nieuws

Slecht beursjaar treft bouw

bouwbreed Premium

amsterdam ­ Het beursjaar, dat gekenmerkt is geweest door koersdalingen, is ook de bouw niet in de koude kleren gaan zitten. Geen enkele bouwer of ingenieursbureau is ontsnapt aan rode rendementen. De sector onderscheidt zich daarmee niet langer van andere sectoren.

Na twee opeenvolgende jaren waarin de bouw door het Centraal Bureau voor de Statistiek was uitgeroepen tot best presterende sector op de beurs, heeft deze nu toch ook rode cijfers moeten schrijven. Vooral de beurskoersen gingen meer dan fors onderuit. Binnen de sector zijn er echter hele grote verschillen. Het zal geen verbazing wekken dat Ballast Nedam het slechtst presterende bedrijf is met een totaal rendement over heel 2002 van ­66 procent. Deze val is meer dan volledig toe te schrijven aan het desastreuze koersverloop. Eind 2001 stond Ballast nog op 16 euro. Zelfs werd nog 24,45 euro gehaald, dankzij de baggerstrijd. Nadat topman René Kottman echter een strategiewijziging bekend maakte waarbij Ballast Nedam zich feitelijk zou gaan terugtrekken op de Nederlandse markt, was het hek van de dam. De koers duikelde in korte tijd richting 4 euro en is daar nauwelijks van hersteld. Eind dit jaar werd een slotkoers genoteerd van 4,90 euro. Koninklijke Volker Wessels Stevin deed het relatief het beste bij de aannemers. Het Rotterdamse bedrijf wist het verlies te beperken tot 9,2 procent. Dit is vooral te danken aan het ten opzichte van ultimo 2001 beperkte koersverlies. Dat daalde van 22,50 euro naar 19,21 op 31 december 2002. In de tussentijd heeft het aandeel echter ook nog 31,76 euro gehaald. De algehele sluipkrach plus valse ressentimenten naar aanleiding van de parlementaire enquête bouwnijverheid, sloeg echter ook voor Herman Hazewinkel cum suis toe. Ook Heijmans hield het verlies beperkt, met een negatief rendement van 13,9 procent. Het koersverloop van de Rosmalense bouwer vertoont als vanouds een sterke gelijkenis met dat van Volker Wessels Stevin, zij het altijd op een afstandje van een euro of drie. BAM en Boskalis deden het slechter, met negatieve rendementen van net onder respectievelijk net boven de 30 procent. Bij BAM speelde de overname van HBG ongetwijfeld een rol, vooral toen daar ook nog de extra financiering voor het aandeel van Ballast Nedam in Ballast Ham Dredging bijkwam. De op zich chique oplossing van BAM­baas Wim van Vonno hielp wel iets, maar onvoldoende om de koers weer echte op te stuwen.

Pech

Boskalis had gewoon pech. Het bedrijf begon het jaar al met een hoge koers. De perikelen rond het zand in Indonesië hielpen niet mee om rust in de tent te brengen. Het grote project in Singapore levert wel bijna 10 procent van de omzet van de Papendrechtse baggeraar. Zolang daarvoor geen oplossing is, zullen beleggers ongetwijfeld de kat uit de boom blijven kijken. Bij de ingenieursbureaus ontliepen Arcadis en Fugro elkaar niet veel. Dat is op zich opmerkelijk, omdat beide nogal wat andere takken van sport beoefenen. Grontmij had het duidelijk lastiger, met een negatief rendement van 41,8 procent. Waar de andere bureaus te maken hadden met koersdippen, was bij Grontmij sprake van een koersval.

Reageer op dit artikel