkgevers in hun zorgplicht tekortschieten, kunnen ze hierop door de Arbeidsinspectie worden aangesproken. Een bestuurlijke boete, van maximaal 11.250 euro kan het gevolg zijn. Afhankelijk van de soort overtreding is ook strafrechtelijke vervolging mogelijk. Daarnaast kan de getroffene van een ongeval een claim tot schadevergoeding indienen. Vraag is: hoe voorkomen we dergelijke narigheden? De werkzaamheden in de bouw zijn verschillend van aard. Je hebt erbij met grote risico’s, er zijn er ook waarbij de werknemer minder of zelfs geen gevaar loopt. Het ligt voor de hand dat degene die het werk voor de jongeren indeelt daar rekening mee houdt.

Kankerverwekkend

Bepaalde werkzaamheden komen in het geheel niet in aanmerking, duik­ of caissonarbeid bijvoorbeeld of zware lasten tillen. Ook het werken met giftige of kankerverwekkende stoffen moet nooit aan jongeren worden opgedragen. Het Arbobesluit geeft bovenstaande verboden duidelijk aan. Voor 15­jarigen is het rijtje nog groter; zij mogen bijvoorbeeld niet met een trekker rijden. Lijkt bovenstaande benadering erg streng, het besluit laat een veelvoud van werkzaamheden wel degelijk toe. Dit doet het echter onder de voorwaarde dat het werk wordt verricht onder deskundig toezicht, deskundig wel te verstaan óók op het gebied van veiligheid. Tevens is vereist dat de risicoinventarisatie en ­evaluatie (RI&E) van het inlenende bedrijf een jongerenparagraaf kent waarin de noodzakelijke maatregelen in duidelijke woorden zijn vermeld. Let wel, met inbegrip van de mate én de inhoud van het vereiste toezicht.

Voorwaarden

Het Arbobesluit geeft niet concreet aan wat moet worden verstaan onder de term ‘adequaat deskundig toezicht’ die ze bij het aangeven van de voorwaarden gebruikt. De onderstaande criteria liggen echter voor de hand: • ­de toezichthouder houdt bij de toewijzing van taken rekening met de persoonlijke eigenschappen van de leerling; • ­hij zorgt ervoor dat de leerling, voordat hij aan een taak begint, voldoende is voorgelicht en geïnstrueerd; • ­hij controleert of de vereiste persoonlijke beschermingsmiddelen op de werkplek aanwezig zijn en of ze op de juiste manier kunnen worden gebruikt; • ­hij is steeds in de onmiddellijke nabijheid (of op de lokatie oproepbaar) om toezicht te houden, eventueel aanvullende instructies te geven of, bij gevaar, in te grijpen; • ­hij beoordeelt de werkplek regelmatig en verifieert of de gegeven voorlichting en instructie voldoende bij de leerling zijn overgekomen; • ­het bovenstaande brengt met zich mee dat de toezichthouder bevoegd is tot ingrijpen in het productieproces, ten behoeve van zowel de veiligheid van de leerling zelf als die van anderen in de omgeving. Het spreekt voor zich dat de intensiteit van het toezicht mede afhankelijk is van het soort werkzaamheden, de leeftijd van de leerling en van zijn vorderingen. Dit houdt in dat het toezicht soms zelfs één op één moet zijn, bijvoorbeeld wanneer een 15­jarige leerling bezig is met machinale houtbewerking.

Begeleiding

De bouwvakker die wordt belast met het toezicht op de werkzaamheden van de leerling(en) moet ouder zijn dan achttien jaar. Hij behoort alles te weten van de werkzaamheden die de leerling moet leren te verrichten en hij is in staat tot het beoordelen en coachen van de jonge bouwvakkers in spé. Bij voorkeur is het een leermeester die ook op het gebied van veiligheid is opgeleid. Een geschoolde leraar heeft natuurlijk altijd de voorkeur maar de begeleiding kan ook in handen worden gegeven van een vakman die voldoet aan de genoemde kwalificaties, inclusief een groot gevoel van verantwoordelijkheid. Wordt het veilig handelen in het bouwvak zorgvuldig en betrokken aan de leerlingen bijgebracht, dan zullen er weinig ongevallen met jongeren geschieden. De inlenende bedrijven kunnen er zich veilig bij voelen omdat ze zich minder zorgen over nare ongevallen en aansprakelijkheid behoeven te maken.

Reageer op dit artikel