nieuws

Installatiewerk zonder hakken en breken Opbouw van wanden met cellenbetonblokken basis CLS­systeem

bouwbreed Premium

wijhe ­ ‘Een bouwsysteem als gastheer voor de installatie’. Zo typeert J. Slegten uit Wijhe zijn droogstapelsysteem met wanden van cellenbetonblokken waarin schachten zijn opgenomen voor leidingen.

Slegten is van huis uit installateur en ondervindt in de bouw beperkingen bij de uitoefening van zijn beroep: “In de traditionele bouw moet je maar zien hoe je als installateur je pijpen in de constructie wegwerkt.” Mede daarom ontwikkelde Slegten een systeem dat de installateur maar ook de gebruiker van een ruimte in staat stelt snel en zonder hak­ en breekwerk een installatie aan te brengen of aan te passen. Basis van zijn CLS­systeem is de opbouw van wanden met cellenbeton­ blokken. Het betreft een maatvast systeem waarbij de blokken droog worden gestapeld en constructief bij elkaar blijven door ‘bussen’. Deze bussen zijn van kunststof, hebben een lengte van ongeveer tien centimeter en een diameter van acht centimeter. Slegten: “Gelijktijdig met het boren van de gaten voor de bussen, boort de fabrikant doorlopende schachten in de blokken. Eenmaal gestapeld lopen de verticale schachten over de gehele wanden door tot de muurplaat of de topgevel.” Volgens Slegten is een elektra­installatie in een CLS­huis zonder schade eenvoudig aan te leggen of te wijzigen, ook als de schilder de nieuwe woning heeft opgeleverd. Hij ziet daarom ook mogelijkheden om woningen te voorzien van een installatie die minimaal voldoet aan de NEN 1010­eisen, pas na de bouwkundige oplevering aan de eisen van de gebruikers aan te passen.

Verdeelsysteem

De verticale leidingen in de schachten sluiten aan op een fabrieksmatig aangebracht horizontaal verdeelsysteem, bijvoorbeeld achter knieschotten. In de utiliteit is aansluiting volgens Slegten al helemaal geen probleem, omdat de verticale leidingen boven systeemplafonds eenvoudig op een kabelgoot zijn aan te sluiten. “Als er vloeren op de schachten zouden rusten, kun je met een flexibele buis een zogenaamde passeerbeweging maken. De vloeren moeten dan wel zijn voorzien van een industrieel aangebrachte aanschuining”, aldus Slegten. Installaties zijn makkelijk uit te breiden. Een installateur kan de schachten, die circa vier centimeter diep liggen en een onderlinge afstand hebben van 35 centimeter, eenvoudig aanboren. Door de maatvastheid is het ook mogelijk om tijdens de bouw een cellenbeton blok in een wand op te nemen met een inbouwdoos. Het systeem biedt ook de mogelijkheid om in een later stadium nieuwe installaties aan te brengen. Slegten: “Of het nou een c.v.­installatie betreft, een databekabeling of een stofzuigersysteem, door de hoeveelheid schachten is ruimte genoeg om nieuwe leidingen aan te leggen.” Het CLS­systeem is volgens Slegten een ‘voortborduren’ op het droogstapelsysteem Coqlocksysteem Q & Q, waarbij in afwijking van CLS gebruik wordt gemaakt van kunststof deuvels in plaats van bussen ter voorkoming van het wisselen van de blokken.

Reageer op dit artikel