nieuws

Spanning tussen corporaties en ontwikkelaars

bouwbreed Premium

den haag ­ Projectontwikkelaars knijpen ter wille van de lieve vree voor de commerciële activiteiten van woningbouwcorporaties graag een oogje dicht. De haperende Nederlandse economie maakt dat echter steeds lastiger. Het is moeilijk zaken doen met een klant die tevens concurrent is. analyse

Woningbouwcorporaties zetten steeds vaker koophuizen neer. Het geld dat zij met deze activiteiten op de commerciële markt verdienen, is hard nodig. Op ieder door een corporatie verhuurd huis, wordt zo’n 50.000 euro toegelegd. Dit verlies wordt ook wel de ‘onrendabele top’ genoemd, investeringen die corporaties nooit met de verhuur van woningen terug kunnen verdienen. De commerciële markt voor koopwoningen bood voor de verliesgevende activiteiten van de corporaties een goede oplossing. Vanaf het midden van de jaren negentig kwam de ‘nieuwe economie’ goed op gang. In de ict­ en telecommunicatiebranche werd flink verdiend. Goed personeel was schaars, wat de salarissen op dreef. De welvaart zorgde voor een grote drukte op de woningmarkt, waar de prijzen omhoogschoten. In dezelfde periode werden de woningbouwcorporaties op eigen benen gezet. In 1995 werd door staatssecretaris E. Heerma van VROM de Bruteringswet ingevoerd. Daarbij streepten corporaties en overheden openstaande posten tegen elkaar weg. Na de omvangrijke operatie moesten de corporaties zonder overheidssteun de begroting rond krijgen. Niet voor iedereen een makkelijke opgave.

Zelfvertrouwen

De nieuwe economie is inmiddels weinig solide gebleken. De gedroomde rendementen blijven uit en de aanvankelijk met geld smijtende ict­sector snijdt nu drastisch in de kosten. Saneringen en de daarbij behorende ontslaggolven maken huizenkopers onzeker. De aanslagen op 11 september 2001 in New York en Washington en een dreigende oorlog in Irak maken korte metten met het nog overgebleven restje zelfvertrouwen van de consument. De koopwoningen die in de tweede helft van de jaren negentig nog als warme broodjes over de toonbank gingen, vinden nog maar mondjesmaat aftrek. De krimpende markt maakt de projectontwikkelaars nerveus, zo blijkt uit de reactie van Neprom­directeur J. Fokkema. “Als de commerciële markt al afgeroomd wordt, dan moet dat in elk geval transparant gebeuren”, stelde hij onlangs in deze krant. De branchevereniging voor projectontwikkelaars stoort zich aan de volgens hem ondoorzichtige werkwijze van de corporaties, die met steun van de overheid onder veel gunstigere voorwaarden geld kunnen lenen dan hun commerciële concurrenten. Dat is volgens Fokkema oneerlijk. Aedes heeft met verbazing op de felle kritiek gereageerd. Voorzitter W. van Leeuwen van de spreekbuis van woningbouwcorporaties noemt de kritiek ‘apenkool’. Corporaties zouden normale rentes betalen voor de financiering van hun commerciële activiteiten. Volgens de bestuurder is dat fiscaal aantrekkelijk. Daarnaast wijst Van Leeuwen erop dat de politiek geen moeite heeft met de commerciële activiteiten van corporaties.

Tactisch

Aan de stekelige reacties ligt een moeizame relatie ten grondslag. Met zijn activiteiten op de commerciële woningmarkt is de woningbouwcorporatie naast een belangrijke klant in toenemende mate een hinderlijke concurrent van de projectontwikkelaars. Om de vrede te bewaren, is het probleem tactisch doodgezwegen. Maar een haperende economie en een snel krimpende markt voor koopwoningen zet de relaties op scherp en dwingt beide partijen ertoe om meer duidelijkheid te scheppen in de vertroebelde verhoudingen.

Reageer op dit artikel