nieuws

De IFD­geest is duidelijk uit de fles

bouwbreed Premium

IFD is een goede DuBo strategie, die veel meer de kern raakt, dan de afwegingen op het niveau duurzame materialen. Duurzaamheid gaat volgens Jos Lichtenberg niet langer meer over schapenwol of leembouw, maar over het maken van veel essentiëlere keuzes op een conceptueel niveau.

IFD zingt in de markt inmiddels aardig rond als een begrip. De I van industrieel, is actueel vanwege het gebrek aan (gemotiveerd en vakbekwaam) bouwplaatspersoneel en de drang om faalkosten te bestrijden en bouwtijden terug te dringen.

Langzamerhand raakt de markt met name steeds meer doordrongen van de betekenis van de F van flexibiliteit. In een tijd waarin 4,5 miljoen m2 kantoorruimte leeg staat en we erachter komen hoe moeizaam het is om van die onbenutte gebouwen bijvoorbeeld woonruimte te maken, is het logisch dat dit begrip aan waarde toeneemt. Ook in de woningbouw is flexibiliteit natuurlijk van belang. Nieuwe bewoners hebben andere eisen, bestaande bewoners kun je vasthouden door woningen aanpasbaar te maken, woningen kun je beter verkoopbaar maken door ze niet vooraf in te vullen.

Meetbaar

De D van Demontabel wordt minder beleden en voorbehouden aan projecten, die bij voorbaat gedoemd zijn om weer te worden afgebroken (gedemonteerd). Opvallend is dat tijdelijke gebouwen (mede door hun flexibiliteit) vaak langer meegaan dan permanent bedoelde gebouwen.

Opmerkelijk is dat IFD vrij snel een gesetteld begrip is geworden zonder dat het strak en meetbaar is gedefinieerd. Dat bleek ook tijdens het onlangs in Rotterdam gehouden IFD congres waar de IFD awards 2002 bekend werden gemaakt. Uit 108 ingezonden projecten werd aan een 22 tal projecten de IFD status en een subsidie toegekend.

De toetsing van projecten door Jury’s en commissies aan niet scherp gedefinieerde criteria zijn altijd discutabel en zo ook nu. Opgevangen commentaar, onder andere uit booosting kringen leert dat een aantal sterke projecten niet meer terug komen bij de gehonoreerden en dat is jammer. Natuurlijk voor die projecten zelf, maar ook voor de kracht van het begrip IFD. Het is natuurlijk in het belang van de zeggingskracht van het begrip IFD dat de wel gehonoreerde projecten onmiskenbare kwaliteiten hebben en andersom dat krachtige projecten ook de verdiende steun krijgen. Het zou toch jammer zijn als IFD zou devalueren zoals het in feite met DuBo is gegaan. Op een gegeven moment was alles als DuBo uit te leggen en dan heeft zo’n predikaat geen enkele zeggingskracht meer.

Laat er overigens geen misverstand over bestaan, het echte duurzaam bouwen, waaronder IFD, blijft van groot belang. In column’s in Cobouw is al vaker beargumenteerd, dat we niet door kunnen gaan met het volplempen van steden met gebouwen die van een overdaad aan materiaal (circa een ton per m2 netto vloeroppervlak) zijn voorzien en die bovendien versneld gesloopt moeten worden omdat ze stelselmatig inflexibel zijn. En dat alleen omdat we het hebben nagelaten iets verder te kijken dan de neus lang is, want de alternatieven zijn absoluut beschikbaar en nog op een concurrerende basis ook.

De professionals (aannemers, ontwikkelaars en architecten) hebben hierin met klem alle een eigen verantwoordelijkheid. En zeg over twintig jaar niet dat we het niet wisten. We weten het wel degelijk, maar we moeten de kennis die er is wel gebruiken. Als het niet vrijwillig gaat zal de overheid het vroeg of laat afdwingen via regelgeving, verwijderingsbijdragen, of iets van dien aard.

Sterspotjes

Intussen moet wel worden gezegd dat het bedrijfsleven IFD ook echt oppakt. De stroom van voorbeeldprojecten komt goed op gang. Van drie tranches zijn er inmiddels circa 70 projecten gehonoreerd en leveren deze goede demo’s op. Daarvoor verdient de SEV absoluut een compliment. Door deelname helpt het bedrijfsleven op haar beurt weer actief mee om het begrip IFD uit te dragen.

Als voorbeeld is er De Meeuw die er, tot in de sterspotjes toe, al gedurende enkele jaren actief mee communiceert en aan de weg timmert. De door hun opgezette site www.ifd.nl doet het goed en heeft inmiddels een opgewaardeerde status gekregen met een onafhankelijke redactieraad, waaraan ook de SEV meewerkt.

IFD verandert het bouwproces en kan soms tot een opmerkelijke montagevolgorde leiden.

Integraal

Interessant is ook het initiatief IFDays. Initiatiefnemer Opstalan onderkent dat IFD een belangwekkende ontwikkeling is, maar stelt tegelijkertijd dat het hierop inspelen vanuit de beperkte rol als deelleverancier moeilijk is. Terecht zag het bedrijf in dat een integrale benadering essentieel is en dus werd een samenwerking gesmeed met andere IFD bouwdeel innovatoren. Samen met Arnomij (kunststof leidingsystemen), Faay (binnenwanden en plafonds), MAT (staalframebouw en metalstud), PFL (leidingvloer en cascoconcepten), VDM Meerbouw (prefab houtsysteembouw) en Heembeton (betoncasco’s) wordt IFDays, met medewerking van de SEV tijdens de komende bouwbeurs te Utrecht via een congres krachtig in de markt gezet. IFDays is niet primair een promotie van deelproducten, maar juist een praktijkgerichte IFD totaalvisie, waarop de deelnemers kunnen meeliften. Sterker nog de deelnemers zullen tijdens het congres over hun producten stevig aan de tand worden gevoeld en dat zou ook wel weer eens kunnen leiden tot een nieuwe bewustwording, nieuwe ontwikkelingen en onderlinge afstemmingen. Na de lancering op de bouwbeurs wordt ook nog een reeks regionale of gespecialiseerde evenementen georganiseerd.

Hoger plan

De IFD geest blijkt hoe dan ook uit de fles te zijn. Er komt voor IFD komend jaar weer een nieuwe tranche en hopelijk liggen de criteria dan duidelijker en meetbaarder vast. Het valt te verwachten dat de gerealiseerde demoprojecten en andere initiatieven in de markt de gewenste acceptatie en bewustwording van IFD in de hand zullen werken en dat zij een nieuwe uitdaging vormen voor bedrijven die het IFD naar een hoger plan willen brengen.

Aannemers hebben eigen verantwoordelijkheid

Reageer op dit artikel