nieuws

Woestijn in de polder

bouwbreed

Woestijn in de polder

Pronks Vijfde nota heeft de verkiezingen niet overleefd. De huidige politieke meerderheid vindt zijn rode en groene contouren te zeer een centraal geleide blauwdruk. Men wil nu provincies en gemeenten meer ruimte geven om nieuwbouwlocaties vast te stellen. Het is inderdaad ondoenlijk op landelijke schaal alle ruimteclaims tegen elkaar af te wegen en ‘definitief’ vast te stel-len waar nog gebouwd mag worden. Immers, hoe lang is definitief?

Een van Pronks proefballonnetjes was de ‘bollenstad’. Zijn idee was een deel van de regio rond Lisse, het oudste bollenteeltgebied in Nederland, voor woningbouw en bedrijfsterreinen te reserveren. Het plan riep sterke weerstand op, niet in de laatste plaats van de bollentelers zelf. Het gaat hier om een economisch machtige sector, die aanzienlijk bijdraagt aan de Nederlandse export. Van de tien miljard bollen die jaarlijks worden geteeld, verdwijnt driekwart naar gretige buitenlandse kopers. Tachtig procent van de wereldproductie is in Nederlandse handen. Met de Keukenhof heeft de sector een toeristische trekpleister van formaat te bieden. De bol vormt zo ongeveer het logo van Nederland. Het vergt politieke moed deze sector de wacht aan te zeggen. Realiteit is echter dat de bollenteelt voor aanzienlijke milieupro- blemen zorgt. Ook de effecten van verplaatsing van de bollenvelden zullen ingrijpend zijn. De Zuid-Hollandse bollenvelden worden vaak in één adem genoemd met de kassen van het Westland, die ook grotendeels verplaatst zouden moeten worden. Kassen echter hebben tegenwoordig allemaal hydrocultuur: de planten staan op natte watten en niet meer in de aarde. Je kunt kassen dus zelfs stapelen, mits de juiste lichtinval wordt bereikt en de goede soorten planten met elkaar worden gecombineerd. Voor de bollenteelt daarentegen zijn altijd speciale zandgronden nodig, die alleen in Noord- en Zuid-Holland aan de voet van het duingebied te vinden zijn (de geestgronden). Nu de bollen steeds meer uit die zone worden weggedrukt -met name voor woningbouw en recreatie- moeten alternatieve locaties voor de bollenteelt worden gevonden. Flevoland en Zeeuws-Vlaanderen worden wel genoemd, maar vooral Noord-Holland is in beeld. Voor het milieu zou dat enorme gevolgen hebben. Hoewel de bollentelers hoog opgeven van hun bijdrage aan het romantische ‘decor’ van Nederland, is de bollenteelt in de praktijk de meest vervuilende industriële activiteit. Er wordt veel met gif gespoten om de bollen ‘eronder te houden’, want ze mogen niet te vroeg bovenkomen. Daardoor wordt de grondwaterkwaliteit zwaar belast. Voor het gif is de ecobol mogelijk op termijn een oplossing, maar deze heeft nu nog slechts een marktaandeel van 3 procent. Nog veel ingrijpender is dat voor de behoefte aan teeltareaal buiten de geestgronden de weidegrond wordt ‘gekeerd’ om deze geschikt te maken voor bollen. Nu is dat al zichtbaar in het open land bij Hoorn en Alkmaar: waar eerst koeien op de kleigrond stonden, groeien nu bollen op de zandgrond die er vroeger onder lag. Met de shovel wordt de bovenste laag humus opzij geschoven, daarna wordt een meter zand opzij gelegd, vervolgens wordt de humus teruggelegd en daarbovenop het zand. Omgekeerd dus. Door dit proces van keren van de grond is sprake van ‘woestijnvorming’ in Noord-Holland. In plaats van groene polders zie je zes weken lang bloeiende bollen en de rest van het jaar een zandvlakte, een woestijn. De historie van de grond wordt overgeschreven.

Hoe ingrijpend dat is, wordt onvoldoende beseft in het planologische debat over de verplaatsing van de bollenvelden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels