nieuws

Lagere overheden zien zich niet benadeeld door vooroverleg

bouwbreed Premium

amsterdam ­ De lagere overheden zijn over het algemeen dik tevreden over de aanbestedingen van de afgelopen jaren. Die conclusie trekt het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid uit een enquête verricht onder 185 gemeenten, waterschappen en provincies. Het bestaan van vooroverleg wordt niet ontkend, maar van omvangrijke financiële schade is volgens de ondervraagde overheden geen sprake.

Het onderzoek onder 587 lagere overheden had een respons van 31,7 procent. Grotere gemeenten bleken happiger om te reageren dat kleinere. Van de waterschappen stuurde bijna de helft van de 53 benaderde doelcorporaties de formulieren terug. De aanbestedende diensten van Rijkswaterstaat zagen op last van de betrokken ministeries af van deelname aan het onderzoek. Met de resultaten heeft het EIB zicht gekregen op ongeveer 70 procent van alle overheidsaanbestedingen, samen goed voor een jaarlijkse bouwproductie van 7 miljard euro. Een op de drie ondervraagden geeft aan geen flauw idee te hebben of bij de door hen aanbestede projecten sprake is van vooroverleg. Ten tijde van het onderzoek in november bleek opmerkelijk genoeg 20 procent ervan overtuigd dat ondanks de parlementaire enquête bouwnijverheid het vooroverleg nog altijd gemeengoed is. Een groep van 45 procent denkt niet financieel benadeeld te zijn door het verboden vooroverleg. Liefst 39 procent weet met de vraag geen raad. Een minderheid van 16 procent is overtuigd te veel te hebben betaald “De overheden delen de conclusie van de enquêtecommissie niet dat omvangrijke financiële schade is geleden”, stelt econoom E. Lourens van het EIB. “Die indruk wordt nog versterkt door het feit dat in veruit de meeste gevallen de prijs van de laagste inschrijver bij openbare en onderhandse aanbestedingen beneden de directiebegroting ligt. Het gaat om een verschil van 12 procent.”

Unaniem

De opdrachtgevers staan unaniem negatief tegenover onzichtbare marktwerking. Voor het hanteren van een rekenvergoeding kan enig begrip worden opgebracht. Bij het woord marktverdeling echter gaan alle haren overeind staan. Nadrukkelijk willen de overheden zelf te bepalen wie voor uitvoering van een werk in aanmerking komt. “Vanwege de ongewenste marktverdeling hebben de opdrachtgevers bezwaar tegen de preferentieregeling die er ­ tot 1992 gereglementeerd ­ in voorzag dat de laagste inschrijver tijdens het vooroverleg om welke reden dan ook afzag van het werk ten gunste van een andere deelnemer”, aldus Lourens. “Enig begrip is er wel voor de terugtrekkingsregeling op grond waarvan aannemers die te laag inschrijven als gevolg van calculatiefouten in de gelegenheid worden gesteld zich terug te trekken.”

Reageer op dit artikel